Komen interesten van (sommige) Nederlandse spaardeposito’s in aanmerking voor het Belgisch fiscaal gunstregime?

In Archiefby robert

Als Belgisch Rijksinwoner genoot u tot inkomstenjaar 2017 (aanslagjaar 2018) van een fiscale vrijstelling op de eerste schijf van 1.880 euro aan renten ontvangen op een spaardeposito.. Deze vrijstelling werd vanaf aanslagjaar 2019 (inkomstenjaar 2018) bijna gehalveerd tot 960 euro. Boven deze grens betaalt u slechts 15% (i.p.v. het standaardtarief van 30%) roerende voorheffing.
Dit fiscale gunstregime stond reeds eerder onder vuur omdat België voorwaarden oplegt die typisch zijn aan haar eigen markt zodanig dat spaargelden op buitenlandse spaarrekeningen defacto buiten de vrijstelling vallen.

Aan welke voorwaarde dient mijn spaardeposito te voldoen opdat ik kan opteren voor dit gunstregime?

Opdat u van deze vrijstelling kan genieten dient uw spaardeposito te voldoen aan enkele concrete basisvoorwaarden. Zo wordt onder meer bepaald dat een spaardeposito moet worden uitgedrukt in euro, moeten de opvragingsmogelijkheden worden beperkt en moet de vergoeding bestaan in een basisrente en een getrouwheidspremie.
Indien u renten heeft ontvangen op een buitenlandse spaardeposito, dan kan de eerste schijf van 1.880 euro in principe de vrijstelling genieten op voorwaarde dat u aan de Belgische fiscale administratie kan bewijzen dat (1) het gaat om een spaardeposito dat wordt gereglementeerd door een gelijkwaardige bevoegde overheidsinstantie van die desbetreffende lidstaat en (2) naar analogie voldoet aan de vereisten die de Belgische wetgever oplegt aan Belgische spaardeposito’s. Concreet moet u dus kunnen aantonen dat uw Nederlandse spaardeposito ‘vergelijkbaar’ is met dat van een Belgische bank.

Nu blijkt echter dat de vooropgestelde vergoedingsregeling die bestaat uit een basispremie en een getrouwheidspremie iets ‘typisch’ Belgisch is waardoor buitenlandse spaardeposito’s indirect worden uitgesloten van de fiscale vrijstelling. Het Europees Hof van Justitie heeft in haar arrest dd. 8 juni 2017 aangegeven dat het opleggen van voorwaarden die de facto eigen zijn aan de Belgische markt, een schending ‘kan’ inhouden van het Europees principe van vrij verkeer van diensten. Zij liet echter de finale beoordeling over aan de verwijzende rechter, die tot op heden geen uitspraak heeft gedaan.

De rechtspraak staat ondertussen niet stil…

De rechtbank van Antwerpen heeft zich op 15 juni jl. uitgesproken over een situatie waarbij twee Belgische (fiscaal) inwoners twee spaardeposito’s aanhielden bij een Nederlandse grootbank (ABN Amro). Het ging namelijk om een “vermogensspaarrekening” en een formule “direct sparen”. Voor beide formules was het echtpaar van oordeel dat de rentes, die op deze rekeningen werden ontvangen, in aanmerking kwamen voor de vrijstelling ten belope van de eerste schijf.
De Belgische fiscus was het niet eens met de zienswijze van de belastingplichtige, immers, beantwoordden beide spaardeposito’s volgens de Belgische fiscus niet aan de voorwaarden zoals die in de Belgische wetgeving worden gesteld.

Het echtpaar grijpt voor de rechtbank terug naar de Europese rechtspraak hieromtrent en oppert dat een strikte toepassing van de Belgische voorwaarden op buitenlandse spaardeposito’s in strijd is met het Europees beginsel van vrij verkeer van diensten.

De rechtbank te Antwerpen lijkt het Europees Hof van Justitie te volgen in die zin dat zij opmerkt dat buitenlandse spaardeposito’s aan analoge, doch niet identieke voorwaarden moeten voldoen. In wat volgt, bespreekt de rechtbank alle voorwaarden die door de Belgische wetgever worden opgelegd waaronder ook de vereiste dubbele vergoedingsregeling.

De Administratie haalt, net zoals bij de zaak voor het Europees Hof van Justitie, aan dat de dubbele vergoedingsregeling voornamelijk is ingegeven ter bescherming van de consument en dus zonder meer ook moet kunnen worden opgelegd aan financiële instellingen, gelegen binnen de Europese Economische Ruimte (EER). Dit is toch wel opvallend aangezien het Europees Hof van Justitie

in haar arrest duidelijk heeft aangegeven dat de dubbele vergoedingsregeling niet kan worden verantwoord met het argument van consumentenbescherming.
De rechtbank te Antwerpen besluit uiteindelijk dat enkel de “vermogensspaarrekening” in aanmerking komt voor het fiscale gunstregime, en dit net omwille van de dubbele vergoedingsregeling.

Zijn appelen met peren te vergelijken?

Dit vonnis van de rechtbank te Antwerpen lijkt op het eerste zicht een eigenaardige beslissing. Toch zijn de feiten die aan de basis lagen van deze casus fundamenteel anders dan de feiten die voorlagen voor het Europees Hof van Justitie. Zo ging het Europees Hof van Justitie uit van de presumptie dat de zogenaamde dubbele vergoedingsregeling nergens anders dan in België voorkomt, terwijl de Antwerpse rechter nu wél te maken krijgt met een buitenlandse spaarformule die gekenmerkt wordt door een dubbele vergoedingsregeling, zij het niet onder de vorm van een ‘getrouwheidspremie’, maar eerder een ‘bonusrente’.

Hieruit volgt dat wanneer dergelijke vergoedingsstructuur niet noodzakelijk eigen is aan de Belgische markt, zoals de rechtbank van Antwerpen met haar vonnis doet uitschijnen, we ons de vraag kunnen stellen of er wel degelijk sprake is van een belemmering van het Europees vrij verkeer van diensten…
Het is alleszins wachten op de beslissing van de rechtbank te Brugge die in navolging van de prejudiciële vraag die aan het Europees Hof van Justitie werd gesteld zal moeten beoordelen of er werkelijk een schending is van het vrij verkeer van diensten. Wordt dus ongetwijfeld vervolgd…