Ook nieuwe penshonado’s zitten goed op Curaçao

In Archiefby robert

Curaçao is al lange tijd een prachtig Caribisch eiland om te gaan wonen en van het welverdiende pensioen te gaan genieten. De voordelen van Curaçao liggen niet alleen in het tropische klimaat, ook het fiscale klimaat kan op Curaçao heel aantrekkelijk zijn. Curaçao heeft namelijk al lange tijd de befaamde penshonadoregeling. Indien een belastingplichtige aan een aantal voorwaarden voldoet, dan kan deze nieuwe inwoner in aanmerking komen voor een belastingtarief van slechts 10% op zijn of haar uit het buitenland afkomstige, belastbare inkomen. In plaats van een vast laag tarief kan er overigens ook voor worden gekozen om jaarlijks tegen de gewone progressieve tarieven belasting te betalen, maar dan over een vaststaand belastbaar inkomen van ANG 500.000. Deze tweede optie kan bij de zeer hoge inkomens interessant zijn, omdat dus geen belasting wordt geheven over het meerdere boven deze ANG 500.000. Van tevoren kan worden bekeken wat gunstiger is, 10% over het werkelijke inkomen dan wel de progressieve tarieven over een vast inkomen van ANG 500.000.

De Belastingdienst te Curaçao beslist of de penshonadostatus wordt toegekend of niet. Om recht te hebben op toepassing van de penshonadoregeling moet in ieder geval aan de volgende voorwaarden worden voldaan.

– De penshonado moet over een geldige verblijfsvergunning beschikken;
– De penshonado moet een eigen woning hebben te Curaçao met een waarde van minimaal ANG 450.000;
– De penshonado moet voorafgaand aan de komst naar Curaçao minstens vijf jaar in het buitenland hebben gewoond;
– De penshonado moet minimaal 50 jaar oud zijn;
– De penshonado moet zich binnen twee maanden na inschrijving in het bevolkingsregister bij de Belastingdienst te Curaçao aanmelden en verzoeken om toepassing van de regeling;
– De penshonado moet binnen 18 maanden na inschrijving in het bevolkingsregister een woning in eigen gebruik hebben;
– De penshonado of zijn/ haar echtgeno(o)te mag niet gaan werken te Curaçao (hoewel hierop enkele uitzonderingen zijn gemaakt).

Wil de penshonadoregeling goed werken, dan moet het heffingsrecht over het inkomen dat in aanmerking komt om te worden belast tegen 10% wel aan Curaçao zijn toegewezen. Onder de oude Belastingregeling met Curaçao was dat in hoofdregel nog het geval. Pensioeninkomsten en AOW-uitkeringen waren toegewezen aan het woonland (Curaçao), met uitzondering van ambtenarenpensioenen (bijvoorbeeld veel pensioenen van het ABP). Deze laatste waren toegewezen aan het bronland (Nederland). Voor lijfrentes gold daarentegen ook weer dat de heffing doorgaans was toegewezen aan het woonland Curaçao.

Zowel voor Nederlanders als voor Nederbelgen kon de penshonadoregeling heel aantrekkelijk zijn en een extra reden vormen om op Curaçao te gaan wonen. Door een belastingheffing van slechts 10% blijft er ook veel besteedbaar inkomen over om goed van het leven te kunnen genieten.

Nieuwe Belastingregeling met Curaçao
Met de invoering van de nieuwe belastingregeling met Curaçao (BNC) per 1 januari 2016 is dit veranderd. De penshonadoregeling bestaat nog steeds, maar de verdeling van heffingsrechten tussen Nederland en Curaçao is aangepast. Deze veranderingen gelden overigens niet voor personen die al op 5 juni 2014 op Curaçao waren gaan wonen, én het pensioen op die datum al was ingegaan. Op hen blijven de oude regels van toepassing.

Onder de nieuwe regeling zijn voor pensioenen en soortgelijke uitkeringen de belangrijkste veranderingen als volgt:
• Hoewel het heffingsrecht over pensioen als hoofdregel is toegewezen aan het woonland (Curaçao), krijgt het bronland (Nederland) het recht om 15% te heffen.
• AOW-uitkeringen zijn voortaan volledig belast in het bronland (Nederland).
• Overheidspensioen blijft volledig belast in het bronland.
• Voor lijfrente-uitkeringen geldt hetzelfde als voor pensioenen: Curaçao mag heffen, maar Nederland heeft het recht om eerst een heffing van 15% toe te passen.

Door de veranderingen per 2016 mag Nederland voortaan volledig heffen over het AOW-inkomen, en mag Nederland daarnaast ten minste 15% heffen over ander pensioeninkomen. Vervolgens gaat het heffingsrecht nog over naar Curaçao. Maar hoe zou dit in de praktijk uit kunnen gaan pakken? We werken het één en ander uit, ervan uitgaande dat er geen sprake is van Nederlands overheidspensioen. Voor de eenvoud wordt de toepassing van premieheffing in Nederland of Curaçao eveneens niet meegenomen, aangezien de regels hiervoor anders zijn dan voor belastingheffing.

Nederland
Voor wat betreft de AOW is het één en ander ons inziens duidelijk: Nederland heft hierover volledig belasting naar de Nederlandse tarieven. Of dit interessant is zal mede afhangen van de vraag of er in Nederland sprake is van premieplicht voor de volksverzekeringen. De tarieven in de Nederlandse belasting zonder premies bedragen namelijk slechts 8,4% over de eerste € 20.000 (afgerond) aan inkomen, en vervolgens tot een inkomen € 33.715 nog maar 12,25%. De Nederlandse belasting over de AOW kan onder omstandigheden dus best beperkt blijven.

Vervolgens mag Nederland tot 15% heffen over andere pensioen- en lijfrente-inkomsten. Het feit dat Nederland tot 15% mag heffen, betekent niet dat Nederland ook 15% gaat heffen. De nationale regels blijven van toepassing, waaronder de belastingschijven in box 1. Ook hier geldt weer dat (als er geen premieplicht is voor de volksverzekeringen) de heffing beperkt kan blijven bij een niet al te hoog pensioeninkomen met tarieven van 8,4% en 12,25%. Pas bij een inkomen boven de € 33.715 schiet het belastingtarief ineens door naar 40,4%.


Curaçao
De vraag is vervolgens wat Curaçao doet. Curaçao heeft, behalve ten aanzien van de AOW en de overheidspensioenen, het heffingsrecht na de toepassing van de Nederlandse 15% bronheffing. Wij maken hierbij een onderscheid tussen twee situaties: (1) de Nederlandse heffing bedraagt per saldo meer dan 10%, of (2) de Nederlandse heffing bedraagt minder dan 10%.

Nederlandse heffing meer dan 10%
De Nederlandse bronheffing bedraagt dus maximaal 15%, maar bij lagere pensioeninkomens kan dit ook minder zijn. Wij gaan er daarbij vanuit dat de Nederlandse belastingdruk in dit geval in ieder geval meer bedraagt dan 10%. Na deze Nederlandse bronheffing is de heffing verder aan Curaçao. Op grond van de nieuwe Belastingregeling moet Curaçao bij de toepassing van haar heffing rekening houden met de al toegepaste Nederlandse heffing. Het blijkt dan dat Nederland met 15% al meer geheven heeft dan Curaçao doet onder de penshonadoregeling met 10% maximale heffing. Het gevolg zou dan moeten zijn dat Curaçao niet meer bij kan heffen. Curaçao zou op dat moment moeten zeggen dat niet meer wordt geheven nu er op dat moment al meer dan 10% is betaald. De Nederlandse bronheffing van maximaal 15% is daarmee de totale belastingheffing geworden.

Nederlandse heffing minder dan 10%
Hoewel daar niet heel snel sprake van zal zijn, is het mogelijk dat de Nederlandse bronheffing zelfs minder is dan 10%. In dat geval zal Curaçao constateren dat er nog niet in totaal 10% is geheven. Curaçao gaat vervolgens haar voorkoming van dubbele belasting berekenen. Daarbij wordt onder meer meegenomen dat er al belasting in Nederland is betaald, maar dat dit minder is dan er op Curaçao verschuldigd zou zijn. Groso modo komt de berekening er dan op neer dat Curaçao wel rekening moet houden met de belastingheffing die al in Nederland heeft plaatsgevonden. Daarbij wordt gekeken naar de werkelijk betaalde belasting en niet naar de maximale heffing van 15%. Omdat de totale Nederlandse heffing op dat moment minder is dan 10%, kan Curaçao wel bijheffen tot het Curaçaose maximum onder de penshonadoregeling van 10%. De totale belastingdruk wordt in deze situatie dan niet meer dan 10%.

Slotopmerking
De nieuwe belastingregeling met Curaçao is in werking getreden per 1 januari 2016. Zeker voor Curaçao is deze regeling met een verrekening van een Nederlandse (bron)heffing tot 15% geheel nieuw. De bovenstaande uitwerkingen volgen uit de wet en de Belastingregeling, maar zullen pas echt duidelijk gaan worden bij de belastingaangiften die volgend jaar en de jaren daarna worden gedaan.

Conclusie: een Nederlandse penshonadoregeling?
Onder de oude Belastingregeling had de penshonadoregeling tot gevolg dat slechts 10% belasting hoefde worden betaald in Curaçao over de meeste pensioen- en lijfrente-inkomsten. Deze belasting werd in Curaçao betaald. Dit is veranderd. Onder de nieuwe Belastingregeling komt het erop neer dat niet 10%, maar in veel gevallen tot 15% belasting moet worden betaald indien de penshonadoregeling van toepassing is. Bijzonder genoeg wordt deze belasting niet in Curaçao maar aan Nederland afgedragen. Voor zover de Nederlandse heffing effectief onder de 10% blijft, zal Curaçao nog kunnen bijheffen. De Curaçaose penshonadoregeling is daarmee een beetje een Nederlandse penshonadoregeling geworden.