Opnieuw uitstel voor de invoering van BTW op prestaties van bestuurders-rechtspersonen

In Archiefby robert

Sinds 1994 hebben rechtspersonen die optreden als bestuurder, zaakvoerder of vereffenaar van een vennootschap de keuze om zich al dan niet te registreren voor btw-doeleinden en om hun handelingen al dan niet aan btw te onderwerpen. Dit was een administratieve tolerantie, naar analogie met de regeling voor natuurlijke personen die een bestuurdersmandaat uitoefenen en die ook niet btw-plichtig zijn. De Europese Commissie nam deze regeling voor rechtspersonen-bestuurders onder vuur. De btw-administratie wijzigde haar standpunt in 2014 en wilde de keuzemogelijkheid opheffen. Die regeling moest aanvankelijk in werking treden vanaf 1 januari 2015.

Rekening houdend met de talrijke vragen en om de betrokkenen voldoende tijd te gunnen om de beoogde wijzigingen correct toe te passen, heeft de FOD Financiën recent beslist om de invoering van deze regeling opnieuw uit te stellen tot 1 april 2016.Vanaf 1 april 2016 dienen de rechtspersonen-bestuurders zich dus te identificeren voor btw-doeleinden en hun handelingen aan btw te onderwerpen.

Bestuurdersvergoedingen zullen dus vanaf 1 april 2016 met btw gefactureerd moeten worden (21%). Voor vennootschappen met geen of weinig aftrekmogelijkheden en die bestuurd worden door een andere vennootschap, betekent dit een aanzienlijke extra kost. Voor natuurlijke personen die optreden als bestuurder verandert er niets.