VWS wijst minnelijke schikking af

In Archiefby robert

De advocaat van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland bracht in zijn brief – over discriminatie bij invoering van de Zorgverzekeringswet van 2 december 2010 – aan de Minister van VWS naar voren: dat de Stichting bereid is om de mogelijkheid van een minnelijke regeling te beproeven. Het ministerie heeft in een brief (van 10 februari 2011) laten weten geen belangstelling te hebben voor een minnelijke schikking.

In de brief van de advocaat aan de minister stond onder andere:
“In zijn arrest van 14 oktober 2010 heeft het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen uitdrukkelijk geoordeeld dat het beginsel van het vrije verkeer van burgers van de Unie als bedoeld in artikel 21 lid 1 VWEU in de weg staat aan een nationale wettelijke regeling die een ongerechtvaardigd verschil in behandeling inhoudt voor wat betreft het behoud van de globale dekking tegen ziektekosten die ingezetenen en niet-ingezetenen hadden in het kader van vóór de inwerkingtreding van die wettelijke regeling (waarmee gedoeld wordt op de Zvw) gesloten ziektekostenverzekeringen. Het Hof laat het in het kader van de taakverdeling tussen de gemeenschapsrechter en de nationale rechter aan de laatste over om definitief de feiten vast te stellen op basis waarvan kan worden beoordeeld of van een dergelijke ongelijke behandeling sprake is.
Namens de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland en de bij haar aangesloten gepensioneerden bericht ik u dat dezen van oordeel zijn dat inderdaad sprake is van verboden discriminatie en dat zij voornemens zijn de bevoegde Nederlandse rechter te verzoeken zulks te bevestigen. De verwachting is dat de Nederlandse rechter zulks daadwerkelijk zal doen.
Als gevolg van de door het Hof geïdentificeerde discriminatie hebben tienduizenden in het buitenland wonende gepensioneerden ernstige schade geleden.
De Stichting realiseert zich dat een gerechtelijke procedure jaren in beslag kan nemen en dat de proceskosten voor alle betrokken partijen hoog zullen zijn. Hoewel zij vastbesloten is ten behoeve van al degenen wier belangen zij behartigt datgene te doen wat nodig is opdat zij hun recht kunnen halen, bericht ik u onder verwijzing naar artikel 3:305a lid 2 BW dat de Stichting gaarne bereid is om de mogelijkheid van een minnelijke regeling te beproeven.”

Op 22 april houdt de Centrale Raad zitting. Voor die tijd dienen partijen hun reactie op de uitspraak van het Europees Hof aan de Raad kenbaar te maken. Dit is inmiddels door de advocaat van de Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland gedaan.

hits=3= / id=1971=