Vlaamse begrotingsmaatregelen 2016

In Archiefby robert

Bij het Vlaamse parlement is momenteel een ontwerp van decreet ingediend houdende bepalingen tot begeleiding van de begroting 2016. Dit ontwerp van decreet zal een aantal wijzigingen aanbrengen aan de VCF. Bemerk dat onderstaande informatie is gebaseerd op voorlopige teksten, wijzingen zijn dus nog mogelijk.

 

 

  1. Hervorming van de verkeersbelasting

 

Het ontwerp van decreet bevat onder meer maatregelen voor de vergroening van de verkeersbelasting. Daarbij zal bovenop de huidige sokkel van fiscale pk voor de tariefbepaling ook rekening worden gehouden met milieuparameters (zoals brandstoftype, aanwezigheid roetfilter, luchtkwaliteit en CO2-uitstoot). Deze criteria worden toegevoegd voor nieuw ingeschreven (al dan niet tweedehandse) voertuigen (met uitzondering van leasingvoertuigen). Om eigenaars die al een voertuig hebben ingeschreven (en met name personen die niet in staat zijn (snel) een milieuvriendelijker voertuig aan te kopen) niet te penaliseren, worden de reeds ingeschreven voertuigen niet gevat door de nieuwe milieuparameters die worden ingevoerd bij deze hervorming.

 

  1. Vereenvoudiging van de woonbonus

Sedert de zesde Staatshervorming is het Vlaams Gewest bevoegd voor de fiscale voordelen in verband met de uitgaven voor het verwerven of behouden van de ‘eigen woning’. De woonbonus is een belastingvermindering die verband houdt met de uitgaven voor het verwerven of behouden van de ‘eigen woning’. Het basisbedrag bedraagt 1.520 EUR per belastingplichtige en per belastbaar tijdperk voor de vanaf 1 januari 2015 gesloten leningen. Dat basisbedrag blijft zo.

Om toegang te krijgen tot het stelsel van de woonbonus zal niet langer worden vereist dat de woning de enige eigen woning van de belastingplichtige moet zijn. De schrapping van de voorwaarde van ‘enige’ eigen woning geldt voor de hypothecaire leningen aangegaan vanaf 1 januari 2016. De bestaande fiscale voordelen die momenteel van toepassing zijn als de ‘eigen’ woning niet de ‘enige’ woning is, zullen worden geschrapt. Een hypothecaire lening die vanaf begin volgend jaar wordt aangegaan voor de ‘eigen’ woning kan dus enkel nog het recht openen op de woonbonus.

De vraag of de eigen woning tevens de enige woning is blijft evenwel van belang om het maximumbedrag van de uitgaven te bepalen dat in aanmerking wordt genomen voor de belastingvermindering. Is de eigen woning tevens de enige woning van het gezin, dan is er gedurende tien jaar nog een verhoging van de woonbonus mogelijk (maximaal 840 euro).

 

  1. De hoofdelijke gehoudenheid van erfgenamen voor de erfbelasting

In de VCF zal ook het artikel worden gewijzigd dat de kwestie regelt van de gehoudenheid van de erfopvolgers tot de betaling van het op een nalatenschap verschuldigde successierecht. Als algemeen principe geldt dat de erfgenamen, algemene legatarissen en begiftigden (met andere woorden de indieningsplichtige erfopvolgers) niet enkel gehouden zijn tot de betaling van het successierecht dat verschuldigd is op hun erfdeel, maar eveneens gehouden zijn, elk naar verhouding van hun erfdeel, tot het successierecht dat verschuldigd is door de legatarissen en begiftigden onder algemene of onder bijzondere titel (met andere woorden de niet-indieningsplichtige erfopvolgers).

De regeling voorziet momenteel een uitzondering voor de erfbelasting verschuldigd op een verkrijging zoals bedoeld in artikel 2.7.1.0.6 VCF (oud artikel 8, Vl. Wb. Succ.). Dit artikel is een zogenaamde fictiebepaling, die bepaalde bedingen ten behoeve van derde gelijkstelt met een verkrijging als legaat. Deze uitzondering werd opgenomen in de regelgeving na een arrest van het Grondwettelijk Hof van 20 oktober 2011.

Onlangs werd een prejudiciële vraag bij het Grondwettelijk Hof neergelegd over de vraag of de toepassing van de genoemde uitzondering niet moet worden uitgebreid tot oud artikel 7, Vl. Wb. Succ. (thans art. 2.7.1.0.5 VCF). Naast het reeds besproken fictief legaat, dienen ook schenkingen die zijn gedaan in de verdachte periode voor het overlijden en waarop geen schenkbelasting werd betaald, bij het actief van de nalatenschap te worden toegevoegd. De verdachte periode bedraagt 3 jaar of 7 jaar indien het de schenking van aandelen en activa van familiale ondernemingen of vennootschappen betreft in Vlaanderen. Ook in deze situatie kunnen de erfgenamen zich er niet van vergewissen dat de begunstigde van de schenking de later verschuldigde erfbelasting zal voldoen.

De Vlaamse regering anticipeert nu op een mogelijke veroordeling door het Grondwettelijk Hof en stelt daarom voor om de uitzondering uit te breiden naar het fictief legaat van schenkingen in de verdachte periode (art. 2.7.1.0.5 VCF).