Gesplitste aankoop: wanneer gaat de schenking vooraf aan de aankoop?

In Archiefby robert

In deze rubriek kwam de fiscale behandeling van de gesplitste aankoop reeds regelmatig aan bod. Typevoorbeeld is de aankoop van het vruchtgebruik van een onroerend goed door ouders en de blote eigendom door hun kinderen. De gelden waarmee de kinderen deze blote eigendom aankopen, werden hen vooraf door hun ouders geschonken. Bij het overlijden van de ouders dooft hun recht van vruchtgebruik uit, en komt dit toe aan de blote eigenaars. Hierdoor hebben zij finaal de volle eigendom van deze goederen, en dit zonder successierechten te moeten betalen. Bij de gesplitste aankoop dient men erover te waken buiten het toepassingsgebied te blijven van het oud fictieartikel 9 W.Succ. (het artikel werd ongewijzigd overgenomen in de VCF).

 

Verstrenging van het administratieve standpunt in de loop van 2013

Voor gesplitste aankopen met ingang van 1 september 2013 aanvaardt de fiscus het tegenbewijs van het fictief legaat nog slechts in twee specifieke situaties:

–          wanneer de schenking waarmee de kinderen de blote eigendom aankopen, onderworpen werd aan schenkbelasting; of

–          wanneer men aantoont dat de kinderen vrij over de geschonken gelden konden beschikken, en zij dus vrij over de bestemming van de gelden kunnen beslissen,

Bemerk overigens dat de rulingdienst de toepassing van dit strengere standpunt uitdrukkelijk beperkt tot gesplitste aankopen die plaatsvonden na 1 september 2013. Voor oude gesplitste aankopen (voor 1 september 2013) geldt dus nog een soepeler tegenbewijs (zie ruling 2014.662 van 24 februari 2015). De ruling werd afgeleverd voor een gesplitste aankoop uit 2006 in het Waals Gewest. Er is evenwel geen reden om aan te nemen dat dit niet van toepassing zou zijn op gesplitste aankopen die voor 1 september 2013 plaatsvonden in het Vlaams Gewest.

 

Precisering bij het administratieve standpunt uit 2013

In het raam van de eerste uitzondering, preciseerde de fiscus onlangs dat de schenkingsakte van de gelden waarmee de kinderen de blote eigendom aankopen, verleden moet worden vóór het tijdstip waarop de eigendom moet worden betaald.

Stel nu dat de schenking voor een Nederlandse notaris plaatsvindt, of dat er via een bankgift wordt geschonken. In dat geval is er in België geen schenkbelasting verschuldigd, en kan er dus in principe ook geen toepassing worden gemaakt van de eerste uitzondering. Uit de precisering blijkt dat men toch gebruik kan maken van de eerste uitzondering wanneer die schenking in België spontaan ter registratie wordt aangeboden. In dat geval wordt de Belgische schenkbelasting immers opeisbaar. Deze spontane aanbieding moet volgens de fiscus wel plaatsvinden ‘alvorens de koper van de blote eigendom de prijs van zijn aankoop dient te betalen’.

Om verwarring te vermijden die eerder was ontstaan voegt men ook uitdrukkelijk toe dat de beslissing over het tijdstip van registratie van de schenking in het raam van een gesplitste aankoop niet bij analogie van toepassing is op de gesplitste inschrijving van effecten.

hits=16= / id=3877=