Einduitspraak sociale zekerheid zaak Van der Helder

In Archiefby robert

De vraag in deze zaak is waar iemand verzekerd is en daarmee in welk land premieafdrachten gedaan mogen worden.
De heer Van der Helder is gepensioneerd en woont in Frankrijk. Hij ontvangt uitkeringen uit drie landen, namelijk Nederland, Finland en het Verenigd Koninkrijk.
In 2006 treedt in Nederland de Zorgverzekeringswet in werking. Een gevolg van deze regeling is dat niet-inwoners een buitenlandbijdrage verschuldigd zijn, die wordt ingehouden op de AOW, omdat er recht bestaat op zorg in het woonland (Frankrijk) op kosten van Nederland.
De heer Van der Helder protesteert hiertegen en stelt dat er geen sprake is van recht op zorg ten laste van Nederland. De centrale vraag is op basis waarvan moet worden bepaald ten laste van welk land iemand verzekerd is.

De eerste regel is dat als er ook een opgebouwde oudedagsuitkering was geweest in het woonland (Frankrijk), er sprake zou zijn van recht op de zorg ten laste van Frankrijk. Van Nederlandse premieplicht zou dan geen sprake zijn. Echter, in dit geval is hij inwoner van Frankrijk en ontvangt hij inkomen uit drie andere landen. Dan moet worden bepaald ten last van welke van die drie landen het recht op zorg komt (en waar dus ook de premieplicht ligt).

Nederland gaat ervan uit dat de heer Van der Helder ten laste van Nederland verzekerd is, omdat hij in zijn arbeidsverleden het langst in Nederland sociaal verzekerd is geweest voor pensioenen en renten. De heer Van der Helder ging ervan uit dat het gaat om de duur van onderworpenheid aan de sociale zekerheid voor ziektekosten.

De Europese rechter geeft aan dat het criterium de verzekering voor pensioenen en renten is. Aangezien het verder duidelijk was dat de heer Van der Helder daarvoor het langst verzekerd is geweest in Nederland, kan de Centrale Raad de inhoudingen in stand houden.
De heer Van der Helder is dus ten laste van Nederland verzekerd in zijn woonland Frankrijk. De inhoudingen van de buitenlandbijdragen blijven overeind.

Centrale Raad van Beroep, 28 februari 2014

hits=81= / id=3581=