Hoe anticiperen op de verhoogde belasting op liquidatieboni?

In Archiefby robert

Snel handelen is de boodschap

Voor liquidatieboni (het bedrag dat rest na het stopzetten van alle activiteiten en het uitbetalen van alle schuldeisers) toegekend vanaf 1 oktober 2014, verhoogt de roerende voorheffing van 10% naar 25%. Lange tijd was deze betrekkelijk lage belasting van 10% de aanleiding voor vele ondernemers om een pensioenspaarpot aan te leggen in hun vennootschap. De regering zag hierin een bron van extra inkomsten en voerde een verhoging van het tarief in naar 25%.
De regering besefte evenwel dat de belastingverhoging voor veel bijna pensioengerechtigde ondernemers het motief zou zijn om nu reeds de handdoek in de ring te werpen en hun KMO te vereffenen. Daarom werd voorzien in een overgangsregeling. Deze overgangsregeling is echter vrij complex. Ze laat toe dat belaste reserves, zoals vastgesteld door de Algemene Vergadering op ten laatste 31 maart 2013, kunnen worden omgezet naar gestort kapitaal, dat bij uitkering onbelast blijft. Zo wordt er aldus eerst een dividend uitgekeerd uit de belaste reserves en wordt dit dividend vervolgens, onder aftrek van 10% roerende voorheffing, onmiddellijk terug ingebracht in het gestort kapitaal bij wijze van kapitaalsverhoging.
Veel begrippen blijven echter onduidelijk. Zo is het niet helder of het tarief van 10% slechts geldt indien het integrale dividend wordt teruggestort of het eveneens geldt pro rata van het teruggestorte bedrag. Daarnaast werd het begrip ‘belaste reserves’ nog niet uitgeklaard aangezien er verwarring kan ontstaan met het boekhoudrecht. Het bedrag van de boekhoudkundige belaste reserves komt vaak niet overeen met de belaste reserves zoals die voorkomen in de door de Algemene Vergadering goedgekeurde jaarrekening. Het zou volgens sommigen eveneens volstaan om een dividend uit de ‘overgedragen winst’ uit te keren aangezien dit vanuit fiscaal oogpunt deel uitmaakt van de belaste reserves.
Belangrijk is dat de inbrengverrichting onmiddellijk moet gebeuren, hetgeen begrepen moet worden als binnen de 15 dagen na de dividenduitkering, en dit ten laatste in het belastbaar tijdperk dat afsluit voor 1 oktober 2014. Ondernemingen waarvan het boekhoudkundig jaar samenloopt met een kalenderjaar hebben aldus nog de tijd tot 31 december 2013.
Om misbruik te vermijden, heeft de wetgever maatregelen ingevoerd zodat vennootschappen hun dividendbeleid niet zouden aanpassen door even in het toepassingsgebied van de overgangsmaatregel te stappen en aldus een jaar hun dividenden aan 10% te kunnen afrekenen.

hits=107= / id=3204=