Belastingregime bedrijfswagens: de theorie in de praktijk

In Archiefby robert

De nieuwe regering Di Rupo I heeft de regelgeving inzake het voordeel van alle aard van bedrijfswagens grondig gewijzigd. Vorige maand legden we de focus op de theoretische kant van de zaak. Nu trachten we mogelijke alternatieven voor bedrijfsleiders/werknemers nader toe te lichten.

Voor de vernieuwde berekening van het voordeel van alle aard voor personenwagens dient de cataloguswaarde en de CO2 – uitstoot van de wagen in kwestie in aanmerking genomen te worden. Voor dure wagens met een hoge CO2-uitstoot is het belastbaar voordeel bijgevolg drastisch gestegen. Elke optie die aan bedrijfsleiders/werknemers de mogelijkheid kan bieden enigszins te ontsnappen aan deze zware belasting is dan ook meer dan welkom. We overlopen een aantal mogelijkheden.

Optie 1: Privé wagen aankopen en beroepskosten bewijzen
Indien u als bedrijfsleider of werknemer veel beroepsmatige kilometers aflegt, kan het voordelig zijn de wagen over te kopen van uw vennootschap. Op deze manier wordt er geen belastbaar voordeel van alle aard meer toegekend, aangezien u zelf eigenaar van het desbetreffende voertuig bent geworden.
In het geval dat u ervoor kiest om uw werkelijke beroepskosten te bewijzen, kan u de wagen privé afschrijven. Autokosten zijn in de personenbelasting voor 75% van het beroepsmatig gedeelte aftrekbaar, terwijl dit in de vennootschapsbelasting voor wagens met een hoge CO2-uitstoot teruggeschroefd kan worden tot slechts 50%.

Voorbeeld: Een bedrijfsleider rijdt jaarlijks 30.000 km (waarvan 6.000 km privé – inclusief woon/werkverkeer – en 24.000 km beroepsmatig). De autokosten bedragen 9.000 euro en omvatten 500 euro voor wegenhulp, parkingkosten, tol en dergelijke, 1.400 euro onderhoudskosten, 3.000 euro brandstofkosten, 500 euro verkeersbelasting en 3.600 euro afschrijvingskosten. In dit geval zijn de autokosten aftrekbaar ten belope van 60% (75% x 24.000/30.000). Er kan aldus maximaal 5.400 euro in mindering worden gebracht.

Wanneer de aftrek van de autokosten in de vennootschapsbelasting tot 50% beperkt is, loont het zeker en vast de moeite deze optie te overwegen. De fiscale bijtelling voor privégebruik blijft doorlopen zelfs al is de wagen volledig afgeschreven in de vennootschap. Onder de nieuwe regelgeving kan het voordeel van alle aard zelfs hoger zijn dan de ingebrachte autokosten. Het heeft dan nog weinig zin om de auto in de vennootschap aan te houden.
De bedrijfsleider of werknemer kan eveneens de verplaatsingskosten die betrekking hebben op het woon-werkverkeer in aftrek brengen ten belope van 0,15 euro per kilometer. Voor zuivere privéverplaatsingen kan de bedrijfsleider geen kosten in aftrek brengen.

Opgelet: Indien u ervoor opteert uw werkelijke beroepskosten te bewijzen, kan u niet meer opteren voor het wettelijk beroepskostenforfait van 3% (beperkt tot 2.280 euro voor bedrijfsleiders voor aanslagjaar 2013 – inkomstenjaar 2012). Indien het forfait hoger ligt dan het bedrag aan bewezen beroepskosten, past de administratie automatisch het wettelijk forfait toe.

Optie 2: Privé wagen aankopen en kilometervergoeding aanrekenen
Een tweede optie is dat de bedrijfsleider of werknemer de wagen eveneens privé overneemt (koopt), maar er niet voor kiest zijn werkelijke beroepskosten te bewijzen. De bedrijfsleider of werknemer heeft in dit geval recht op een forfaitaire kilometervergoeding van 0,3352 euro per gereden beroepskilometer. Deze vergoeding kan hij van de vennootschap ontvangen voor uitsluitend beroepsmatige verplaatsingen met zijn eigen wagen. Woon-werkkilometers komen niet in aanmerking. Omdat dit forfait wordt beschouwd als een kost eigen aan de vennootschap/werkgever kan een dergelijke vergoeding aldus netto ontvangen worden.

Voorbeeld: Een bedrijfsleider rijdt jaarlijks 30.000 km (waarvan 6.000 km privé en 24.000 km beroepsmatig). Op basis hiervan kan een vergoeding van 8.044,80 euro belastingvrij worden ontvangen (0,3352 euro x 24.000 km).
Bovendien kan ook hier een kostenforfait van 0,15 euro per kilometer woon-werkverkeer in aftrek worden gebracht van de beroepsinkomsten. Uiteraard is dit enkel interessant als er nog andere beroepskosten zijn en deze het wettelijk forfait overstijgen.

Optie 3: Wagen in de vennootschap laten en kosten bewijzen
Bedrijfsleiders/werknemers waarbij de verplaatsingen vooral woon-werkverkeer betreffen, opteren beter voor deze derde optie. Hier blijft de wagen eigendom van de vennootschap en kunnen kosten van onderhoud, afschrijvingen en dergelijke niet in mindering worden gebracht van de beroepsinkomsten, aangezien deze logischerwijze door de vennootschap ten laste worden genomen. Daarenboven wordt de bedrijfsleider/werknemer belast op het voordeel van alle aard voor de gratis wagen die hem ter beschikking gesteld wordt. Wel kunnen zij 0,15 euro per kilometer woon-werk als beroepskost in aftrek brengen.

Voorbeeld: een bedrijfsleider woont in Antwerpen en werkt ten zuiden van Kortrijk. Een enkele rit is gelijk aan 112 km. Het woon-werkverkeer bedraagt bijgevolg dagelijks 224 km (heen en terug). De bedrijfsleider of werknemer kan hier rekenen op een aftrek van 7.459,20 euro (222 werkdagen x 224 km x 0,15 euro).
Werknemers kunnen eveneens rekening houden met de jaarlijkse vrijstelling van 370 euro, voor bedrijfsleiders is deze extra vrijstelling niet voorzien. Op deze manier kan bijvoorbeeld een CEO (werknemer) van een middelgroot bedrijf over een Mercedes S-klasse 250 CDI beschikken, met een cataloguswaarde van 78.650 euro, zonder effectief belast te worden op het voordeel alle aard dat hij ten gevolge hiervan geniet. Zonder deze kostenaftrek zou de CEO belast worden op een voordeel van 7.415,57 euro.

Optie 4: Eén wagen privé behouden en één wagen uitsluitend voor beroep gebruiken
Indien u een wagen uitsluitend voor uw beroepsactiviteit gebruikt, is er geen sprake van een belastbaar voordeel van alle aard. Bovendien gebruikt u een tweede wagen enkel en alleen voor uw privéverplaatsingen. Deze laatste dient dan wel privé te worden aangekocht om een belasting als voordeel alle aard te vermijden. De aankoopprijs voor deze tweede wagen dient u aldus van uw nettoloon te financieren.

Opgelet: De beroepsmatig aangewende wagen mag in deze veronderstelling niet voor woon-werkverplaatsingen worden benut. In dit geval wordt er immers opnieuw een voordeel van alle aard aan de bedrijfsleider of werknemer toegekend. De bedrijfsleider of werknemer in kwestie kan dus beter de andere wagen nemen om van en naar het werk te rijden.

Optie 5: Verhuur personenwagen aan uw vennootschap
Verschillende auteurs halen eveneens de volgende mogelijkheid aan: De bedrijfsleider koopt een personenwagen privé aan en verhuurt deze vervolgens aan zijn vennootschap. Vandelanotte is deze optie echter niet genegen en wij zouden dit zonder meer afraden.
Eerst en vooral wordt u als bedrijfsleider belast op het netto roerend inkomen dat u als gevolg van de verhuring aan de vennootschap ontvangt (belasting aan 15%). Verder probeert de belastingadministratie deze inkomsten dikwijls te kwalificeren als beroepsinkomen wat een belasting aan de progressieve tarieven van de personenbelasting tot gevolg zou hebben en al snel kan oplopen tot 50%.
Bovendien wordt u als bedrijfsleider of werknemer toch nog belast op een voordeel alle aard, indien u privékilometers aflegt met het voertuig dat u tegen betaling ter beschikking stelt aan uw vennootschap.

Conclusie
Uit bovenstaande uiteenzetting komt naar voren dat er wel degelijk verschillende alternatieven voor handen zijn voor bedrijfsleiders/werknemers die de zware belasting op het voordeel alle aard van bedrijfswagens wensen te vermijden. Er bestaat aldus geen algemene juiste oplossing. Voor elke specifieke situatie dient er bekeken te worden welke optie de beste oplossing biedt.

Ten slotte wensen wij de aandacht te vestigen op de correcte aangifte van de voordelen van alle aard. We denken dan niet alleen aan de gratis terbeschikkingstelling van autovoertuigen, maar ook aan alle andere voordelen (vb. gratis gebruik van een GSM, privé-uitgaven, gratis elektriciteit of verwarming, etc.). Indien de vennootschap die u deze voordelen toekent de desbetreffende uitgaven wil aftrekken als beroepskost, moet zij daarvoor de geëigende fiscale fiche opstellen (fiche 281.10 of 281.20). Leeft de vennootschap deze ficheformaliteit niet na of wordt het voordeel niet volledig aangegeven (vb. voor een te laag bedrag), dan kan een onverbiddelijke belastingaanslag van 309% als sanctie volgen. Het tarief van deze aanslag geheime commissielonen bedroeg oorspronkelijk 300% op het bedrag van de niet-verantwoorde kosten. Er wordt echter sedert enkele jaren nog een aanvullende crisisbijdrage toegevoegd van 3% op 300%, samen aldus 309% op deze niet gerapporteerde voordelen die fiscaal gelijk gesteld worden met ‘geheime commissielonen’.
hits=1= / id=2034=