Kees, zijn BV, de gezinswoning, de ouderlijke boedelverdeling en de Belgische successierechten

In Archiefby robert

Kees is een Nederbelg die meer dan tien jaar in Meer (bij Hoogstraten – Vlaanderen – België) woont. Hij is zonder huwelijkse voorwaarden gehuwd met Wilhelmina voor 1992. Zij hebben samen twee kinderen die in Nederland wonen.
Het vermogen van Kees en Wilhelmina bestaat onder meer en vooral uit aandelen van een in Nederland gevestigde BV. Dit is de vroegere werkvennootschap van Kees die na de verkoop van de activa niet in vereffening is gesteld en derhalve liquide middelen bevat (5 miljoen euro). Daarnaast bevat de huwelijksgemeenschap een villa in Meer (1 miljoen euro), wat meubelen (100.000 euro) en beleggingen (500.000 euro).

Testament
Kees heeft kort vóór zijn emigratie naar België, in 1996, een testament door zijn Nederlandse huisnotaris en vriend laten opmaken. Daarin wordt bepaald dat zijn echtgenote en zijn twee kinderen zijn enige erfgenamen zijn, ieder voor een gelijk aandeel, dus ieder voor een derde. Bovendien wordt overeenkomstig art. 1167 (oud) Nederlands Burgerlijk Wetboek bepaald dat alle goederen van de nalatenschap worden toebedeeld aan Wilhelmina onder last een bedrag groot het netto-erfdeel van de kinderen uit te betalen, maar dit laatste pas bij haar overlijden. Het gaat met andere woorden om een klassieke testamentaire ouderlijke boedelverdeling, teneinde Wilhelmina goed verzorgd achter te laten. Wilhelmina zou derhalve eigenaar worden van alle goederen van de echtgenoten, onder last een schuld te erkennen aan de kinderen.
Op 11 februari 2011 overlijdt Kees ten gevolge van een hartaanval. Wilhelmina en de drie kinderen maken een afspraak bij een Antwerpse notaris die goed op de hoogte is van de Nederbelgen-problematiek. Na lezing van het testament en berekening van de te betalen successierechten, meldt de notaris dat hij goed en slecht nieuws heeft.

Goede nieuws
Het eerste goede nieuws is dat de aandelen van de BV, hoewel er de laatste drie jaar geen personeel tewerkgesteld werd, zijn vrijgesteld van successierechten. Het betreft hier een tijdelijke maatregel van de Vlaamse Regering die de tewerkstellings/loonlast-voorwaarde omwille van de economische crisis tijdelijk buiten spel heeft gezet. Dit betekent bovendien dat ook tijdens de vijf jaar na het overlijden geen tewerkstelling/loonlast-voorwaarde in acht zal moeten worden genomen. De enige twee voorwaarden die tijdelijk aan de vrijstelling zijn gekoppeld, zijn enerzijds het 50%-aandelenbezit gedurende de drie jaar vóór het overlijden en anderzijds het verbod om gedurende vijf jaar na het overlijden het kapitaal van de BV te verminderen, op straffe van (evenredig) verlies van de vrijstelling.
Het tweede goede nieuws is dat de gezinswoning eveneens vrij is van successierechten, althans wat het aandeel betreft dat aan Wilhelmina toekomt.

Slechte nieuws
Het slechte nieuws is daarentegen dat ingevolge de toepassing van de testamentaire ouderlijke boedelverdeling, niet volop van de eerstgenoemde vrijstelling (aandelen van de BV) zal kunnen worden genoten. Inderdaad, Wilhelmina bekomt alle goederen van de nalatenschap, te weten:
– Aandelen : 2.500.000 euro
– Villa: 500.000 euro
– Meubelen : 50.000 euro
– Beleggingen: 250.000 euro
Totaal: 3.300.000 euro,
onder last een bedrag ten belope van de waarde van het netto aandeel van de twee kinderen (elk 1.100.000 euro, samen 2.200.000 euro) schuldig te erkennen aan de twee kinderen.
Economisch, en ook in de ogen van de Belgische fiscale administratie, bekomt Wilhelmina dus slechts een waarde van (3.300.000 – 2.200.000 = ) 1.100.000 euro en daarop zal zij belast worden. Wij gaan er van uit dat er een zodanige intrest (rente) is bepaald dat de schuld van Wilhelmina op de dag van het overlijden van Kees precies 2 x 1.100.000 euro bedraagt.
Elk van de twee kinderen erft ingevolge de testamentaire ouderlijke boedelverdeling een vordering tegen hun moeder groot 1.100.000 euro.
De fiscale administratie heeft beslist dat de aan Wilhelmina opgelegde last (betaling van 2 x 1.100.000 euro met intrest, bij haar overlijden) prioritair moet worden aangerekend op de roerende goederen en voor zover er nog een negatief saldo zou zijn, op de aandelen en voor zover er dan nog een negatief saldo zou zijn, op de onroerende goederen (Beslissing van 18 januari 2002). Wij zijn van oordeel dat de last ook prioritair zou kunnen aangerekend worden op de aandelen en pas dan op de overige roerende goederen (de meubelen en de beleggingen) en voor zover er dan nog iets zou overblijven, op de villa.

Verschil
Gelet op deze aanrekening wordt Wilhelmina (in het slechtste geval) belast op 300.000 aandelen, 50.000 euro meubelen, 250.000 beleggingen en 500.000 euro villa. De eerstgenoemde en de laatstgenoemde post zijn vrijgesteld van successierechten. Wilhelmina wordt derhalve belast op 300.000 euro roerend goed.
De twee kinderen worden elk belast op 1.100.000 euro roerende goederen (vordering tegen hun moeder).
De successierechten bedragen in het totaal (33.000 euro voor Wilhelmina en 249.000 euro per kind) 531.000 euro.
Was de nalatenschap toegekomen aan Wilhelmina en aan de twee kinderen, ieder voor een derde onverdeeld aandeel (met dien verstande dat de gezinswoning aan de langstlevende werd gelegateerd) en zonder ouderlijke boedelverdeling, dan bedroegen de successierechten slechts 18.000 euro.
Het besluit is dat de toepassing van de testamentaire ouderlijke boedelverdeling in het gegeven voorbeeld de volgende negatieve effecten heeft op de heffing van successierechten in het Vlaamse Gewest:
– Het voordeel van de vrijstelling van de aandelen gaat vrijwel volledig verloren;
– Het voordeel van de vrijstelling van de gezinswoning wordt maximaal behouden;
– De kinderen verkrijgen enkel roerende goederen (vordering) en verliezen het voordeel van de splitsing (= afzonderlijke belasting van het roerend en het onroerend erfdeel).

Alternatief
Gelet op de goede verstandhouding tussen Wilhelmina en de kinderen, had Kees er beter aan gedaan een testament op te maken waarin hij Wilhelmina en zijn twee kinderen als erfgenamen aanstelde, maar zonder ouderlijke boedelverdeling, waarbij in het erfdeel van Wilhelmina de villa was inbegrepen. Vervolgens hadden Wilhelmina en haar kinderen bij wijze van verdeling kunnen overeenkomen dat Wilhelmina alle goederen van de nalatenschap zou toebedeeld krijgen onder last een schuld te erkennen aan de twee kinderen. Maar gedane zaken nemen geen keer.
Kunnen Wilhelmina en de kinderen toch nog iets doen om te ontkomen aan de zware heffing in de successierechten?
Indien het testament in een alternatief voorziet voor de ouderlijke boedelverdeling (bijvoorbeeld een vruchtgebruik-testament) dan kan Wilhelmina bewust niet kiezen voor de ouderlijke boedelverdeling en genoegen nemen met bijvoorbeeld vruchtgebruik op de ganse nalatenschap. De vrijstelling van de aandelen wordt in dat geval maximaal genoten en de vrijstelling van de gezinswoning wordt benut voor het vruchtgebruik.

Inkorting
Is er in het testament niet in een alternatief voorzien, dan zouden de kinderen kunnen stellen dat zij hun erfrechtelijke reserve (legitieme portie) niet in natura hebben gekregen. Zij bekomen immers enkel een vordering en geen erfgoederen (in blote eigendom). Door de inkorting te vragen, bekomen zij elk een derde onverdeeld aandeel in blote eigendom van alle goederen (aandelen, villa, meubelen en beleggingen). De vrijstelling van de aandelen wordt dan maximaal benut en de vrijstelling van de gezinswoning wordt benut ten belope van 1/3 volle eigendom en 2/3 vruchtgebruik. Ook indien Kees in zijn testament rechtskeuze had gedaan voor Nederlandse recht, kunnen de kinderen thans, op grond van het huidige Belgische internationaal privaatrecht, die inkorting eisen.
Geldt het voorgaande ook voor de meer recente testamenten met ouderlijke boedelverdeling, waarin de langstlevende echtgenote slechts ten belope van één ten honderd als erfgenaam wordt aangesteld? Jazeker en zelfs nog meer. In dat geval gaan alle vrijstellingen nagenoeg volledig verloren, zowel die van de aandelen als die van de gezinswoning.
Geldt het voorgaande ook voor de sinds 2003 opgemaakte testamenten, waarin wordt geopteerd voor de wettelijke verdeling, met aanpassingen? Jazeker. Net zoals in het hierboven gegeven voorbeeld gaat de vrijstelling van de aandelen nagenoeg volledig verloren.

Wijzigen
Het verhaal van Kees en Wilhelmina leert dat het voor Nederbelgen met een meerderheidsparticipatie vennootschapsaandelen zeer lonend is na te gaan of hun testament geen ouderlijke boedelverdeling bevat, en zo ja om dit testament te wijzigen.
Onder meerderheidsparticipatie wordt verstaan minstens 50% van de aandelen. Voor de berekening van die 50% wordt echter ook rekening gehouden met de aandelen van de echtgenoot, de afstammelingen en hun echtgenoot, de ascendenten en hun echtgenoot, de broers en zusters en hun echtgenoot, en ten slotte de kinderen van vooroverleden broers en zusters van de erflater.
Maar ook zonder vennootschapsaandelen kan een ouderlijke boedelverdeling-testament of wettelijke verdeling-testament nadelig zijn. Indien het vermogen van de erflater, die een echtgenote en vier kinderen nalaat, beleggingen ten bedrage van 2.000.000 euro bevat en een gezinswoning ten bedrage van 1.500.000 euro, bekomt elk van de vijf kinderen een belastbare vordering ten bedrage van 700.000 euro en de echtgenote een deel van de villa (ten bedrage van 700.000 euro). In dit geval gaat de vrijstelling van de gezinswoning voor meer dan de helft verloren.
Kortom, beste Nederbelg, haal uw testament van onder het stof of uit de kluis en laat de inhoud ervan nazien door een deskundige persoon.
hits=5= / id=1978=