De fiscale regularisatie in een permanent jasje

In Archiefby robert

Bij het akkoord over de tax shift en de begrotingscontrole voor 2016 werd beslist om een jaar eerder dan verwacht een wettelijke regeling uit te werken voor een permanente fiscale regularisatie. Vanaf 1 januari 2016 zullen niet-aangegeven inkomsten en kapitalen uit het verleden opnieuw geregulariseerd kunnen worden bij het Contactpunt Regularisaties (CPR). In tegenstelling tot eerdere regelingen zou het dit keer een permanente regeling betreffen.

 

De nieuwe regularisatieregeling zou worden gebaseerd op de regels die de regering Di Rupo in 2013 reeds doorvoerde. Het belangrijkste verschil is dat de boetetarieven jaar na jaar zullen oplopen.

De regering gaat ervan uit dat een wettelijke regeling voor fiscale regularisatie zal leiden tot een hogere opbrengst van de recent ingevoerde Kaaimantaks. Doordat een belastingplichtige de mogelijkheid krijgt om het kapitaal ondergebracht in een juridische constructie te regulariseren, acht de regering de kans groter dat de belastingplichtige zich niet zal onttrekken aan de kaaimantaks.

 

Particulieren, vennootschappen en economisch begunstigden van juridische constructies zullen net zoals vroeger een dossier kunnen indienen bij het CPR. Het dossier zal een bondige verklaring moeten bevatten aangaande het fraudeschema, de omvang en de oorsprong van de geregulariseerde inkomsten en kapitalen voor de periode waarin ze zijn ontstaan, alsook de rekeningen die hiervoor gebruikt werden. Vervolgens zal het CPR de verschuldigde belasting en de bijbehorende boete berekenen die binnen de 15 kalenderdagen betaald moet worden ‘zonder voorbehoud’. In ruil hiervoor verkrijgt de belastingplichtige een regularisatieattest dat fiscale én strafrechtelijke immuniteit biedt. Dit attest heeft enkel uitwerking indien alle inkomsten en kapitalen volledig aangegeven werden.

 

Nieuw is dat een strenge bewijslast zou worden gelegd bij de aangever. Indien de regelmatige herkomst van een kapitaal (wit kapitaal) niet bewezen kan worden, zal ook dat kapitaal verplicht geregulariseerd moeten worden. In tegenstelling tot vroeger, maakt de nieuwe regularisatie geen onderscheid meer tussen “gewone fiscale fraude” en “ernstige al dan niet georganiseerde fiscale fraude”. Misdaadgeld, blijft zoals vroeger uitgesloten van de regeling. De regeling maakt wel een onderscheid tussen fiscaal verjaarde inkomsten of kapitalen en fiscaal niet-verjaarde inkomsten (afhankelijk van het type inkomen of kapitaal). Inkomsten of een kapitaal zijn fiscaal verjaard als de zevenjarige fraudetermijn voor inkomstenbelastingen is verstreken (successierechten of erfbelasting verjaren na 10 jaar).

 

Zoals eerder aangehaald, vormen de tarieven het grootste verschilpunt:

  • Voor niet-verjaarde inkomsten geldt: het normale tarief verhoogd met 20% in 2016, 22% in 2017, 23% in 2018, 24% in 2019, 25% in 2020 en 26% vanaf 2021;
  • Voor verjaarde kapitalen geldt: 36% in 2016, 37% in 2017, 38% in 2018, 39% in 2019, 40% in 2020 en 41% vanaf 2021;
  • Voor niet-verjaarde sociale bijdragen van zelfstandigen: 15% van de geregulariseerde beroepsinkomsten in 2016, 17% in 2017, 18% in 2018, 19% in 2019, 20% in 2020 en 21% vanaf 2021.

 

Belastingplichtigen zouden slechts eenmaal beroep kunnen doen op deze regularisatie. Indien ze tussen 2004 en 2013 dit reeds gedaan hadden, dan kunnen ze vanaf 2016 dit eenmalig opnieuw doen. Dit dient om het kapitaal dat vroeger niet volledig geregulariseerd werd alsnog de kans te geven.

De voorgestelde regeling bevat geen bepalingen omtrent erfbelasting of successierechten, dit is immers een bevoegdheid van de regio’s. Naar verluidt zou daarover wel overleg gepleegd worden met de regio’s.