Belgische Circulaire over de omzetting van pensioen in eigen beheer

In Archiefby robert

Circulaire FOD Financiën 2019/C/109 van 18 oktober 2019

Enkele jaren geleden is in Nederland het besluit genomen om het opbouwen van pensioen in eigen beheer (bijvoorbeeld pensioen bij de eigen vennootschap) af te schaffen. Omdat er nog een aanzienlijk aantal pensioenen in eigen beheer bestonden, moest ook naar de bestaande regelingen worden gekeken. Feitelijk zijn er daarvoor drie basismogelijkheden gecreëerd die in grote lijnen als volgt werkten:

  1. Het pensioen in eigen beheer blijft gewoon bestaan, maar verder pensioen opbouwen op die manier mag niet meer. De pensioenvoorziening wordt alleen jaarlijks nog verhoogd met rente. Op de pensioendatum keert de vennootschap pensioen uit aan de directeur-groot aandeelhouder.
  2. Het pensioen mocht worden afgekocht. Een afkoop bestaat uit twee stappen. Eerst mocht het pensioen in eigen beheer fiscaal onbelast lager worden gewaardeerd op de fiscale waarde (in plaats van op de hogere, commerciële waarde). De tweede stap is dat deze lagere pensioenvoorziening fiscaal vriendelijk kon worden afgekocht. Hierbij werd feitelijk een korting toegekend op het afkoopbedrag: er hoefde niet over het gehele afkoopbedrag belasting te worden betaald. Dit werd vervolgens in Nederland gepresenteerd als een verlaagd belastingtarief. In 2017 betaalde je in Nederland daardoor effectief een tarief tot omstreeks 34%, in 2018 was dit 39% en in 2019 41,7%.
  3. Het pensioen in eigen beheer mocht ten slotte ook worden omgezet in een ODV, een oudedagsverplichting. Ook bij de omzetting in een ODV is het toegestaan om de pensioenvoorziening eerst fiscaal onbelast te laten vrijvallen tot de fiscale waarde. De resterende voorziening wordt dan omgezet in een ODV. In beginsel keert een ODV in twintig jaar vanaf de pensioendatum een uitkering uit aan de gerechtigde. De uitkering wordt jaarlijks verhoogd met rente. Als de gerechtigde komt te overlijden, dan eindigt de uitkering niet. De uitkering gaat dan over op de erfgena(a)m(en) van de gerechtigde. De vennootschap mag de ODV onder voorwaarden ook afstorten bij een professionele verzekeringsmaatschappij of bij een bank waarbij de ODV wordt omgezet in een lijfrenterecht.

De mogelijkheid om pensioen fiscaal vriendelijk af te kopen of om te zetten in een ODV gaat eindigen op 31 december 2019. Het is voor Nederbelgen lange tijd onduidelijk geweest wat de gevolgen in België zouden zijn voor de verschillende opties met het pensioen in eigen beheer. Nederbelgen met een Nederlandse eigen vennootschap met een pensioen in eigen beheer hadden daarom lange tijd geen zekerheid over de fiscale gevolgen als zij stappen ondernamen met dit pensioen.

De eerste duidelijkheid kwam met de Circulaire 2017/C/87 van eind 2017. Daarin heeft België aangegeven dat de afkoop van pensioen in eigen beheer vrijgesteld zou worden in België voor zover Nederland heft. De vrijstelling vindt plaats met progressievoorbehoud (zodat er al enige aanvullende heffing in België was bij de afkoop). Omdat Nederland de lagere afkooptarieven vorm had gegeven als een korting op het bedrag waarover werd geheven, stelde België vast dat een deel van het afkoopbedrag door Nederland effectief niet werd belast en dat België daarom hierover kon en zou heffen. Afhankelijk van de omstandigheden zou België hierover progressief belasting heffen (tot 50%) of tegen de bijzondere tarieven voor afkopen (bijvoorbeeld 16,5%).

Wat de gevolgen zouden zijn voor de omzetting in een ODV worden nu duidelijk met deze nieuwe circulaire.

Het goede nieuws is dat de omzetting in een ODV in België niet zal worden gezien als een afkoop. België heft hier dus geen belasting over. Vervolgens zijn er twee mogelijkheden met de ODV: uitkeren door de BV of omzetting in een lijfrente door afstorting bij een bank of verzekeringsmaatschappij. Als de ODV bij de eigen vennootschap blijft en gaat uitkeren, dan ziet België dit als pensioeninkomsten (of onder omstandigheden als bestuurdersbeloning als de beroepswerkzaamheid nog niet is stopgezet) en zal hierover progressief belasting worden geheven. De ODV-uitkering is dan in België belastbaar.

De complicaties ontstaan met name bij de afstorting van de ODV in een lijfrente. De Belgische fiscus ziet deze handeling als een beschikken over het kapitaal. Deze handeling leidt daarom tot belastbaarheid, waarbij onder omstandigheden het speciale tarief van 16,5% toegepast kan worden. Echter, als er op dat moment nog een beroepswerkzaamheid wordt uitgevoerd, kunnen zelfs de progressieve tarieven (belasting tot 50%) op deze afstorting worden toegepast.

Als de lijfrente daarna gaat uitkeren, belast België bij de uitkering alleen nog het rentebestanddeel in de uitkering. Dat wordt vastgesteld door een fictief inkomen van 3% op het afgestane kapitaal wat wordt belast tegen 30%.

De afstorting van de ODV in een lijfrente zal in de meeste gevallen niet zijn aan te raden. Het leidt namelijk eerst tot een heffing over het kapitaal die kan oplopen tot zelfs 50%. De ontvangende lijfrenteverzekeraar in Nederland houdt hiermee geen rekening en wil het gehele kapitaal van de ODV ontvangen. De DGA moet deze heffing dus volledig uit eigen zak betalen. Vervolgens wordt de ODV belast in België waarbij wordt uitgegaan van een rente-inkomst van 3%. Omdat er in Nederland echter verplicht moet worden uitgegaan van het zogenoemde U-rendement (op dit moment op jaarbasis omstreeks 0%), wordt er in België geheven over rente-inkomen dat er in werkelijkheid niet is. En ten slotte is de kous daarmee nog niet af: Nederland blijft de in een lijfrente omgezette (ODV-)uitkeringen zien als progressief belastbaar. Als het totaal van de laagbelaste uitkeringen op jaarbasis boven de € 25.000 komt, mag Nederland progressief gaan heffen over de lijfrente-inkomsten. Hierdoor kan snel dubbele belastingheffing ontstaan.

Nu de kruitdampen optrekken lijken de volgende conclusies te kunnen worden getrokken: wat de beste oplossing is met het pensioen in eigen beheer, verschilt per geval en moet ook per persoon worden beoordeeld. In het algemeen zal ons inziens voor Nederbelgen de omzetting in een ODV de beste optie kunnen zijn. Hierdoor kan namelijk gebruik worden gemaakt van de fiscaal onbelaste afwaardering van het pensioen van de commerciële waarde naar de fiscale waarde. Daarnaast eindigt een ODV niet bij overlijden, maar gaat deze over op de erfgenamen. Een afkoop van het pensioen kan daarnaast soms ook interessant zijn, maar voor de meesten is het beste moment hiervoor al gepasseerd in 2017. Ten slotte is het aan te raden zeer goed op de gevolgen te letten als er wordt overwogen om een ODV af te storten in een lijfrente. De consequenties daarvan kunnen heel nadelig zijn.