Successieplanning: 2. De recente hervorming van de Vlaamse erfbelasting: één (grote) sprong voorwaarts !

In Archiefby robert

Nu de federale wetgever voor nieuw Belgisch erfrecht heeft gezorgd, kon de Vlaamse overheid niet achterblijven met een update van de Vlaamse erfbelasting. Er zijn tal van wijzigingen voorzien in de Vlaamse erfbelasting die vanaf 1 september 2018 zullen in werking treden.

Krachtlijnen in de wijzigingen van de Vlaamse erfbelasting

De wijzigingen in de Vlaamse erfbelasting gaan uit van twee krachtlijnen, en worden in dit artikel op hoofdlijnen weergegeven.

Enerzijds is het de bedoeling tot een meer gematigde erfbelasting te komen, door de verlaging van de tarieven en de invoering van nieuwe vrijstellingen. Het voornemen is absoluut lovenswaardig, maar het resultaat is jammer genoeg uiterst beperkt.

Anderzijds is het de opzet de erfbelastingwetgeving in lijn te brengen met het nieuwe erfrecht. Op één punt is deze opzet wel zeer geslaagd !

Verlaging tarieven

Geen verlaging tarieven tussen (groot)ouders en (klein)kinderen, en tussen echtgenoten en partners

De tariefverlaging blijft beperkt tot verervingen tussen broers en zussen en verervingen tussen anderen. In de rechte lijn, tussen (groot)ouders en (klein)kinderen, en tussen echtgenoten en partners, blijven de tarieven ongewijzigd.

Ongewijzigde tarieven
In rechte lijnen en tussen echtgenoten en partners
vanaf 0,01 euro tot en met 50.000 euro : 3%
vanaf 50.000,01 euro tot en met 250.000 euro : 9%
vanaf 250.000,01 euro : 27%
Tussen broers en zussen

Verlaging tarieven tussen broers en zussen
Tussen broers en zussen wordt het toptarief van 65% afgeschaft. Er wordt een nieuw laagste tarief van 25% ingevoerd. De “oude” “lagere” tarieven van 30% en 55% worden de hogere tarieven. Ook aan de bandbreedte van de tariefschijven wordt gesleuteld. Per saldo verandert niet veel, behalve voor zeer kleine nalatenschappen.

Gewijzigde tarieven
Tussen broers en zussen
vanaf 0,01 euro tot en met 35.000 euro : 25%
vanaf 35.000,01 euro tot en met 75.000 euro : 30%
vanaf 75.000,01 euro : 55%

Verlaging tarieven tussen verdere verwanten dan broer of zus en tussen niet-verwanten

Ook tussen anderen (dit is tussen verdere verwanten dan broer of zus en tussen niet-verwanten) wordt het toptarief van 65% afgeschaft. Het nieuwe laagste tarief wordt 25% zoals tussen broers en zussen. De “oude” “lagere” tarieven van 45% en 55% worden de hogere tarieven, en de tariefschijven worden aangepast.

Gewijzigde tarieven
Tussen anderen
vanaf 0,01 euro tot en met 35.000 euro : 25%
vanaf 35.000,01 euro tot en met 75.000 euro : 45%
vanaf 75.000,01 euro : 55%

Het hoogste tarief – dat 55% wordt – blijft onaanvaardbaar hoog ! Inwoners van het Vlaamse Gewest zonder kinderen blijven genoodzaakt om op zoek te gaan naar een alternatief voor de klassieke ververing, als ze niet willen dat de overheid veruit het grootste voordeel uit hun erfenis haalt. Gelukkig zijn die alternatieven – in al maar meer gesofisticeerde vormen – beschikbaar, ook voor wie niet wil schenken.

Nieuwe vrijstelling voor langstlevende echtgenoot en partner

De langstlevende echtgenoot en partner genieten in de Vlaamse erfbelasting reeds van een vrijstelling voor de waarde van hun erfdeel in de gezinswoning. Het maakt daarbij niet uit hoe groot dat erfdeel is. Als de langstlevende bij testament of huwelijkscontract het volledige aandeel van de eerstervende in de gezinswoning verkrijgt, kan dat volledig vrij van erfbelasting gebeuren.

De nieuwe vrijstelling voor de langstlevende echtgenoot en partner betreft de vererving van roerende goederen. De vrijstelling blijft echter beperkt tot 50.000 euro. Daarenboven is de vrijstelling een voetvrijstelling, wat wil zeggen dat de vrijstelling wordt toegekend in de laagste schijf met het 3%-tarief. Concreet wordt 1.500 euro bespaard als de langstlevende roerende goederen erft voor een waarde van 50.000 euro of meer. Ook hier is het effect van de wijziging beperkt, behalve voor de zeer kleine nalatenschappen.

Geen vrijstelling voor voortgezet vruchtgebruik

Volgens het nieuwe Belgische erfrecht zet de langstlevende in principe het vruchtgebruikrecht voort dat de eerststervende echtgenoot zich bij leven bij het doen van een schenking had voorbehouden. De voorwaarden werden in het vorig artikel van deze reeks toegelicht.

In de Vlaamse erfbelasting wordt uitdrukkelijk niet in een vrijstelling voorzien voor dit voortgezet vruchtgebruik.

Heffing van schenkbelasting over schenking in globale erfovereenkomst ?

Het nieuwe Belgische erfrecht voorziet in een nieuwe uitzondering op het principe dat overeenkomsten over toekomstige nalatenschappen ongeldig zijn, middels de invoering van de globale erfovereenkomst. Over de voorwaarden hebt u meer gelezen in het vorige artikel van deze reeks. Om geldig te zijn, moet de erfovereenkomst vastgelegd worden in een notariële akte.

Zowat alle erfovereenkomsten zullen reeds gedane schenkingen vermelden. Er kunnen ook nieuwe schenkingen worden toegekend in de erfovereenkomst zelf.

Zo kan een vader die een discussie heeft met zijn 3 kinderen over giften besluiten om in een erfovereenkomst tot een regeling te komen in de hoop de situatie zo gelijk te trekken. De oudste zoon heeft reeds 6 jaar eerder 100.000 euro gekregen. De middelste zoon heeft zijn schenking van 100.000 euro nog geen 3 maanden eerder gekregen. De jongste zoon moet de schenking nog krijgen en wil niet langer wachten. In de erfovereenkomst worden beide schenkingen die reeds zijn gedaan, louter als feit vermeld. De schenking aan de jongste zoon wordt toegekend.

Vraag is uiteraard of het vermelden en toekennen van schenkingen in zo’n erfovereenkomst tot heffing van schenkbelasting zal aanleiding geven.

Als u als inwoner van het Vlaamse Gewest in een erfovereenkomst die wordt opgemaakt voor een Belgische notaris een schenking vermeldt die u reeds meer dan 3 jaar eerder hebt gedaan, zal de heffing van Vlaamse schenkbelasting uitblijven. Er kan bij uw overlijden als inwoner van het Vlaams Gewest ook geen Vlaamse erfbelasting meer verschuldigd zijn over de schenking.

Als u een schenking vermeldt die u nog geen 3 jaar eerder hebt gedaan, is de wijze en het doel van de vermelding cruciaal. Als u niet wil dat de vermelding geldt als titel van de schenking en dat ook duidelijk en correct opgeeft, zal er geen Vlaamse schenkbelasting worden geheven. Bij uw overlijden binnen de 3 jaar na de schenking, is er dan wel nog Vlaamse erfbelasting verschuldigd. Als u daarentegen in de erfovereenkomst vermeldt dat de akte met de erfovereenkomst wordt bedoeld als titel van de schenking, is schenkbelasting verschuldigd bij de registratie van de akte. Een later risico op heffing van erfbelasting sluit u zo uit.

Over schenkingen die u voor het eerst in de erfovereenkomst toekent, is uiteraard schenkbelasting verschuldigd bij registratie van de Belgische notariële akte met de erfovereenkomst.

Terug naar het voorbeeld van de vader met de 3 zonen. Vader overlijdt 2 jaar na de opmaak van de erfovereenkomst. Over de schenking aan de oudste zoon die 8 jaar oud is, is geen erfbelasting meer verschuldigd. Er is ook geen schenkbelasting over betaald. Ook over de schenking aan de jongste zoon die in de erfovereenkomst is toegekend, is geen erfbelasting meer verschuldigd. De schenking is nog geen 3 jaar oud, maar er is schenkbelasting over betaald. De middelste zoon betaalt de rekening voor het louter vermelden in de erfovereenkomst van zijn schenking. Zijn schenking is nog geen 3 jaar oud op datum van overlijden. Hij is alsnog erfbelasting verschuldigd. Finaal is de beoogde gelijkheid dus niet bereikt.

Doorgeefschenking zonder schenkbelasting met effect van een generatiesprong !

In het nieuwe Belgische erfrecht is de erfovereenkomst ook uitdrukkelijk bedoeld als een middel om tussen 3 generaties een erfenissprong overeen te komen. Kinderen kunnen er in een erfovereenkomst mee akkoord gaan dat dat de toekomstige erfenis van hun ouders naar hun eigen kinderen zal gaan, en dat er dus een generatiesprong zal worden gemaakt bij de vererving.

Na een overlijden – zonder dat er tevoren een erfovereenkomst werd opgemaakt – kan een kind dat in principe erft, ook beslissen om afstand te doen van zijn erfenis, om zo zijn eigen kinderen (die kleinkinderen van de erflater zijn) te laten erven. Met een eerdere wetswijziging is de Vlaamse wetgever al overstag gegaan, zodat de heffing van de erfbelasting bij de kleinkinderen gebeurt, en de erfenissprong financieel heel wat voordeel kan opleveren.

Stel dat een enige zoon van zijn vader effecten met een waarde van 1.000.000 euro erft en ook een woning met een waarde van 1.000.000 euro. Als de zoon de erfenis aanvaardt, is hij zowel over de effecten als over de woning 222.000 euro erfbelasting verschuldigd, of 444.000 euro erfbelasting in totaal. De enige zoon kan beslissen om afstand te doen van zijn erfenis in het voordeel van zijn 4 dochters. De 4 dochters betalen ieder 19.500 euro over hun aandeel in de effecten en nog eens 19.500 euro over hun aandeel in de woning. In totaal betalen de 4 dochters samen 156.000 euro erfbelasting. Er wordt 288.000 euro erfbelasting bespaard. Nadeel is wel dat het een “alles of niets”-beslissing is voor de zoon, die vrij snel – in de praktijk binnen de 4 maanden na het overlijden – moet worden genomen. Dat snel over “alles of niets” moeten beslissen, zet in de praktijk een enorme rem op het gebruik de erfenissprong.

Nieuw is nu de beslissing van de Vlaamse wetgever om geen schenkbelasting te heffen over wat een kind, of langstlevende echtgenoot of partner, beslist van zijn (of haar) erfdeel door te geven aan de volgende generatie(s) !

Zo kan een kind dat geërfd heeft van zijn ouder en dat erfbelasting betaald heeft over zijn erfenis, beslissen om zijn erfdeel – geheel of gedeeltelijk – via een schenking door te geven aan zijn eigen kinderen of kleinkinderen. De schenking blijft vrij van schenkbelasting , voor zover er door de doorgeefschenking niet meer schenkbelasting wordt bespaard dan er erfbelasting werd betaald ! Er wordt een jaar de tijd gegeven om de beslissing te nemen.

De doorgeefschenking kan zowel met geërfde roerende goederen als met geërfde onroerende goederen gebeuren, zonder betaling van schenkbelasting ! Cruciaal is wel dat de doorgeefschenking moet gebeuren met onroerende goederen uit de erfenis om onbelast te kunnen blijven !

Stel dat de enige zoon die voor 1.000.000 euro effecten geërfd heeft van zijn vader, samen met een woning met een waarde van 1.000.000 euro, slechts een dochter heeft. De zoon betaalt de 444.000 euro erfbelasting en beslist vervolgens 1 jaar later om de woning door te geven aan zijn dochter. Hij bespaart zo 198.000 euro schenkbelasting ! De schenkbelasting die in principe verschuldigd is, ligt lager dan de betaalde erfbelasting. De schenking kwalificeert als onbelaste doorgeefschenking. De schenkbelasting moet niet worden betaald !

De enige zoon kan ook beslissen om de effecten onbelast door te schenken. De bespaarde schenkbelasting ligt dan wel een stuk lager, meer bepaald op 30.000 euro (3%).

De zoon kan ook beslissen om de helft van de effecten te schenken, of de helft van de woning, of nog de helft van de effecten samen met de helft van woning. Hij kan zelfs beslissen om de woning en de effecten te verkopen, en om vervolgens 2.000.000 euro in contanten onbelast door te schenken.

Wat niet kan, is de effecten verkopen en er een appartement mee kopen, om dat appartement vervolgens onbelast door te schenken. Het appartement werd niet geërfd uit de nalatenschap en kwalificeert bijgevolg niet als voorwerp voor een onbelaste doorgeefschenking.

De onbelaste doorgeefschenking biedt zeer interessante mogelijkheden om een erfenis zonder schenkbelasting geheel of gedeeltelijk door te geven, zelfs als die erfenis geheel of gedeeltelijk bestond uit onroerend goed.

Ook de langstlevende echtgenoot of partner kan via een doorgeefschenking wat hij (of zij) geërfd heeft van de eerststervende, na betaling van erfbelasting, onbelast doorgeven aan de kinderen of kleinkinderen.

Stel dat de langstlevende op basis van een testament of huwelijkscontract voor 1.000.000 euro effecten geërfd heeft van de eerststervende, samen met de woning met een waarde van 1.000.000 euro. De langstlevende betaalt 222.000 euro erfbelasting over de effecten en geniet van een vrijstelling over de waarde van de woning. De langstlevende kan binnen het jaar beslissen om de effecten te houden en de woning door te geven. Over de doorgeefschenking aan een enige kleindochter is in principe 198.000 euro schenkbelasting verschuldigd. De schenkbelasting wordt bespaard en is niet te betalen, omdat ze lager ligt dan de erfbelasting !

De nieuwe onbelaste doorgeefschenking met het effect van een generatiesprong biedt uitgelezen nieuwe planningsmogelijkheden, en creëert prachtige kansen voor de onbelaste overdracht van onroerend goed. Met de doorgeefschenking is een grote sprong voorwaarts gemaakt in het onbelast overdragen van vermogen aan jongere generaties binnen families !

Jammer genoeg zijn de Vlaamse wetgever en de Vlaamse Belastingdienst niet altijd even constructief in het meedenken in het kader van vermogensoverdracht binnen een familiale successieplanning. Zo is er veel te doen over het standpunt inzake de onbelaste schenking voor Nederlandse notaris met voorbehoud van vruchtgebruik. Is er wel of niet erfbelasting over verschuldigd, ook na 3 jaar ? Een volgend artikel in deze reeks geeft u een stand van zaken !