Bezwaren tegen heffing box 3

In Archiefby robert

De inkomsten uit (overig) vermogen worden in Nederland belast in box 3. Het saldo van de bezittingen en schulden wordt daarbij fiscaal geacht een vast rendement te halen van 4% per jaar. Deze 4% van het vermogen van een belastingplichtige wordt belast tegen een vast belastingtarief van 30%.

Voorbeeld (vereenvoudigd):
Bij een bedrag aan bezittingen van € 150.000 en aan schulden van € 50.000, is de grondslag voor box 3 € 100.000. Dit levert een forfaitair rendement op van 4% is € 4.000. De belastingheffing komt dan uit op € 1.200 per jaar.
In werkelijkheid zal het vermogen geen 4% op leveren. Het werkelijke rendement kan hoger zijn, maar in deze tijden is het werkelijke rendement vaak lager.
Maar voor de heffing in box 3 maakt het niet uit hoe hoog de werkelijke inkomsten zijn: de belasting blijft hetzelfde. Dat kan vreemde gevolgen hebben.

Stel dat in het voorbeeld het vermogen per saldo 1% per jaar oplevert. Dit is een inkomen van € 1.000 per jaar. Zoals wij hiervoor hebben uitgerekend, bedraagt de belastingheffing jaarlijks € 1.200. De belastingheffing is in dit voorbeeld hoger dan het inkomen. Er moet dus geld bij om de belasting te kunnen betalen.
Tegen deze gevolgen van box 3 ondernemen steeds meer belastingplichtigen actie. De Staatssecretaris vermeldt dit ook in zijn brief. Hij geeft ook aan dat de gevolgen van box 3 per belastingplichtige veel kunnen verschillen. Het doel lijkt te zijn om box 3 uiteindelijk voor te leggen aan het Europees Hof voor de rechten van de mens. In Nederlandse rechtspraak tot nu toe is box 3 overigens vooralsnog wel overeind gebleven.

Brief Staatssecretaris, 11 november 2014

hits=67= / id=3765=