Kwalificerende buitenlandse belastingplicht

In Archiefby robert

Het is momenteel de aangiftetijd voor de Nederlandse Inkomstenbelasting. Een hoofdpunt voor de personen die niet in Nederland wonen, maar toch in Nederland aangifte moeten doen is de kwalificerende buitenlandse belastingplicht (kbb). Voldoen aan de criteria van een kbb betekent dat zij dezelfde aftrekposten en heffingskortingen krijgen als een inwoner van Nederland.

De zaak is nogal veranderd, gaan we dat nu merken?
Nu gaan we het inderdaad merken. Tot en met 2014 hadden we te maken met de fictieve binnenlandse belastingplicht. Vanaf 2015 hebben we te maken met de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Vroeger mocht je kiezen voor fictieve binnenlandse belastingplicht. Nu is die keuze weg. Je valt onder de nieuwe regeling of je valt er niet onder. Het komt erop neer dat je aan de belangrijkste voorwaarde voldoet op het moment dat 90% van je inkomen naar Nederlandse grondslagen belastbaar is in Nederland. Er zijn nog een berg verplichtingen daarnaast. Er moet een inkomensverklaring gevraagd worden bij de lokale Belgische belastingdienst. Daar dient een formulier voor te worden ingevuld met een opgave van alle inkomsten en vermogensbestanddelen die je had. Dat formulier moet voor akkoord getekend worden door de belastingdienst in het woonland. Vervolgens wordt deze verklaring naar de Nederlandse belastingdienst gestuurd en pas dan zal de aangifte in behandeling genomen kunnen worden.

Moet dat inkomen echt naar Nederlandse normen worden uitgerekend?
Ja, er moet echt naar Nederlandse normen gekeken worden. Als voorbeeld: een naar Belgisch recht kwalificerende TAK-21 of TAK-23-verzekering zou naar Nederlands recht gezien worden als een polis in Box 3 en zou belast vermogen zijn in de ogen van de Nederlandse fiscus, waardoor het ook meetelt als niet in Nederland belastbaar inkomen.

Dus met dit soort polissen kan je onder de grens duiken zonder dat je het door hebt?
Ja, met zo’n polis kan je inderdaad aan de verkeerde kant van de 90%-grens uitkomen. Sommige gevallen worden nog gered door fiscaal partnerschap, waarbij vervolgens het inkomen van beide partners gezamenlijk voor meer dan 90% een Nederlandse grondslag heeft. Dan kun je alsnog kwalificeren met zijn tweeën. Anders kan het helaas een lastige zaak worden.

En wat zijn dan de belangrijkste gevolgen als je niet voldoet?
Als je niet voldoet is in de praktijk het meest voorkomende gevolg het kwijtraken van de hypotheekrenteaftrek in Nederland. Dat is in veel situaties een serieuze en tevens de grootste aderlating. Met de financiering van een huis wordt altijd rekening gehouden met een teruggave. Als je die dan kwijt raakt, dan is dat heftig. Dat scheelt in veel gevallen duizenden euro’s per jaar en dat kan net betekenen dat de woning niet meer zo goed financierbaar is.

Je hebt een partner waarmee je getrouwd bent of samenwoont. De een werkt in Nederland, de ander in België. Hoe loopt het dan?
Afhankelijk van de eigendomsverhoudingen van de woning en van het eigen inkomen kan het zijn dat, bijvoorbeeld als de woning 50/50 in eigendom is, de helft van de hypotheekrenteaftrek behouden kan blijven. Er zijn mogelijkheden om te gaan kijken naar verschuiving van de eigendom van de woning. Die zijn er wel, maar dat is echt maatwerk, afhankelijk van de gevolgen per persoon moet bezien worden of dat de goede oplossing is. Als er teveel Box 3 vermogen is, kan de meest simpele oplossing soms al zijn een kleine aflossing op de hypotheek. Voor de resterende schuld kan dan weer ineens wel hypotheekrenteaftrek ontstaan. Dat is de meest gemakkelijke variant, maar het moet wel mogelijk zijn. Dat hangt helemaal van de persoonlijke situatie af.
Door de aangiften over 2015 gaan we zien wat er gebeurt. We hopen er het beste van, maar we vrezen voor moeilijke situaties.

AOW en Brede Herwaarderingspolis
Er is in België op dit moment weer veel discussie over de belastbaarheid van de Nederlandse AOW. Er zijn ook rechtszaken en uitspraken geweest. Heeft zoiets nog invloed op de Nederlandse belastingaangifte?
Dat kan invloed hebben op de Nederlandse belastingaangifte, want als je er enerzijds voor kiest of in de situatie terecht komt dat je Nederlandse AOW niet in België belastbaar is omdat je hier nooit op grond van werk of dienstbetrekking sociaal verzekerd bent geweest, dan heb je de mogelijkheid dat de AOW-uitkering in België niet belastbaar is, maar dan telt dit weer wel mee voor de beroemde 25.000 euro-grens in het verdrag. Dat kan betekenen dat, met eventueel andere onbelaste of laag belaste uitkeringen, het heffingsrecht terug om kan slaan naar Nederland, en in dat geval ook voor de AOW. Kom je daar bovenuit, dan telt dat inkomen weer wel mee voor de kwalificerende buitenlandse belastingplicht. Het is gelijk, of men door de kat of de hond gebeten wordt.

Een ander punt: de oude ‘pre-Brede Herwaarderings’-polissen. Wat kunnen we daar nog mee?
Dit zijn polissen die zijn afgesloten voor 1992. Die zullen zo langzamerhand wel tot uitkering komen. Als je die polissen in Nederland hebt afgesloten en je bent nadien verhuisd naar België, dan kun je in België dergelijke polissen nu nog volkomen onbelast afkopen. Dan komt de hele opbrengst belastingvrij in privé binnen. Dit is een mooie meevaller. Nederland kan daar niet meer over heffen vanwege uitspraken van de Hoge Raad en in België is dat in de meeste gevallen ook geen belastbaar inkomen. We hebben dit diverse malen goed zien gaan in de zin dat we met aanslagen gezien hebben dat het zo verwerkt werd door beide belastingdiensten.

Nederlandse dividendbelasting

Een laatste punt is een aantal uitspraken van het Europese Hof over de Nederlandse dividendbelasting. Een mogelijkheid voor personen die niet in Nederland wonen om een teruggave te krijgen van die dividendbelasting. Het is een technisch niet eenvoudig onderwerp. We lichten toe om welke situatie het zou kunnen gaan.

Stel je woont in het buitenland en je hebt een portefeuille met Nederlandse aandelen en daar wordt dividend op uitbetaald. Er wordt direct Nederlandse dividendbelasting ingehouden. En dan?
Dan hangt het weer af van je totale Nederlandse inkomen of je die dividendbelasting in Nederland kunt terugvragen. We hebben daarnet de bijzondere situatie met de uitkering uit de pre-brede herwaarderingspolis gehad. Dus stel: je hebt op 1 januari, de peildatum voor de aangifte, die uitkering nog niet gehad. Je krijgt die polis wel op 2 januari uitgekeerd. Je koopt daar Nederlandse aandelen voor die in de loop van het jaar ook dividend uitkeren. Dan heb je op de peildatum voor de Nederlandse aangifte geen inkomen gehad in Box 3. Als je bijvoorbeeld ook geen andere inkomsten uit Nederland gehad hebt dan alleen die dividenduitkering, dan kun je theoretisch de volledige dividendbelasting terugvragen, want Nederland concludeert na afloop van dat jaar dat er helemaal geen inkomen in Nederland geweest is.

De Europees Hof uitspraak zegt toch dat je een vergelijking moet maken tussen iemand die in Nederland woont met zo’n portefeuille en iemand die niet in Nederland woont met eenzelfde portefeuille?
Klopt, een persoon in Nederland met zo’n portefeuille die op 1 januari geen vermogen in Box 3 heeft, bijvoorbeeld in combinatie met een vrijgestelde pensioen- of pre-brede herwaarderingspolis, kan heel goed hiervoor in aanmerking komen. Die heeft dus 0 inkomen naar Nederlandse begrippen en zou dus alle ingehouden dividendbelasting als voorheffing op de inkomstenbelasting terugkrijgen. Voor een inwoner van België geldt dit ook. Want het Europees recht verplicht ertoe om een buitenlander hetzelfde te behandelen als iemand die in Nederland woont.

De oude pre-Brede Herwaarderingspolissen en Nederlandse dividendbelasting zijn weer kansen in de aangifte. Daar tegenover staat de kwalificerende buitenlandse belastingplicht waar we dit jaar voor het eerst in de aangifte mee te maken krijgen. Het zijn plussen en minnen.