Pensionado’s krijgen in hoger beroep geen gelijk

In Archiefby robert

In zijn uitspraak van 13 december 2011 oordeelt de Centrale Raad van Beroep dat gepensioneerde burgers met een Nederlands wettelijk pensioen die in een ander EU-land wonen voor ontvangen zorg in die lidstaat een bijdrage moeten betalen.

De Centrale Raad van Beroep is de hoogste rechter op het gebied van het sociale bestuursrecht, het burgerlijke en militaire ambtenarenrecht en delen van het pensioenrecht.
Het gaat in deze uitspraak om burgers met een Nederlands wettelijk pensioen die in een andere EU-lidstaat wonen. Burgers die in Nederland wonen, vallen onder de wettelijk verplichte zorgverzekering. Burgers die in een ander EU-land wonen maar wel een Nederlands wettelijk pensioen ontvangen, hebben op grond van Europese regels recht op zorg in het EU-land waarin zij wonen. Omdat Nederland voor die zorg moet betalen aan het woonland, mag Nederland een bijdrage inhouden op het pensioen.
Door invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 zijn meer burgers onder de verplichte zorgverzekering gaan vallen en daardoor ook onder de Europese regels. Zij moesten een bijdrage gaan betalen.

Discriminatie?
De gepensioneerden zijn van mening dat de bijdrage in strijd is met de Europese regelgeving. De Centrale Raad van Beroep stelde daarover vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie. Het Hof van Justitie van de Europese Unie oordeelde in zijn arrest van 14 oktober 2010 (Van Delft C-345/09) dat de Zorgverzekeringswet niet in strijd is met de Europese regels. In zijn uitspraak van 15 juli 2011 (BR1934) oordeelde de Centrale Raad van Beroep op dit punt overeenkomstig het arrest van het Hof van Justitie van de Europese Unie.
Wel stelde het Hof van Justitie van de Europese Unie in het arrest Van Delft dat er ook bij de invoering van de Zorgverzekeringswet in 2006 geen verschil in behandeling mag zijn geweest tussen burgers die in Nederland wonen en burgers die in een ander EU-land wonen. De Centrale Raad van Beroep moest dat aan de hand van het arrest Van Delft zelf beoordelen.
De Centrale Raad van Beroep komt in deze uitspraak tot het oordeel dat bij de invoering van de Zorgverzekeringwet in 2006 geen sprake is geweest van ongunstiger behandeling van burgers die met een Nederlands wettelijk pensioen in een ander EU-land wonen ten opzichte van burgers die in Nederland wonen.

Reactie
Een eerste reactie van betrokken ‘gepensioneerden in het buitenland’ maakt duidelijk dat dit een zeer teleurstellende uitspraak is van de Centrale Raad. Zij stellen dat de hoofdstelling van de Centrale Raad lijkt te zijn, dat niet is komen vast te staan dat de bestuurlijke afspraken tussen de regering en de verzekeraars over de behandeling van verzekerden onder het overgangsregime enkel betrekking hadden op ingezetenen van Nederland. Voor de gepensioneerden een onbegrijpelijk oordeel. Gevolg zou zijn dat individuele verzekerden alsnog individuele verzekeraars zouden moeten gaan aanspreken. Maar dan geldt weer dat verzekeraars kunnen stellen dat de omstandigheden waren veranderd en als gevolg daarvan een aanzienlijk hogere premie moest worden gevraagd. De gepensioneerden vinden het bijzonder onbevredigend dat na zes jaar procederen dit het resultaat is. Helaas is er geen hogere instantie meer die het oordeel van de Centrale Raad kan toetsen.
hits=638= / id=2011=