Successieplanning: 1. Welk nieuws brengt het nieuwe Belgische erfrecht ?

In Archiefby robert

Deze artikelenreeks wil een wegwijzer worden voor uw successieplanning. De verschillende aandachtspunten van een successieplanning worden stapsgewijs besproken. Een goede planning begint met het inzicht hebben in wie wat van u zal erven als u geen testament maakt. Bent u akkoord met wat de wetgever in het erfrecht voor uw langstlevende partner en kinderen heeft voorzien, of wil u dat uw nalatenschap anders vererft ? In dat laatste geval moet u een testament maken.

De Belgische wetgever heeft recent voor een nieuw Belgische erfrecht gezorgd, om het erfrecht meer in lijn te brengen met de noden van de moderne samenleving. Wat houdt dat nieuwe Belgische erfrecht op hoofdlijnen in ? Wat is nieuw(s) ?

Behoud van vererving van vruchtgebruik aan de langstlevende – Nihil novi sub sole ?

Het oude Belgische erfrecht had als uitgangspunt dat het vruchtgebruikrecht over de goederen van de nalatenschap vererft aan de langstlevende echtgenoot. De kinderen erven de blote eigendom, ieder voor een gelijk deel. Dat uitgangspunt blijft behouden in het nieuwe Belgische erfrecht.
Steeds vaker overleeft de langstlevende echtgenote de eerststervende gedurende vele jaren. Kinderen krijgen hun erfdeel steeds later in volle eigendom, als ze zelf al de nodige reserves hebben opgebouwd.

Vruchtgebruikrechten zijn juridisch niet altijd wat er in feite door de betrokkenen van wordt verwacht. Zo is een winst op een aandeel bij verkoop in principe juridisch geen vrucht. Soms zijn er ook nauwelijks vruchten. In deze tijden van zeer lage rente, levert het vruchtgebruikrecht over een spaarrekening nauwelijks of geen inkomsten op. Steeds vaker moeten vruchtgebruikrechten worden omgezet om de langstlevende van middelen te voorzien.

Het uitgangspunt – dat de langstlevende vruchtgebruikrechten erft – blijft wel hetzelfde, maar dat neemt niet weg dat er inhoudelijk tal van zeer ingrijpende wijzigingen worden doorgevoerd, met verstrekkende gevolgen, op basis van een aantal krachtlijnen.

De krachtlijnen in de wijzigingen van het nieuwe Belgische erfrecht

1. De reserve of het voorbehouden erfdeel van de kinderen wordt ingeperkt;

2. De rechten van de langstlevende echtgenoot worden op tal van punten duidelijk
herschreven in hun verhouding tot de rechten van de kinderen, en omgekeerd;

3. Er is aandacht voor “het nieuw, weder-samengesteld gezin” met tweede partner(s) en
stiefkinderen;

4. Voor de kinderen wordt gestreefd naar een gelijkheid in waarde van erfgoederen, in
plaats van een gelijkheid in erfgoederen; en

5. Het wordt mogelijk voor een ouder om met alle afstammelingen een geldige
erfovereenkomst op maat van alle betrokkenen af te sluiten.

Een beperking van de reserve van de kinderen

U kan uw kinderen niet onterven. De reserve of het voorbehouden erfdeel van uw kinderen is het deel van uw nalatenschap dat u verplicht aan uw kinderen moet nalaten. Het overige deel van uw nalatenschap is het beschikbaar deel waarmee u één of sommige van uw kinderen kan bevoordelen, of dat u aan anderen dan uw kinderen kan nalaten.

Volgens het oude Belgische erfrecht was de reserve afhankelijk van het aantal kinderen: een enig kind had een voorbehouden recht op de helft van de nalatenschap. Bij 2 kinderen had ieder kind een onvervreemdbaar recht op 1/3e deel. In een gezin van 3 of meer kinderen hadden de kinderen ieder tenminste recht op een gelijk deel van 3/4e deel van de nalatenschap. Zo had ieder kind uit een gezin van 3 kinderen een voorbehouden recht op 1/4e deel.

Het nieuwe Belgische erfrecht beperkt de reserve van de kinderen tot de helft van de nalatenschap, ongeacht het aantal kinderen. Zo krijgt ieder kind uit een gezin van 3 kinderen volgens het nieuwe erfrecht een reserve van een 1/6e deel van de nalatenschap.

Ongeacht het aantal kinderen voorziet het nieuwe Belgische erfrecht bijgevolg in een beschikbaar deel dat gelijk is aan de helft van uw nalatenschap. Er is meer mogelijkheid om anderen dan eigen kinderen, naast eigen kinderen, te laten erven. Zo wordt in deze samenleving waarin “nieuw weder-samengestelde gezinnen” met eigen kinderen en stiefkinderen steeds vaker voorkomen, door de wetgever veel ruimte gecreëerd om kinderen van een nieuwe partner uit uw nalatenschap te laten erven. Maar ook de nieuwe partner of de langstlevende echtgenoot kunnen begunstigd worden met (een deel van) het beschikbaar deel, dat gelijk is aan de helft van de nalatenschap in volle eigendom.

De omzetting van het vruchtgebruik van de langstlevende echtgenoot door de kinderen

De langstlevende echtgenoot blijft volgens het nieuwe Belgische erfrecht het vruchtgebruikrecht over de volledige nalatenschap erven, als er geen testament is.

Nieuw is dat kinderen uit een vorige relatie van de overledene aan de langstlevende, tweede echtgenoot kunnen vragen om het vruchtgebruikrecht om te zetten, in principe in een aandeel van de nalatenschap in volle eigendom, zodat ook de kinderen onmiddellijk een deel in de nalatenschap van hun eigen ouder in volle eigendom verkrijgen. Onder het nieuwe erfrecht moeten de kinderen uit de vorige relatie die omzetting niet voor de rechtbank vorderen. Ieder kind kan de omzetting vragen. De vraag van het kind kan niet worden geweigerd.

Wanneer de kinderen gemeenschappelijke kinderen zijn van de overledene en de langstlevende echtgenoot blijft de regel behouden dat de vraag kan worden geweigerd en dat vruchtgebruik enkel kan worden omgezet middels een vordering voor de rechtbank, als de langstlevende niet akkoord gaat.

Wie hertrouwd is en kinderen uit een vorig huwelijk heeft, moet een testament maken, om het eenvoudig omzettingsverzoek te vermijden. Hetzelfde geldt ook voor wie in eerste echt getrouwd is, wanneer de houding van een gemeenschappelijk kind of de bijzondere samenstelling van het vermogen (met bijvoorbeeld een familiebedrijf) een vererving in vruchtgebruik niet aangewezen maakt.

De langstlevende kan niet onterfd worden, en blijft volgens het nieuwe erfrecht tenminste recht hebben op het vruchtgebruik van de helft van de nalatenschap. Dat vruchtgebruikrecht over de helft moet minstens gelijk zijn aan het vruchtgebruik van de woning met de daarin aanwezige huisraad.

Ook onder het nieuwe erfrecht kan het vruchtgebruikrecht van de langstlevende op de woning en de daarin aanwezig huisraad nooit omgezet worden zonder de instemming van de langstlevende.

De omzetting van het vruchtgebruik door de langstlevende echtgenoot

De vraag tot omzetting van het vruchtgebruikrecht in een aandeel van de nalatenschap in volle eigendom kan ook uitgaan van de langstlevende echtgenoot. Onder het nieuwe erfrecht kan de vraag tot omzetting die uitgaat van een tweede, langstlevende echtgenoot niet geweigerd worden door de kinderen, wanneer de blote eigendom geheel of gedeeltelijk toekomt aan kinderen van de eerststervende die geen kinderen van de langstlevende zijn.

De voortzetting van bij schenking voorbehouden vruchtgebruik door de langstlevende echtgenoot

Volgens het nieuwe erfrecht zal de langstlevende echtgenoot in principe het vruchtgebruikrecht voortzetten dat de eerststervende echtgenoot zich bij leven bij het doen van een schenking heeft voorbehouden. De schenking moet wel gebeurd zijn tijdens het huwelijk. Stel dat een man bij leven eigen goederen schenkt aan zijn kinderen en daarbij een vruchtgebruikrecht voorbehoudt. Op het moment van de schenking is de man gehuwd. Het nieuwe erfrecht voorziet een recht op voortzetting van het vruchtgebruik door zijn echtgenote. Mevrouw kan wel afstand doen van het recht.

Geen inbreng van schenkingen door de langstlevende echtgenoot

De langstlevende echtgenoot die (een deel van) het beschikbaar deel van het vermogen bij wijze van schenking van de vooroverleden echtgenoot heeft gekregen, zal volgens het nieuwe erfrecht – tenzij anders bepaald in de schenkingsakte – niet door de kinderen kunnen verzocht of verplicht worden om de schenking terug in te brengen om tot een herverdeling met de kinderen te komen.

Een gift aan een echtgenoot wordt onder het nieuwe erfrecht – tenzij anders bepaald in de schenkingsakte – geen voorschot op erfdeel. Integendeel, voor giften aan echtgenoten voorziet het nieuwe erfrecht uitdrukkelijk in een vermoeden van gift bij vooruitmaking, bovenop het erfdeel.

Geen inbreng van schenkingen voor de langstlevende echtgenoot

De langstlevende echtgenoot kan onder het nieuwe erfrecht in principe ook geen voordeel halen uit giften die aan andere erfgenamen werden gedaan. De langstlevende kan de inbreng van de giften aan andere erfgenamen niet eisen. Op aan andere erfgenamen gedane schenkingen kan de langstlevende dus in principe geen vruchtgebruikrechten laten gelden. Zoals hierboven beschreven zet de langstlevende – als uitzondering op de regel – wel het vruchtgebruik voort dat de eerst stervende voor zich had voorbehouden op schenkingen binnen het huwelijk.

Inbreng van giften door kinderen tegen waarde

De giften aan kinderen worden geacht te gebeuren als voorschot op het erfdeel. Dat blijft zo onder het nieuwe erfrecht. Dit betekent dat de kinderen hun respectievelijke giften bij het overlijden van de schenker-ouder weer in de nalatenschap (die bestaat uit de nog niet weggeschonken goederen) moeten inbrengen, om hun erfdeel te berekenen met het oog op onderlinge gelijkheid, tenzij anders bij de schenking is bepaald. Stel als voorbeeld dat een ouder 3 kinderen heeft, 1 dochter en 2 zonen. Aan de dochter werd bij schenking 1/3e deel van het totale vermogen geschonken, zonder verder detail. Er is geen testament. De kinderen erven ieder 1/3e deel. Door de inbreng wordt vastgesteld dat de dochter haar erfdeel reeds heeft gekregen.

Onder het oude erfrecht moet de inbreng in natura gebeuren, en niet in geld. Voor de waardebepaling van de inbreng wordt een onderscheid gemaakt tussen roerende goederen en onroerende goederen. Roerende goederen (zoals contanten en effecten) moeten worden ingebracht tegen hun waarde op datum van de gift. Voor onroerende goederen geldt een inbrengverplichting tegen hun waarde op datum van het overlijden. Terug naar het voorbeeld. De dochter heeft haar schenking 15 jaar voor het overlijden van haar vader gekregen, onder de vorm van een appartement in Knokke met een waarde van 300.000 euro bij de schenking. Op datum van de schenking stond de waarde van het appartement voor 1/3e deel van de waarde van het totale vermogen. In de 15 jaar tussen de schenking en het overlijden is de waarde van het appartement verdrievoudigd tot 900.000 euro. De dochter moet het appartement inbrengen bij de goederen in de nalatenschap die bestaan uit gelden op rekeningen voor een bedrag van 600.000 euro. Ieder kind heeft recht op een gelijk erfdeel van 500.000 euro. De broers kunnen eisen mede-eigenaars te worden, ieder voor een 1/3e deel, van het appartement. Het resultaat zou niet anders zijn als de broers ook 15 jaar terug schenkingen hadden gekregen, ieder voor een bedrag in contanten van 300.000 euro. De nalatenschap is bij veronderstelling gelijk aan 0. Ongeacht de bestemming van de contanten moeten de broers naar oud erfrecht ieder slechts 300.000 euro inbrengen, en ieder 100.000 euro aan hun zus geven.

Het nieuwe erfrecht vervangt de inbreng in natura door een inbreng in waarde, en biedt zo de mogelijkheid aan de begiftigden om gekregen goederen te behouden. Voorts komt er slechts één regel bij de waardering van de inbreng. Ongeacht de aard van het geschonken goed moet de inbreng gebeuren tegen de waarde op datum van de gift. Voormelde waarde moet wel jaarlijks worden geïndexeerd. Het indexcijfer is dat van de consumptieprijzen. Als in het voorbeeld ieder kind op dezelfde dag een gelijkwaardige gift heeft gekregen, kan er door de nieuwe regels bij overlijden jaren later geen afgifteplicht door een verschil in waardestijging meer zijn. De nieuwe regels kunnen wel weer tot ongelijkheid leiden als kinderen op verschillende data gelijke giften krijgen, door de verplichte jaarlijkse indexering.

Op de nieuwe waarderingsregel geldt een belangrijke uitzondering. Als de schenker levenslang vruchtgebruik voor zich heeft voorbehouden, geldt niet de waarde op datum van de gift als de in te brengen waarde, maar de waarde op datum van het overlijden van de vruchtgebruiker, volgens het nieuwe erfrecht.

Inkorting van giften door kinderen tegen waarde

De inkorting van giften aan bepaalde kinderen moet gebeuren als andere kinderen door de giften hun reserve niet krijgen. Het maakt daarbij niet uit of de giften gebeurd zijn als voorschot op erfdeel of bij vooruitmaking, bovenop het erfdeel. De benadeelde kinderen die hun reserve dreigen te verliezen, kunnen de inkorting vorderen. Terug naar het voorbeeld hierboven onder het oude erfrecht. De inkorting moet voor onroerende goederen gebeuren in natura, en tegen de waarde van de geschonken goederen op datum van overlijden. Het appartement in Knokke is op datum van overlijden 900.000 euro waard. De nalatenschap bestaat uit gelden op rekeningen voor een bedrag van 600.000 euro. De reserve van iedere zoon bedraagt 1/4e deel van 1.500.000 euro of 375.000 euro. Doordat het beschikbaar deel 1/4e deel of 375.000 euro bedraagt, kan de dochter maximaal 750.000 euro krijgen als ze conform de akte van schenking gekregen heeft zonder inbrengverplichting, bij vooruitmaking. De zonen kunnen inkorting in natura vorderen, en een aandeel in het appartement eisen !

Zoals bij inbreng, gaat onder het nieuwe erfrecht gelden dat de inkorting niet langer gebeurt in natura, maar in waarde. De waarde die moet worden in rekening gebracht is in de regel de waarde op datum van de gift, jaarlijks geïndexeerd tot aan het overlijden. In het voorbeeld zal een rekensom moeten uitwijzen of de indexering over 15 jaar ertoe leidt dat de waarde van de gift van 300.000 euro – na de indexatie-oefening – 4/6e deel overtreft van de optelsom van de geïndexeerde gift en het nagelaten bedrag van 600.000 euro. De dochter kan onder het nieuwe erfrecht immers naast haar eigen reserve van 1/6e deel nog het volledige beschikbaar deel van de nalatenschap krijgen. Dat beschikbaar deel is gelijk aan de helft van de nalatenschap !

Zoals voor de inbreng, zal ook voor de inkorting – als uitzondering op de regel – bij een schenking met voorbehoud van vruchtgebruik, de waarde op datum van het overlijden van de vruchtgebruiker in rekening worden genomen.

Geen inkorting van schenkingen voor de tweede, langstlevende echtgenoot

Als kinderen vorderingen tot inkorting instellen, kan de tweede, langstlevende echtgenoot daar onder het nieuwe Belgische erfrecht geen voordeel van genieten, voor zover het vorderingen betreft tot inkorting van schenkingen die door de overledene werden gedaan voor het huwelijk met de langstlevende.

Geen inkorting van schenkingen door de tweede, langstlevende echtgenoot

De tweede, langstlevende echtgenoot kan onder het nieuwe erfrecht zelf ook geen inkorting vragen van schenkingen die door de eerststervende werden gedaan voor het huwelijk.

De verklaring van behoud voor 1 september 2018

Giften die voor 1 september 2018 werden gedaan blijven uiteraard geldig onder het nieuwe erfrecht. Aandachtspunt is wel voor giften die voor 1 september 2018 werden gedaan, dat de nieuwe regels inzake de wijze van inbreng en inkorting en de waardering bij inbreng en inkorting in principe gaan gelden bij een overlijden vanaf 1 september 2018. Dat kan niet gewenste effecten met zich meebrengen. Een typisch scenario is dat waarin de kinderen met ongelijke goederen werden begiftigd, en waarin de ouders op een later tijdstip door de reeds vastgestelde verschillen in waardestijging van de geschonken goederen, nogmaals ongelijk geschonken hebben om op dat tweede tijdstip de som van de schenkingen in waarde gelijk te trekken. Door de nieuwe waarderingsregels kan de egalisatie-oefening bij het overlijden toch weer tot ongelijkheid leiden.

Als u niets doet, gaan automatisch de nieuwe regels van inbreng en inkorting gelden, ook op de schenkingen die voor 1 september 2018 werden gedaan. Als u wil dat de oude regels van inbreng en inkorting blijven gelden, moet u in principe voor 1 september 2018 een verklaring van behoud afleggen voor notaris. Het is een ‘alles of niets’-keuze. Als u wil kiezen voor het behoud van de oude regels moet u dat voor alle schenkingen doen.

De globale erfovereenkomst tussen de ouder(s) en de afstammelingen

U kan in principe voor uw overlijden geen rechtsgeldige overeenkomst met uw afstammelingen afsluiten over uw toekomstige nalatenschap. De Belgische wet verbiedt in principe erfovereenkomsten bij leven. Het verbod blijft als principe gelden onder het nieuwe erfrecht. Echter, het nieuwe erfrecht voorziet in een nieuwe uitzondering op het principe, middels de invoering van de globale erfovereenkomst.

Het nieuwe Belgische erfrecht laat een ouder toe om reeds bij leven met alle afstammelingen tot een rechtsgeldige overeenkomst over de toekomstige erfenis te komen. De overeenkomst moet worden afgesloten met alle afstammelingen, en kan niet met een aantal van de kinderen maar niet met alle. In principe moet de overeenkomst een regeling over het globale, volledige vermogen betreffen. Naast inhoudelijke voorwaarden zijn er ook vormvereisten. De overeenkomst moet opgenomen worden in een notariële akte. Een geschrift dat geen notariële akte is, kan onmogelijk dienst doen als een geldige erfovereenkomst.

De wetgever geeft de kans om in de overeenkomst een evenwicht vast te stellen tussen alle vermoedelijke erfgenamen. Er kan rekening worden gehouden met alle schenkingen die de ouder reeds heeft gedaan voor de overeenkomst, zowel schenkingen als voorschot op erfdeel als schenkingen bij vooruitmaking. Allerlei andere door de vermoedelijke erfgenamen verkregen voordelen – die op schenkingen neerkomen – kunnen in de overeenkomst worden meegenomen. Er kunnen ook compenserende schenkingen worden toegekend in de overeenkomst zelf. Er kan rekening gehouden worden met de specifieke, verschillende situaties van elk van de vermoedelijke erfgenamen, zodat een evenwicht op maat wordt bekomen.

In de erfovereenkomst van ouders met hun kinderen en kleinkinderen kan bijvoorbeeld een “erfenissprong” worden overeengekomen. De kinderen kunnen er mee akkoord dat de toekomstige erfenis van hun ouders naar hun eigen kinderen zal gaan (kleinkinderen van de toekomstige erflaters), en dat er dus een generatiesprong zal worden gemaakt bij de vererving. Het kunnen maken van een erfenissprong wordt door de wetgever in de nieuwe erfwetgeving uitdrukkelijk naar voor geschoven als een beslissing die kan worden opgenomen in een globale erfovereenkomst.

Een globale erfovereenkomst is bindend voor alle partijen. Een goede erfovereenkomst kan jarenlange discussies en niet te herstellen onenigheid binnen de familie voorkomen.

Inwerkingtreding vanaf 1 september 2018

Het nieuwe Belgische erfrecht treedt in werking vanaf 1 september 2018. Dit betekent dat de vererving van de nalatenschap van al wie op of na 1 september 2018 overlijdt als inwoner van België in principe volgens dit nieuwe erfrecht zal worden geregeld.

Voor schenkingen van voor 1 september 2018 gaan vanaf 1 september 2018 de nieuwe regels van inbreng en inkorting gelden, zoals hierboven beschreven. Wie al geschonken heeft en wenst dat de oude regels van inbreng en inkorting van toepassing blijven, moet dat in principe voor 1 september 2018 laten vastleggen in een notariële akte. De keuze voor het behoud van de oude regels kan enkel voor alle schenkingen gebeuren, of niet.

Testament maken naar Belgisch of naar Nederlands recht

Wie wel woont in België, maar niet wil dat zijn (of haar) nalatenschap gaat vererven volgens het nieuwe Belgische erfrecht, moet een testament maken. U kan een testament maken voor Belgische notaris. Dat testament zal dan opgemaakt worden naar Belgisch recht. U moet dan toch rekening houden met de nieuwe Belgische erfrechtregels. U moet in ieder geval de nieuwe regels van de reserve respecteren.

Als u de nationaliteit van Nederland hebt – als NederBelg ! – kan u een rechtsgeldig testament maken naar Nederlands erfrecht. Uw erfenis zal dan niet vererven naar het hierboven beschreven nieuwe Belgische erfrecht. U moet zich dan ook geen zorgen maken over de gevolgen van de nieuwe regels inzake inbreng en inkorting voor de schenkingen die u reeds hebt gedaan. België moet bij uw overlijden uw rechtskeuze voor Nederlands erfrecht in uw testament respecteren.

Wordt ook de Belgische erfbelasting-wetgeving herschreven ?

Of uw nalatenschap bij uw overlijden als inwoner van België zal vererven naar nieuw Belgisch erfrecht, dan wel naar Nederlands erfrecht op grond van een rechtskeuze in een testament, er zal in ieder geval in België erfbelasting verschuldigd zijn door uw erfgenamen.

In België zijn de gewesten bevoegd om erfbelasting te heffen. Wie woont in het Vlaamse Gewest, moet bij zijn (of haar) successieplanning rekening houden met de heffing van Vlaamse erfbelasting, ook als de wijze van vererving geregeld is in een testament met keuze voor het Nederlands recht.

Er zijn heel wat ontwikkelingen in de Vlaamse erfbelasting, waarvan sommige met een enorm impact op het financiële luik van een successieplanning. U leest er alles over in het volgende artikel van deze reeks.