Sterfhuisbeding: Hof van Cassatie fluit de fiscus opnieuw terug

In Archiefby robert

Op 28 april 2016 heeft het Hof van Cassatie zich uitgesproken over een aanslepende discussie over de al dan niet belastbaarheid op basis van artikel 5 W.Succ. (huidig artikel 2.7.1.0.4 VCF) van de onvoorwaardelijke volledige toebedeling van het gemeenschappelijke vermogen aan één, met naam genoemde echtgenoot, het zogenaamde sterfhuisbeding.
Het Hof oordeelt dat wanneer één echtgenoot krachtens een bedongen huwelijksvoordeel in het huwelijkscontract, de ganse gemeenschap verkrijgt ongeacht de oorzaak van ontbinding van het huwelijk stelsel, artikel 5 W. Succ. niet van toepassing is. De toepassing van artikel 5 W.Succ. is immers beperkt tot huwelijksovereenkomsten waarbij “op voorwaarde van overleving” meer dan de helft wordt toegekend aan de andere echtgenoot. De vroegere interpretatie van de fiscus waarbij het voor de toepassing van art. 5 W.Succ. niet vereist is dat de voorwaarde van overleving in een huwelijksovereenkomst als contractuele voorwaarde moet zijn opgenomen en dat deze fictiebepaling automatisch toepassing vindt wanneer de langstlevende echtgenoot de feitelijke begunstigde is van de toebedeling van meer dan de helft van de huwgemeenschap, steunt immers op een verkeerde rechtsopvatting en faalt dus naar recht. Dit oordeel van het Hof van Cassatie ligt in lijn van de overgrote meerderheid van de lagere rechtspraak.
Dit arrest zal voornamelijk van belang zijn voor de sterfhuisbedingen die in het huwelijkscontract werden ingelast voor 1 juni 2012, dat is de datum van inwerkingtreding van de algemene antimisbruikbepaling voor doeleinden van schenk- en erfbelasting. Sinds de programmawet van 29 maart 2012 staat het sterfhuisbeding immers op de “zwarte lijst” van fiscaal misbruik en is het argument over de toepasselijkheid van art. 5 W.Succ. slechts in ondergeschikte orde van belang.
Bemerk daarnaast dat in Vlaanderen het fiscale gunsteffect van het sterfhuisbeding volledig is afgeblokt doordat de Vlaamse wetgever bij decreet van 3 juli 2015 de zinsnede “op voorwaarde van overleving” geschrapt heeft. Op nalatenschappen die opengevallen zijn na 1 juli 2015, wordt de overlevende echtgenoot die meer dan de helft der gemeenschap verkrijgt, nu reeds op grond van het decreet belast en niet langer via de antimisbruikbepaling alleen.
Met dit Cassatie arrest is er met andere woorden nu eenduidigheid gekomen voor alle betwiste situaties en lopende procedures van voor de invoering van de antimisbruikbepaling en de aanpassing van de VCF, althans in Vlaanderen.
Voor Brussel en Wallonië vormt het nieuwe arrest een argument in ondergeschikt orde, zelfs voor de sterfhuisbedingen die op de dag van vandaag in het huwelijkscontract zouden worden ingelast, niettegenstaande de opname van het sterfhuisbeding op de zwarte lijst sinds 2012. Bemerk dat er voorlopig nog geen rechtspraak bekend is die zich uitspreekt over de kwalificatie van het sterfhuisbeding als fiscaal misbruik en het eventuele tegenbewijs daarvan.