Aansluiting voor de sociale zekerheid bij vergissingen

In Archiefby robert

Hof van Justitie EU, 4 juni 2015

 

Het gaat om de zaak van mevrouw Fischer-Lintjes. Deze mevrouw heeft vanaf 1970 in Duitsland gewoond, maar keert per 1 mei 2006 weer terug naar Nederland. Bij haar terugkeer ontvangt zij al een Duits weduwenpensioen dat na haar terugkeer blijft doorlopen. Omdat dit haar enige bron van inkomen is en zij niet werkt, is zij sociaal verzekerd ten laste van Duitsland. Zij hoeft dan in Nederland geen premies AWBZ of zorgverzekeringswet af te dragen. Dit alles is ook geregeld en vastgelegd, onder meer met een E-121 verklaring.

 

Mevrouw was al in 1999 65 jaar geworden en had recht op een AOW-pensioen. Zij heeft dit pensioen echter pas in mei 2007 aangevraagd, omdat zij bij vergissing dacht geen recht te hebben op AOW. Vervolgens is de AOW met één jaar terugwerkende kracht (dus per 1 mei 2006) toegekend.

Het gevolg hiervan is dat zij vanaf het moment van wonen in Nederland, 1 mei 2006, niet alleen een Duitse maar ook een Nederlandse uitkering heeft (zij het voor de AOW met terugwerkende kracht). Wij hebben dan een combinatie van wonen in Nederland en een uitkering uit Nederland en uit Duitsland.

Doordat zij nu naast de Duitse uitkering ook een Nederlandse AOW-uitkering ontvangt, verandert haar situatie voor de sociale zekerheid. De Europese sociale zekerheidsverordening geeft dan aan dat de sociale zekerheid overgaat naar het woonland, Nederland.

 

Uiteindelijk is pas in 2010 duidelijk geworden hoe de feitelijke situatie was en hoe het één en ander werkelijk had moeten gebeuren.

Door de terugwerkende kracht van de AOW-uitkering zou mevrouw dus onder de Europese verordening met terugwerkende kracht tot mei 2006 in Nederland verzekerd kunnen zijn. Daardoor is zij enerzijds vanaf dat moment premieplichtig, maar anderzijds zou zij dan ook recht moeten hebben op een gewone Nederlandse ziektekostenverzekering.

De vraag waar het in deze zaak om gaat is hoe deze puzzel moet worden opgelost: kan dit met terugwerkende kracht worden geregeld, waar moet mevrouw premie betalen en waar kan zij haar zorgkosten declareren?

Het Hof bevestigt dat het één en ander met terugwerkende kracht moet gebeuren. Het mag namelijk niet zo zijn dat er gaten vallen in de sociale zekerheid en dat iemand door een vergissing (tijdelijk) onverzekerd is.

Dat wil aan de ene kant zeggen dat de premieplicht met ingang van de datum van het recht op AOW (1 mei 2006) over is gegaan naar Nederland. Dat de aanvraag en toekenning van AOW pas later zijn gedaan, maakt daarvoor verder niet uit.

Mevrouw Fischer-Lintjes behoort vanaf mei 2006 in Nederland premies te betalen. Zij had daarbij de premies die in Duitsland waren afgedragen overigens al deels teruggevraagd.

 

Het Hof beslist daarnaast dat Nederland het mogelijk moet maken dat mevrouw met terugwerkende kracht tot mei 2006 aangesloten is bij een Nederlandse zorgverzekeraar. Op die manier valt er geen “gat” in haar sociale zekerheid of haar mogelijkheid om zorgkosten vergoed te krijgen, ook over de periode van 2006 tot en met 2010.