Rulings inzake de Belgische private stichting en de Liechtensteinse Stiftung

In Archiefby robert

Recent werd de tekst bekend van twee rulings, een ruling over een Belgische private stichting (ruling nr. 2014.593 van 16 december 2014) en een ruling over een Liechtensteinse Stiftung (zie ruling nr. 2014.543 van 9 december 2014, zie: www.fisconetplus.be). De rulingdienst bevestigt daarmee haar eerder standpunt over de Belgische private stichting. Nieuw is dat de rulingdienst het standpunt ook toepast op een buitenlandse stichting (Stiftung in Liechtenstein), althans wat betreft de successierechten en schenkingsrechten (in Vlaanderen vanaf 1 januari 2015 de erf- en schenkbelasting).

In de ruling van 16 december 2014 gaat de rulingdienst na of de voorgelegde ontwerpstatuten met het daarin geformuleerde doel tot een Belgische private stichting met een belangeloos doel doen besluiten. Belangrijk daarbij lijkt dat de stichting niet louter en alleen functioneert als een doorgeefluik voor familiaal vermogen. In de mate dat uit de ontwerpstatuten blijkt dat het vehikel wel degelijk functioneert als een private stichting met een belangeloos doel, kan de stichting als begunstigde van een schenking of legaat immers genieten van het verminderd tarief in de schenk- en erfbelasting (respectievelijk 5,5% en 8,5%). De rulingdienst besloot in dit geval dat het wel degelijk ging om dergelijke stichting, waardoor ze de voornoemde voordeeltarieven kan genieten. Daarnaast werd er ook in deze ruling besloten dat noch de schenk-, noch de erfbelasting van toepassing is over de uitkeringen die plaatsvinden aan begunstigden van de private stichting. De uitkeringen aan begunstigden geven evenmin aanleiding tot inkomstenbelastingen.

De andere ruling behandelt de situatie waarin een Belgisch rijksinwoner vermogen heeft overgedragen aan een Liechtensteinse Stiftung, een rechtsfiguur met rechtspersoonlijkheid. Dat overgedragen vermogen wordt bij het overlijden van de overdrager niet belast in de erfbelasting (de vroegere successierechten), omdat het volgens de rulingdienst geen deel meer uitmaakt van het vermogen van de overledene (althans bij overdracht meer dan drie jaar voor overlijden). De rulingdienst oordeelt dat de antimisbruikbepaling niet van toepassing is, aangezien het rechtshandelingen betreft die gesteld zijn door de erflater en niet door de begunstigden/belastingplichtigen. Daarnaast komt de rulingdienst tot de conclusie dat er over dat vermogen ook geen schenkbelasting verschuldigd is (de vroegere registratierechten), en dit in de verhouding overledene – stichting, overledene – begunstigden en stichting – begunstigden.

Bemerk dat het sinds 1 januari 2015 niet langer mogelijk is om bij de rulingdienst een ruling aan te vragen over de Vlaamse schenk- en erfbelasting. Voor gemengde dossiers (die zowel inkomstenbelastingen als schenk- en erfbelastingen betreffen) is een wetgevende oplossing in de maak, waar wij later op terugkomen.

hits=23= / id=3864=