Bij een goede planning: Nederlandse box 3 heffing kinderen lager dan Belgische roerende voorheffing ouders ?!

In Archiefby robert

“Ik wil wel schenken aan mijn kinderen, maar zij wonen in Nederland en zijn dan box 3 heffing verschuldigd. Dus ik kan beter niet schenken”. Dit is een veel gehoorde uitspraak van vermogende Nederbelgen. Echter door de juiste planningssystematiek te kiezen, is er door een schenking aan de Nederlandse kinderen per saldo minder Nederlandse en Belgische inkomstenbelasting verschuldigd. In deze bijdrage maken wij een vergelijking van drie mogelijke schenkingswijzen.

Overheveling van vermogen
De Nederlander die al langer dan tien jaar in België woont, kan in principe zonder heffing van schenkingsrecht vermogen overdragen aan zijn kinderen. Dit kan eenvoudig door de overdracht middels een bankgift danwel een niet te registreren akte die wordt verleden voor een Nederlandse notaris. Indien de schenker nog drie jaar in leven blijft, is in het geheel geen Belgische heffing verschuldigd. Komt de schenker binnen drie jaar te overlijden dan wordt de schenking op grond van een fictie in de wet belast met successierecht dat kan oplopen tot 27%. Bij een geregistreerde schenking aan de kinderen wordt 3% schenkingsrecht verschuldigd en daarmee is de kous dan af. Dit behoudens een emigratie van de schenker naar Nederland waarbij deze binnen 180 dagen na de schenking overlijdt.

De akte voor de Nederlandse notaris heeft daarbij meerdere voordelen ten opzichte van de bankgift. Enerzijds biedt de akte een onomstotelijke vastlegging van het moment waarop de schenking heeft plaatsgevonden. Dit is van belang voor de driejaarstermijn. Daarenboven kunnen in de akte allerlei bepalingen zoals uitsluitingclausules, bedingen van terugkeer, tweetrapsmaking en dergelijke worden opgenomen. Verder kan de akte voorzien in een volmacht om de akte desgewenst alsnog te registeren aan 3% mocht het overlijden van de schenker onverhoopt binnen de driejaarstermijn plotseling voorzienbaar blijken. Door alsnog tijdig te registeren en 3% schenkingsrechten te betalen worden dan de hogere successierechten vermeden.

De heffing van schenkingsrechten blijkt dan in de praktijk voor degene die lang genoeg in België woont niet het struikelblok voor de overdracht van vermogen. Veelal spelen aspecten als de wens om uit het vermogen nog inkomen te genieten en de angst om afhankelijk te worden van de kinderen na de overdracht van grote sommen een grotere rol. De praktijk kent daarvoor verschillende oplossingen die in de (fiscale) uitwerking grote verschillen vertonen.

Aan de hand van een eenvoudig voorbeeld lichten wij hierna een aantal varianten toe. Wij gaan daarbij uit van een Nederlands echtpaar (man 70 jaar, vrouw 65 jaar) die reeds meer dan tien jaar in België wonen. Zij beschikken over een liquide vermogen van 2 miljoen euro. Het veronderstelde rendement op het vermogen bedraagt 4% per jaar zijnde 80.000 euro. Zij hebben een meerderjarige zoon die in Nederland woont.

Klassieke schenking
Als de ouders eenvoudig het totale liquide vermogen overdragen aan hun zoon, dan komen ook alle vruchten daarvan aan hem toe. Veelal voorziet juist het liquide vermogen in een aanvullende vaste inkomstenstroom en is een dergelijke terugval in inkomen niet gewenst. In de praktijk wordt dan ook wel gekozen om slechts de helft van het vermogen te schenken aan het kind.
De zoon betaalt vervolgens na schenking jaarlijks 1,2% inkomstenbelasting over het overgedragen vermogen in box 3. Bij aanvang van de structuur een jaarlijkse bedrag van 12.000 euro. Het bruto rendement van 4%, zijnde 40.000 euro komt dan netto uit op een bedrag van 28.000 euro voor de zoon.
De ouders ontvangen 40.000 euro op hun vermogen van 1 miljoen euro. Zij zijn een roerende voorheffing verschuldigd van 15% over het bruto rendement. Van de 40.000 euro bruto rendement resteert bij de ouders netto een bedrag van 34.000 euro na afdracht van 6.000 euro roerende voorheffing.

Het netto-inkomen op familieniveau bedraagt feitelijk 62.000 euro. Bij overlijden wordt nog tot 27% successierecht verschuldigd over het voorbehouden vermogen.
De klassieke schenking resulteert derhalve in een “halve” oplossing waarbij de ouders in inkomen achteruitgaan. De zoon krijgt nu een deel van het inkomen van de ouders. Bij overlijden van de ouders wordt toch nog belasting geheven over het liquide vermogen.

Vruchtgebruik
Het nadeel van de klassieke schenking kan veelal ondervangen worden door te opteren voor een schenking met een voorbehoud van vruchtgebruik.
De jaarlijkse heffing in box 3 komt daarbij voor de zoon in eerste instantie uit op een bedrag van 11.520 euro. Het vruchtgebruik ten behoeve van de ouders vermindert de grondslag voor de box 3 heffing. De ouders ontvangen jaarlijks 80.000 euro aan vruchten waarvan, na afdracht van roerende voorheffing van 12.000 euro, netto 68.000 euro resteert.
Het netto-inkomen op familieniveau bedraagt daarbij dan nog maar 56.480 euro.
Bij overlijden is geen successierecht meer verschuldigd over de aangroei van bloot eigendom naar volle waarde. Tevens betaalt de zoon in deze variant Nederlandse inkomstenbelasting terwijl hij niet de vruchten van het vermogen heeft.

Schenking onder een last
Een meer optimale variant is de schenking onder de verplichting van een jaarlijkse last van 68.000 euro ten behoeve van de ouders. Deze variant staat ten onrechte veelal in de schaduw van de vorige twee schenkingsmethoden.
De zoon heeft hierbij recht op de vruchten over 2 miljoen euro zijnde 80.000 euro, daarvan dient hij 68.000 euro aan de ouders te betalen zodat voor hem 12.000 euro resteert. De zoon is hierbij nog een bedrag van 13.392 euro verschuldigd aan belasting in box 3.
De ouders betalen geen roerende voorheffing over de 68.000 euro. Het netto-inkomen op familieniveau bedraagt hierbij 66.608 euro.
De zoon betaalt in deze variant inkomstenbelasting, die nagenoeg geheel wordt gecompenseerd door het bedrag van de daadwerkelijke vruchten die aan hem toekomen.
Daartegenover staat dan dat bij overlijden geen successierecht meer verschuldigd is over de aangroei van bloot eigendom naar volle waarde.

Box 3 heffing lager dan roerende voorheffing
Door een juiste planning wordt niet langer roerende voorheffing verschuldigd over de inkomsten uit het vermogen. De zoon betaalt in dit voorbeeld nog geen 14.400 euro in box 3. De effectieve last voor de zoon is echter, doordat hij rechtstreeks de vruchten van het vermogen verkrijgt, nog geen 1.400 euro. Net als bij een regulier vruchtgebruik wordt bij overlijden van de ouders geen successierecht geheven over de aangroei van het beperkt recht naar het volle recht.
Het te behalen voordeel in iedere situatie is daarbij afhankelijk van de te verwachten rendementen, leeftijd en verwachte levensduur van de ouders.

Remigratie van de ouders
Een groeiende tendens is dat Nederlanders op een bepaalde leeftijd terug wensen te keren naar Nederland. Van belang is dat voorafgaand aan de remigratie een dergelijke planningsstructuur hierop wordt aangepast. Een en ander dient dan ook te worden meegenomen in de totale planning die voorafgaand aan een remigratie benodigd is.
Een jaar voor terugkeer dienen zaken zoals de ziektekostenverzekeringen, testamenten, huwelijkse voorwaarden, het wagenpark, vermogensoverheveling en de vennootschappelijke en/of onroerend goed structuren te worden gescreend. Dit om (fiscaal) optimaal terug te kunnen keren en ongewenste verrassingen tengevolge van de terugkeer te voorkomen. U wilt immers ook dan onbezorgd van uw leven blijven genieten.

Conclusie
Door de planningssystematiek van de schenking onder een last bespaart u toekomstige successierechten en vermindert u uw jaarlijkse inkomstenbelasting. Door een juiste structurering van het weggeschonken vermogen, behoudt u ook nog de controle over het vermogen. Dit is met name van belang als u voor uw levensonderhoud afhankelijk bent van de jaarlijkse last. Een goede planning vergt maatwerk. Afhankelijk van uw persoonlijke situatie kan een deel danwel het grootste deel van uw vermogen weggeschonken worden onder een last.
hits=4= / id=1974=