Begroting 2013: Wat met de notionele intrestaftrek?

In Archiefby robert

Begroting 2013: Wat met de notionele intrestaftrek?

Het jaar 2012 was een turbulent jaar op fiscaal gebied. In het kader van de zoektocht om de leemte in de begroting op te vullen, werden tal van wijzigingen doorgevoerd op het vlak van personenbelasting, vennootschapsbelasting, belasting der niet-inwoners en de belasting op de toegevoegde waarde. Het regime van de notionele intrestaftrek kwam, zoals verwacht, al snel op de onderhandelingstafel terecht. Ondanks het feit dat de regering heel wat wijzigingen aan het systeem heeft aangebracht, werd het gelukkig niet integraal afgeschaft. Aangezien het toch een populaire gunstmaatregel betreft, lichten we de aanpassingen hieronder kort voor u toe.

Tarief
Vooreerst wordt het tarief van de notionele intrestaftrek niet langer bepaald op basis van de jaarlijkse gemiddelde OLO-rente op 10 jaar. Voortaan vormt de OLO-rente op 10 jaar voor de maanden juli, augustus en september van het voorlaatste jaar voorafgaand aan het aanslagjaar de berekeningsbasis. Deze berekeningsbasis, zijnde het gecorrigeerd eigen vermogen, werd echter niet onder handen genomen door de wetgever. Voor aanslagjaar 2014 bedraagt het tarief omwille van deze wijziging nog slechts 2,742% (en 3,242% voor KMO’s, art.15 W.Venn.) in plaats van de huidige 3% en 3,5% voor KMO’s.

Overdraagbaarheid
Oorspronkelijk was het mogelijk de niet-aangewende notionele intrestaftrek gedurende zeven belastbare tijdperken over te dragen. Met ingang vanaf aanslagjaar 2013 kan de niet-aangewende notionele intrestaftrek niet meer overgedragen worden. Dit houdt in dat de notionele intrestaftrek met betrekking tot aanslagjaar 2013 enkel nog kan afgezet worden tegen de belastbare winst van aanslagjaar 2013.
De overdracht van de reeds opgebouwde stock aan notionele intrestaftrek blijft behouden, maar wordt aan enkele beperkingen onderworpen. Zo zal de aangifte in de vennootschapsbelasting voor aanslagjaar 2013 een bijkomende aftrekpost bevatten voor de overgedragen notionele intrestaftrek. Deze bewerking situeert zich na alle andere fiscale aftrekken (aldus de negende bewerking, na de investeringsaftrek). Daarenboven wordt het gebruik van de stock aan aftrek risicokapitaal jaarlijks beperkt tot 60% van de resterende winst, voor het gedeelte dat één miljoen euro overschrijdt. Het gedeelte van de stock dat omwille van deze 60%-grens, de overige 40% dus, niet onmiddellijk kan worden aangewend, wordt wel onbeperkt overdraagbaar. Dat heeft tot gevolg dat de maximumtermijn van zeven jaar hier niet geldt. Met deze maatregel heeft de wetgever enkel de grote ondernemingen in het vizier genomen. Tot 1 miljoen euro overgedragen notionele intrestaftrek is er geen enkele belemmering en kan de aftrek volledig genomen worden.

Voorbeeld:
Balans 31.12.2012 – Situatie 1:
– Belastbare winst € 300.000
– NI (opgebouwd in 2012) (€ 100.000)
– Stock aan NI (laatste bewerking) (€ 200.000)
7 jaar-€ 500.000

Te belasten € 0
Nog overdraagbaar: € 300.000 (maximum 7 jaar)

Balans 31.12.2012 – Situatie 2:
– Belastbare winst € 3.000.000
– NI (opgebouwd in 2012) (€ 1.000.000)
– Stock aan NI (laatste bewerking) (€ 1.000.000)
7 jaar-€ 5.000.000 (€ 600.000)

Belastbaar € 400.000
Nog overdraagbaar: € 3.400.000 waarvan € 400.000 onbeperkt overdraagbaar

Besluit
In boekjaar 2012 (aanslagjaar 2013) zullen de maatregelen van de Regering Di Rupo I hun effect niet missen. Vennootschappen die zoveel mogelijk overgedragen notionele intrestaftrek wensen te recupereren, dienen er zorg voor te dragen dat hun belastbare grondslag minimaal gelijk zal zijn als de af te trekken notionele intrestaftrek. Een overschot zal immers vanaf dan onherroepelijk verloren gaan. Zo zal uw belastingconsulent/ accountant u wellicht tips kunnen geven om het belastbaar resultaat van 2012 te verhogen. Dit zal u normaal van hen niet gewend zijn. Zijn zij dan toch de bondgenoot van de fiscus?

Sofie Wauman – Ivan Maes, Vandelanotte Accountancy, info@vdl.be

hits=165= / id=3112=