Is de Nederlandse fiscus heffingsbevoegd over een oud-regime lijfrenteverzekering?

In Archiefby robert

Op 21 januari 2011 heeft de Hoge Raad een arrest gewezen, waarin ze heeft aangegeven dat declausulering (“afkoop”) van een oud-regime lijfrenteverzekering door een in het buitenland wonende belastingplichtige niet kan leiden tot enig voordeel dat in Nederland kan worden belast.

Dit was al duidelijk voor situaties waarin declausulering vóór 1 januari 2003 plaatsvond. Deze situaties vielen nog onder de reikwijdte van het oude verdrag tussen Nederland en België en onder dit verdrag had Nederland geen heffingsbevoegdheid. Per 1 januari 2003 is echter het nieuwe verdrag tussen Nederland en België in werking getreden. Onder dit verdrag had Nederland wel heffingsbevoegdheid. De vraag was alleen nog of Nederland ook op grond van het nationale recht mocht heffen. Tot genoemd arrest van de Hoge Raad was dit niet duidelijk.
Wat betekent dit arrest nu voor de praktijk?

Oud-regime lijfrenteverzekering
Op 1 januari 1992 is in Nederland de Wet Brede Herwaardering ingevoerd. Deze wetswijziging heeft geleid tot een beperking van de flexibiliteit van kapitaalverzekeringen met een lijfrenteclausule. Een van de beperkingen was dat kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule niet langer zonder fiscale strafheffing (de zogenaamde revisierente) konden worden afgekocht. Deze wijziging gold niet voor oud-regime lijfrenteverzekeringen.
Oud-regime lijfrenteverzekeringen zijn kapitaalverzekeringen met lijfrenteclausule welke zijn afgesloten voordat de Wet Brede Herwaardering werd ingevoerd. Er dient daarbij onderscheid gemaakt te worden tussen oud-regime lijfrenteverzekeringen waarvoor premie in termijnen betaald wordt en oud-regime lijfrenteverzekeringen waarvoor een eenmalige koopsom gestort is. Lijfrenteverzekeringen met een premie in termijnen vallen onder het oude regime indien zij voor 16 oktober 1990 zijn afgesloten. Lijfrenteverzekeringen waarvoor een eenmalige premie is gestort, vallen onder het oude regime indien ze voor 1 januari 1992 zijn afgesloten.

Arrest van 21 januari 2011
Het arrest betrof een inwoner van België die in 2002 een tweetal oud-regime lijfrenteverzekeringen heeft gedeclausuleerd. Dit houdt in dat de lijfrenteclausule op de kapitaalverzekeringen is komen te vervallen. Fiscaal betekent dit dat sprake was van afkoop. De administratieve verwerking van de declausulering vond plaats in 2003. De inspecteur heeft vervolgens in belastingjaar 2003 de afkoop van de twee lijfrenteverzekeringen tot het inkomen uit werk en woning in box 1 gerekend. De belastingplichtige was het hier niet mee eens en tekende bezwaar en vervolgens beroep aan tegen de aanslag inkomstenbelasting 2003.

De rechtbank was het met belastingplichtige eens dat de declausulering in 2002 plaats vond en stelde dat de verhoging van het belastbaar inkomen in box 1 ten onrechte in de aangifte van 2003 heeft plaatsgevonden. De staatssecretaris van Financiën was het niet eens met de uitspraak van de rechtbank en stelde cassatie in bij de Hoge Raad.
De Hoge Raad bleek van mening dat, ongeacht wat in een belastingverdrag is overeengekomen, het overgangsrecht op oud-regime lijfrenteverzekeringen van kracht is gebleven. Dit houdt in dat de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 van toepassing blijft op oud-regime lijfrenteverzekeringen. Onder de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 was het voor de Nederlandse fiscus niet mogelijk om belasting te heffen over de afkoop van oud-regime lijfrenteverzekeringen van in het buitenland wonende belastingplichtigen. Volgens de Hoge Raad leidt de invoering van de Wet op de Inkomstenbelasting 2001 er dus niet toe dat Nederland mag heffen over de afkoop van een oud-regime lijfrenteverzekering.

Gevolgen voor de praktijk.
De uitspraak van de Hoge Raad kan zeer voordelig uitpakken indien u een oud-regime lijfrenteverzekering heeft. Op het moment dat u deze verzekering afkoopt wordt het heffingsrecht op grond van het belastingverdrag tussen Nederland en België weliswaar toegewezen aan Nederland. Door de uitspraak van de Hoge Raad is echter de wetgeving zoals die gold onder de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 van toepassing waardoor Nederland op grond van nationale wetgeving niet de mogelijkheid heeft om de afkoopsom van een oud-regime lijfrenteverzekering daadwerkelijk in de belastingheffing te betrekken.

De uitspraak van de Hoge Raad kan tevens zeer gunstig uitpakken voor inwoners van België die uitkeringen uit een oud-regime lijfrenteverzekering ontvangen. Op grond van het belastingverdrag is Nederland, als wordt voldaan aan een aantal voorwaarden, heffingsbevoegd over deze lijfrente-uitkeringen. Aangezien de Hoge Raad nu heeft beslist dat de bepalingen van de Wet op de Inkomstenbelasting 1964 van toepassing zijn op oud-regime lijfrenteverzekeringen kan Nederland ook deze lijfrente-uitkeringen niet in de Nederlandse belastingheffing betrekken.

Ontvangt u een lijfrente-uitkering welke in Nederland in de belastingheffing wordt betrokken of heeft u een lijfrenteverzekering die nog niet tot uitkering is gekomen, dan is het zinvol om te laten beoordelen of dit een oud-regime lijfrenteverzekering is. Indien het een oud-regime lijfrenteverzekering is, dan kunt u wellicht een aanzienlijke belastingbesparing realiseren.
hits=6= / id=1975=