Ontwerp programmawet in federaal parlement

In Archiefby robert

Geen doorkijkbelasting in de programmawet…
Hoewel de premier nog onlangs verklaarde snel werk te willen maken van de doorkijkbelasting (of Kaaimantaks), is daar niets van terug te vinden het ontwerp van programmawet dat binnenkort zal worden goedgekeurd in de Kamer. Wellicht heeft één en ander te maken met het feit dat binnen België de discussie over de ‘tax shift’ bijzonder actueel is. Ook de Europese Commissie en de Oeso sturen erop aan de België zou werken aan een verschuiving van lasten op arbeid naar belastingen op consumptie en een meerwaardebelasting op aandelen. Dit zijn echter bijzonder gevoelige onderwerpen bij de regeringspartijen, waarover het laatste woord nog lang niet is gezegd.

Wel een nieuw regime van de liquidatiereserve
Op 1 oktober 2014 is de tariefverhoging van de belasting op liquidatieboni van 10 naar 25% in werking getreden. Als permanente overgangsmaatregel voor de verhoging van deze belasting wordt het regime van de liquidatiereserve ingevoerd voor kmo’s. Dit nieuw regime laat niet alleen toe om de roerende voorheffing (RV) op liquidatieboni te beperken, maar kan ook gebruikt worden als techniek om het tarief van de RV op dividenden te beperken (dat gewoonlijk 25% bedraagt).
In tegenstelling tot de eerdere overgangsmaatregel voor liquidatieboni is deze maatregel enkel bedoeld voor kmo’s in de zin van artikel 15 van het Wetboek van Vennootschappen (W. Venn.). Een dergelijk verschil in behandeling is volgens de regering verdedigbaar gelet op het feit dat het vinden van de nodige financiering cruciaal is bij kmo’s.
De liquidatiereserve wordt opgebouwd door het toewijzen van de te bestemmen winst van het aanslagjaar dat betrekking heeft op het belastbare tijdperk voor zover dat, bij het afsluiten van dit belastbare tijdperk, de voorwaarde van kmo in de zin van artikel 15 W.Venn., wordt nageleefd.

Een kmo kan liquidatiereserves aanleggen door haar boekhoudkundige winst na belastingen geheel of gedeeltelijk over te boeken naar een of meerdere afzonderlijke rekeningen van het passief. De vennootschap zal vanaf het aanslagjaar waarin zij liquidatiereserves aanlegt, een opgave bij de aangifte in de vennootschapsbelasting moeten voegen. De liquidatiereserves moeten op een afzonderlijke rekening van het passief behouden blijven. Bovendien mogen de reserves ook niet tot grondslag dienen van enige beloning of toekenning
De vennootschap betaalt een afzonderlijke heffing van 10% op de winst na belastingen van het inkomstenjaar, geboekt op de liquidatiereserve. Het betreft dus geen belasting die verschuldigd is door de aandeelhouders, maar een belasting op het niveau van de vennootschap.

Bij een vereffening zal de liquidatiebonus die voortkomt uit de liquidatiereserve, vrijgesteld zijn van RV. Het fiscale voordeel voor dividenden bestaat uit een vermindering van het tarief van de RV van toepassing op dividenden uitgekeerd uit de liquidatiereserve. Het lager tarief geldt enkel op voorwaarde dat de bedragen die aan de basis liggen van deze dividenden minimum 5 jaar behouden zijn gebleven. De aanleg van deze liquidatiereserve leidt niet alleen tot een verhoging van het eigen vermogen, maar zou ook het vinden van externe financiering moeten vergemakkelijken.
Voor de berekening van de periode voor het behouden van de liquidatiereserve begint deze vanaf de afsluitingsdatum van het belastbaar tijdperk dat samenvalt met het boekjaar waarvoor het bedrag van de te bestemmen winst, verduidelijkt wordt in de rubriek “resultaatverwerking”.
Indien de liquidatiereserve binnen de 5 jaar wordt uitgekeerd als dividend, bedraagt de RV op dit dividend 15%. Deze komt bovenop de initiële heffing van 10%. De globale belastingdruk bedraagt dan 25%, zoals bij een gewoon dividend. Als men bereid is vijf jaar te wachten, kan de liquidatiereserve ook gebruikt worden om op een fiscaal gunstige manier dividenden uit te keren. Na vijf jaar bedraagt het tarief van de RV op het dividend immers 5% (wat de globale belastingdruk op 15% brengt).
Uit de aangepaste ontwerpteksten zoals nu ingediend in de Kamer, blijkt dat kmo’s al vanaf aanslagjaar 2015 liquidatiereserves kunnen aanleggen. Daardoor zal het mechanisme een jaar vroeger dan verwacht in werking treden.

hits=150= / id=3766=