Blijven, terugkeren of doorverhuizen?

In Archief, Interestingby robert

België is een land met heel wat troeven o.a. op gebied van wonen, cultuur, gezondheidszorg, maar ook op vlak van fiscaliteit. Het Belgisch fiscaal advocatenkantoor Tiberghien begeleidt sedert meer dan 75 jaar vermogende particulieren, families en hun bedrijf. Ze adviseerden in de loop der jaren ook heel wat Nederlanders bij hun aankomst in en/of vertrek uit België.

 

In dit interview met Alain Van Geel, Griet Vanden Abeele en Koen Van Duyse bespreken we de recente wijzigingen in het Belgisch-Nederlandse fiscale landschap en proberen we samen met u een antwoord te vinden op de vraag: “Blijven, terugkeren of doorverhuizen?”

 

Fiscaliteit in beweging.

 

Daar waar cultuur en gewoonten op korte en middellange termijn stabiel zijn, is dit niet meer het geval voor de toepasselijke fiscale regels. Fiscaliteit is immers ook maar een weerspiegeling van de snel evoluerende tijdsgeest, en van politiek- maatschappelijke beleidskeuzes die gemaakt worden door nationale en internationale overheden.

 

Een gebrek aan een duidelijke politieke beleidskeuze op lange termijn leidt tot een amalgaam van wetgeving die alle richtingen uitgaat. In België zagen we aldus recent de invoering van de zogenaamde “Cayman taks”, de verhoging, met ingang van 1 januari 2016, van de roerende voorheffing over rente en dividend tot 27%, en -als politiek zoethoudertje- de aankondiging invoering van een speculatiebelasting op meerwaarden op aandelen die worden gerealiseerd binnen de zes maanden. In Nederland wordt de heffing in Box 3 hervormd (en allicht verhoogd voor grotere vermogens), terwijl de conserverende aanslag voortaan onbeperkt in de tijd zou worden opgelegd over Box 2 vermogen. Het gebrek aan duidelijkheid van wet- of regelgeving in hun woonstaat leidt er in de praktijk toe dat meer en meer mensen beslissen om ook effectief verhuizen.

 

Is verhuizen wel zo éénvoudig als het lijkt?

(Griet Vanden Abeele) Verhuizen is een zeer drastische remedie, die in de praktijk minder éénvoudig is dan ze lijkt. Men moet niet alleen een adres verhuizen naar wat dan heet een fiscaal aantrekkelijke locatie, men moet ook bereid zijn daar effectief te gaan wonen, met alle gezinsleden samen. De vele Nederlanders en Fransen die België wonen, tonen aan dat verhuizen aantrekkelijk is, maar het succes van België bij (vermogende) Nederlanders en Fransen wordt ongetwijfeld mede verklaard door de geografische, taalkundige en culturele nabijheid.

 

(Alain Van Geel) Bij migratie komt veel kijken. Er dient een volledige civiel- en fiscaalrechtelijke revisie te gebeuren van de bestaande vermogens- en gezinssituatie, met inbegrip van het huwelijkscontract en het testament. Denken we bijvoorbeeld aan een Nederlander die naar België verhuist en een testament had opgemaakt voor een Nederlandse notaris zonder dat hierin een uitdrukkelijke rechtskeuze voor Nederlands erfrecht was voorzien. Indien deze Nederlander in België overlijdt, is in principe het Belgisch erfrecht van toepassing op basis van de Europese Erfrechtverordening die op 17 augustus jl. is in werking getreden. Dit is allicht niet gewenst.

 

(Koen Van Duyse) Ook het behoud van een Nederlands huwelijkscontract kan tot onverwachte problemen leiden. Nemen we daar het voorbeeld van een Nederlander die in België woont en die aan pensioenopbouw doet bij z’n Belgische vennootschap. Typerend voor de opbouw van een Belgisch aanvullend pensioen is het feit dat bij pensionering een pensioenkapitaal wordt uitbetaald, en geen rente. Bij overlijden voor pensionering wordt daarbij meestal voorzien dat het kapitaal wordt uitgekeerd aan de langstlevende echtgenote. Dat kan in de praktijk tot interpretatieproblemen leiden indien het Nederlands huwelijksvermogensrecht van toepassing is. Het is namelijk onduidelijk hoe moet worden omgegaan met de uitbetaling van dergelijke pensioenkapitalen: de Nederlandse wet vereffening pensioenrechten voorziet weliswaar in een regeling voor de vereffening van pensioenrechten bij de ontbinding van het huwelijk door echtscheiding of overlijden, maar de regeling houdt in hoofdzaak rekening met pensioenen die onder de vorm van een rente worden betaald en niet met pensioenkapitalen die in één keer worden uitbetaald.

 

Op welke vlakken is België momenteel fiscaalrechtelijk nog aantrekkelijk?

(Griet Vanden Abeele) België blijft nog steeds aantrekkelijk om bijvoorbeeld aan successieplanning te doen.

Schenken zonder betaling van schenkbelasting (voor beleggingsvermogen) is nog steeds mogelijk voor zover de schenker drie jaar blijft leven. Indien geschonken wordt aan in Nederland wonende kinderen zijn er aandachtspunten zoals de Box 3 heffing die de begiftigde kinderen verschuldigd zullen zijn over het geschonkene. De kostprijs van de Nederlandse heffing (op heden 1,2% per jaar) loopt snel op, en dreigt de besparing in de Belgische erfbelasting ( tot 27% tussen ouders en kinderen) teniet te doen indien op relatief jonge leeftijd wordt geschonken aan in Nederland wonende kinderen. In de praktijk proberen wij deze kost beheersbaar te houden, door bijvoorbeeld bij leven te schenken aan de echtgenote, en de vermogensoverdracht aan de in Nederland wonende kinderen (en dus de box 3 heffing) als het ware uit te stellen. Het voordeel van de schenking tussen echtgenoten is dat dergelijke schenking te allen tijde door de schenkende echtgenoot -geheel of gedeeltelijk- kan worden herroepen, bijvoorbeeld bij echtscheiding of het overlijden van de begiftigde echtgenoot. Een herroeping na overlijden van de begiftigde echtgenoot is mogelijk zonder dat erfbelasting verschuldigd is in de nalatenschap van de vooroverleden begiftigde echtgenoot. Deze regel is van toepassing op schenkingen tussen echtgenoten die in België wonen en dit ongeacht het recht dat van toepassing is op de schenkingsovereenkomst. Het verdient evenwel aanbeveling om de schenking op correcte wijze te modelleren zodat, bij herroeping, niet alleen het geschonkene, doch ook de intussen gerealiseerde meerwaarde of hetgeen hiervoor in de plaats is getreden, terugkeert.

 

(Alain Van Geel) Een schenking aan de echtgenoot is door cliënten vaak gewenst omdat de verzorging van de langstlevende doorgaans prioritair is ten aanzien van de wens om vermogen aan de kinderen te schenken. Er zijn meerdere varianten mogelijk om de in Nederland wonende kinderen toch reeds bij de planning te betrekken en latere erfbelasting te vermijden, ook al dienen zij, tijdens het leven van beide echtgenoten, nog niet betrokken te worden bij het beheer van het geschonken vermogen en de hieraan verbonden bancaire verplichtingen. De geschonken vermogensbestanddelen kunnen aldus tijdens het leven van beide echtgenoten (of indien gewenst, zelfs tot bij het overlijden van de langstlevende van hen) blijven geplaatst op een rekening op naam van beide echtgenoten alleen (of op naam van de langstlevende alleen na overlijden van de eerste van hen), zonder tussenkomst van de kinderen.

 

Het bovenstaande voorbeeld heeft voornamelijk betrekking op privé-beleggingsvermogen. Maar hoe zit het voor ondernemingsvermogen?

 

(Alain Van Geel) België kent, net zoals Nederland overigens, een gunstregime in de schenk- en erfbelasting voor familiale ondernemingen en vennootschappen. De aandelen van familiale vennootschappen kunnen door inwoners van het Vlaamse Gewest worden geschonken met volledige vrijstelling van schenkbelasting, en dit zonder dat de schenker nog drie jaar moet blijven leven. In de erfbelasting geldt een verminderd tarief van 3% (bij vererving in rechte lijn en tussen echtgenoten) in plaats van het normale progressieve tarief tot 27%. Een ondernemer wordt aldus aangemoedigd om bij leven te schenken en in zijn opvolging te voorzien.

 

(Griet Vanden Abeele) Alleen vennootschappen of ondernemingen met een economische activiteit komen in aanmerking voor voornoemde gunstregeling. Zuivere patrimoniumvennootschappen of beleggingsvennootschappen komen niet in aanmerking. De invulling die aan het begrip economische activiteit wordt gegeven, wordt in België evenwel anders, en op sommige punten, soepeler beoordeeld dan in Nederland.

 

Voor Nederlanders die in de toekomst naar België zouden willen verhuizen dreigt de aangekondigde wijziging aan de conserverende aanslag roet in het eten te gooien?

 

(Alain Van Geel) Inderdaad, deze nieuwe regels zullen de planning van ondernemingsvermogen door schenking bemoeilijken. Echter, in het Waalse Gewest geldt op heden een volledige vrijstelling zowel in de schenk- en erfbelasting voor aandelen van familiale vennootschappen, zij het onder enigszins andere voorwaarden dan in Vlaanderen. Van enige verplichting tot schenking is hier dus geen sprake.

 

Het grootste probleem zal zich stellen ten aanzien van ondernemers die hun bedrijf verkopen. In de praktijk zien wij vaak dat de aandelen van Nederlandse operationele bedrijven door een Nederlandse holding wordt gehouden. Na verkoop van de operationele bedrijven door de holding, houdt de ondernemer alleen nog een beleggingsvennootschap waarvoor geen vrijstelling of vermindering geldt, noch in België, noch in Nederland. Deze ondernemers hebben belang bij de keuze voor een jurisdictie waar lage tarieven in de erfbelasting gelden (bijvoorbeeld Luxemburg of Zwitserland).

 

(Griet Vanden Abeele) Voor die situaties zal iedere schenking na het verstrijken van de tienjaarsperiode in de schenk-of erfbelasting, in principe aanleiding geven tot invordering van de conserverende aanslag, en dit onbeperkt in de tijd, althans voor nieuwe migranten. Reeds gemigreerde Nederlanders blijven volledig buiten schot, en kunnen schenken van zodra de conserverende aanslag komt te vervallen. Onder de gewijzigde regels zou iedere dividenduitkering zou aanleiding geven tot invordering van de conserverende aanslag.

Het feit dat België voor het overige geen exitheffing kent, maakt doorverhuizen of remigratie gemakkelijk. Anderzijds verleent België wel geen fiscale step-up voor immigrerende Nederlanders. Concreet houdt dit in dat de verkrijgingsprijs van een aandelenparticipatie in een vennootschap (box 2 vermogen) niet wordt gelijkgesteld met de marktwaarde van de participatie bij emigratie, maar de initiële aanschaffingsprijs (vb. bij aankoop of oprichting van de vennootschap) als verkrijgingsprijs wordt genomen.

 

Andere jurisdicties geven overigens wel een step-up bij migratie of nemen zich voor om een dergelijke step-up in te voeren (zoals Luxemburg). Ook Nederland is consequent en verleent, in principe, een step-up bij immigratie, zij het dat hierop uitzonderingen gelden voor vennootschappen die worden gehouden door een belastingplichtige die ooit in Nederland heeft gewoond.

 

Komt remigratie vaak voor?

 

(Alain Van Geel) Remigratie komt geregeld voor. Zeker indien binnen een gezin één van beide partners is overleden en de rest van de familie in een ander land, bijvoorbeeld Nederland is blijven wonen. Het is van belang om bij een vermogensplanning rekening te houden met een latere mogelijke remigratie. Flexibiliteit is hierbij een noodzaak.

Schenkingen die werden gedaan tijdens de Belgische periode, zoals een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik, zullen bij remigratie herbekeken moeten worden.

 

(Griet Vanden Abeele) Verder is ook interessant om weten dat voorafgaandelijk aan de migratie kan worden geschonken zonder betaling van schenkbelasting in België. In principe dient in dat geval rekening te worden gehouden met de driejaarsperiode: bij overlijden van de schenker tijdens deze driejaarsperiode is alsnog erfbelasting verschuldigd (27% boven de 250.000 EUR). Bij migratie ‘verdampt’ deze driejaarsperiode als het ware en zijn alleen de Nederlandse regels van toepassing. Zo heft Nederland bijvoorbeeld erfbelasting over schenkingen die een Nederlands rijksinwoner deed in de periode van 180 dagen (dus zo een zes maand) voor zijn overlijden, ook indien het schenkingen betreft die hij deed toen hij nog niet in Nederland woonde.

 

(Koen Van Duyse) Afhankelijk van de wijze waarop het ondernemingsvermogen (namelijk participaties in vennootschappen) is gestructureerd, verleent Nederland overigens ook in bepaalde gevallen een step-up. Ook dit wordt best nader bekeken bij eventuele (r)emigratie naar Nederland.

 

Conclusie

 

(Alain Van Geel) Voor Nederlanders die hoofdzakelijk privé-beleggingsvermogen houden (het zogenaamde Box 3 vermogen) blijft België zeker een aantrekkelijk migratieland. De beleggingsfiscaliteit is aantrekkelijk en het is mogelijk te schenken aan in Nederland wonende kinderen en tegelijk de nodige maatregelen te treffen om de Box 3 heffing in hoofde van de kinderen beheersbaar te houden.

 

(Griet Vanden Abeele) Voor ondernemers met hoofdzakelijk Box 2 vermogen, zal iedere migratie, naar welk land ook, tot het opleggen van een conserverende aanslag leiden die onbeperkt is in de tijd. Voor zover genoten kan worden van de Belgische bedrijfsopvolgingsfaciliteit bij vererving (3% in het Vlaamse en Brusselse Gewest, en 0% in het Waalse Gewest), hoeft er bij leven niet geschonken te worden, zodat invordering van de conserverende aanslag zoveel als mogelijk kan worden uitgesteld. Jurisdicties die een step-up verlenen bij migratie en die tevens lage tarieven in de erfbelasting kennen ten aanzien van ander dan ondernemingsvermogen, zullen allicht een grotere aantrekkingskracht hebben.

(Koen Van Duyse) De Nederlanders die op heden in België wonen, worden ook in België geconfronteerd met een wijzigende fiscale context. Op heden blijven de wijzigingen voor vermogende particulieren en voor ondernemers (op de “Cayman taks” na) relatief beperkt. De schenk- en erfbelasting blijft verder aantrekkelijk. De wijzigingen aan de conserverende aanslag in Nederland blijven voor deze groep zonder uitwerking.