België heffingsbevoegd over waardeveranderingen vordering

In Archiefby robert

Sinds de Wet IB 2001 kent de Nederlandse belastingwetgeving de terbeschikkingstellingsregeling. Indien een privépersoon een aanmerkelijk belang (belang van 5% of meer) heeft in een vennootschap en hij stelt, bijvoorbeeld, geld of een pand aan die BV beschikbaar, dan wordt hij hiervoor niet in box 3 belast maar in box 1. Dat betekent dat inkomsten uit het lenen van geld (rente) of het verhuren van een pand (huur) aan de BV, wordt belast tegen de progressieve belastingtarieven. Ook een waardestijging van een pand is dan progressief belastbaar. Tegenover deze belastingheffing staat dat kosten en waardeverminderingen in principe ook aftrekbaar zijn.

Deze wetgeving is lastig, maar wordt nog lastiger in grensoverschrijdende situaties. Want dan moet ook nog worden bekeken welk land belasting mag heffen op grond van het belastingverdrag.

In dit geval ging het om een lening die vanuit een privépersoon in België werd verstrekt aan een BV in Nederland. Omdat het slecht ging met de BV, kon deze BV de lening waarschijnlijk niet meer geheel terugbetalen. De lening werd daarom afgewaardeerd. Dit is een aftrekpost in privé. De belastingplichtige wilde deze aftrek in Nederland hebben. Echter, het belastingverdrag (in dit geval het oude belastingverdrag met België) wijst de heffing toe aan België. De belastingaftrek in Nederland ging daarom niet door. Dit zou anders kunnen zijn onder het nieuwe belastingverdrag met België. Uit dit arrest kan de conclusie worden getrokken dat de belastingheffing (en daarmee ook de mogelijkheid voor een aftrekpost) toegewezen is aan Nederland (1) binnen tien jaar na emigratie en mits (2) er nog een conserverende aanslag in box 2 in verband met die emigratie openstaat.
Hoge Raad 1 maart 2013

hits=151= / id=3105=