Nederland en België verschillen in wetgeving. Wilsverklaringen, levenstestamenten

In Archief, Interestingby robert

Als mij ooit iets overkomt zoals uw tante Maria, en ge schiet me niet neer? Ge wurgt me niet, ge vergiftigt me niet? Dan kom ik weerwraak nemen, in uw dromen of zo. (Tom Lanoye, Sprakeloos)

Er zijn tegenwoordig een paar mensen die denken dat we het eeuwige leven binnen handbereik hebben – mensen die dan bijvoorbeeld tachtig heilzame pillen per dag slikken; anderen wachten in ingevroren toestand op hun wedergeboorte. De meesten van ons nemen aan dat het woord ‘sterveling’ nog wel even geldig is, en hopen op een mooie, goede dood. In de praktijk gaat de dood natuurlijk vaak gepaard met lijden. De christelijke cultuur heeft voor dat lijden zelfs een ruime plaats ingeruimd; maar niet iedereen wil dat.

Stervenshulp
Sterven doe je zelf maar een zachte dood sterven dankzij euthanasie, daar moet iemand anders aan te pas komen. Jij pleegt niet zelf euthanasie, maar een arts doet dat – tenminste, dat is de bedoeling. En om iemand wiens beroep het is om zieke mensen gezond te maken en gezonde mensen gezond te houden, te vragen om uitzichtloos lijdende mensen te helpen met sterven: dat is bepaald geen vanzelfsprekendheid. Ze doen het niet graag en actieve stervenshulp is sowieso geen populair onderwerp.
Dat is allemaal begrijpelijk, en toch kunnen wij ons allemaal verplaatsen in mensen die hun einde zien naderen en die inderdaad lijden aan een pijnlijk aftakelingsproces: we kunnen ons heel goed voorstellen dat een terminale patiënt niet die hele beker wil leegdrinken en zich die ellende wil besparen. Of mensen die na een ongeval in een coma terecht zijn gekomen waar ze nooit meer uit zullen komen, of in een situatie van een hoge dwarslaesie waarin ze geen vin meer kunnen verroeren. En op dat moment staan ze voor de vraag: wie helpt mij alsjeblieft? Maatschappelijk correct en medisch verantwoord?

Wetgeving
In Nederland en in België gelden verschillende wetten. In Nederland is er de Wet toetsing levensbeëindiging op verzoek en hulp bij zelfdoding (2002) en in België zijn het er eigenlijk drie: de Euthanasiewet, de Wet Patiëntenrechten en de Wet Palliatieve Zorg (alle uit 2002). Die wetten kwamen er na lange strijd. In Nederland werd die vooral gevoerd door de NVVE, de Nederlandse Vereniging voor een Vrijwillig LevensEinde (de E stond vroeger voor Euthanasie). De NVVE telt zo’n 115.000 leden. Haar Vlaamse tegenhanger – de VZW Recht op Waardig Sterven (RWS) – steekt daar met 6.500 aangeslotenen maar bleekjes bij af, de Franstalige ADMD telt er 4.500.
Door de wet is het begrip ‘actieve euthanasie’ verdwenen. Euthanasie is actief: het is een handeling die de dood van de patiënt tot gevolg heeft, op een van tevoren bepaald moment. Het grote voordeel daarvan is, als je bij bewustzijn bent, dat je op een fatsoenlijke manier van al je dierbaren afscheid kunt nemen; en dat je temidden van hen kunt sterven. Dat is het grote contrast met hoe het vroeger meestal ging en nu nog steeds vaak, onder de term van terminale of palliatieve sedatie: de arts voert de pijnstillende medicatie zodanig op dat de patiënt het bewustzijn verliest en uiteindelijk sterft.

Voorwaarden
Belangrijk is dus te noteren: we hebben geen recht op euthanasie, we hebben alleen het recht om erom te verzoeken en we kunnen dat zó doen dat een arts die de euthanasie vervolgens uitvoert, volgens de voorgeschreven procedure, gevrijwaard is van strafrechtelijke vervolging. De arts pleegt geen misdrijf indien er aan diverse voorwaarden is voldaan. De belangrijkste medische voorwaarde luidt dat: de patiënt zich in een medisch uitzichtloze toestand bevindt van aanhoudend en ondraaglijk fysiek of psychisch lijden dat niet gelenigd kan worden, en dat het gevolg is van een ernstige en ongeneeslijke, door ongeval of ziekte veroorzaakte aandoening.
Euthanasie is dus nooit een kwestie van de ene dag op de andere. Als patiënt moet je eerst het lijden en de uitzichtloosheid ervan ervaren, vóór je om euthanasie kunt verzoeken en in die wens kunt volharden. Bovendien is er bij euthanasie altijd sprake van een vertrouwensrelatie met een behandelend arts: die is de spil in het proces. De vraag welke wet van toepassing is, is dan ook snel beantwoord: in België de Belgische wet, in Nederland de Nederlandse. De nationaliteit van patiënt of arts doet er niet toe.

Bij euthanasie in België moet de arts het proces volledig schriftelijk documenteren, vanaf het eerste verzoek van de patiënt tot het daadwerkelijke overlijden (vele zien tegen de rompslomp op en doen het dan toch maar anders). Hij moet het geval ten minste aan één andere onafhankelijke arts voorleggen. Een ethische commissie is niet wettelijk.
De Federale Commissie kan een dossier aan Justitie doorgeven, maar deed dat in geen van de 1.529 gevallen in 2008-2009. (In Nederland werden in 2009 2.500 euthanasiegevallen geregistreerd.)
In situaties van een ziekte die je bewust doormaakt, speelt het geen rol of je al ooit eerder een wilsverklaring of levenstestament hebt opgesteld. Je moet wel een schriftelijk verzoek tot euthanasie ondertekenen, dat de arts in het dossier opneemt. Ziekenhuizen moeten die formulieren in huis hebben.

levenstestament
Het ligt anders als je in een uitzichtloze toestand verzeild bent geraakt, waarbij je wilsonbekwaam of bewusteloos bent. Dán is het wel degelijk van belang dat je over zulke papieren beschikt.
Het gaat om twee documenten. In een levenstestament (ook wel de negatieve wilsverklaring genoemd) kun je vastleggen dat men je bij hersentrauma met hartstilstand niet mag reanimeren, dat men je geen onnodige levensrekkende behandelingen mag geven, dat men je wél voldoende pijnstillende middelen moet geven (ook als je daardoor sneller zult sterven) en dat men je leven beëindigt als je hersendood bent (permanente vegetatieve toestand/PVS). Het levenstestament is bindend, geen arts mag ertegenin gaan. Verder kun je in je levenstestament meteen zaken opnemen als orgaandonatie, terbeschikkingstelling van de wetenschap, burgerlijke of religieuze uitvaart, begraven of cremeren (urne of asverstrooiing). Bovendien wijs je in het levenstestament een ‘benoemde vertegenwoordiger’ aan – je partner of iemand anders.
In het levenstestament kun je al verwijzen naar je wilsverklaring inzake euthanasie. Daarin vraag je aan een arts om euthanasie op jou toe te passen als dat wettelijk kan. Twee getuigen die geen belang hebben moeten je wilsverklaring mede ondertekenen.
De wilsverklaring voorziet ook in de mogelijkheid dat je euthanasie wilt als je wilsonbekwaam wordt én uitzichtloos zult lijden – zeg maar het geval van Hugo Claus. Je moet de verklaring hebben opgesteld toen je nog helder was.
Van het feit dat die documenten er zijn, kun je kaartjes bij je dragen. De wilsverklaring kun je bij de gemeentelijke administratie laten registreren, zodat elke arts die via het Rijksregister kan opvragen – als je na een ongeval of zware beroerte ergens aan het zieltogen bent.
Je kunt met je wilsverklaring geen enkele arts dwingen om euthanasie op je toe te passen. De wet verplicht de arts wel om je, als je dat vraagt, door te verwijzen naar een ander, als hij of zij zelf de euthanasie niet wil doen. Merkwaardig genoeg kun je het levenstestament niet bij de overheid registreren. Je moet het dus zelf ergens goed bewaren.

In principe kun je de verklaringen zelf opstellen. De vzw RWS (en haar Franstalige zusterorganisatie ADMD doet hetzelfde) stelt sets van deze documenten ter beschikking aan haar leden en bewaart voor haar leden kopieën in haar archief. Met een jaarsticker kun je het levenstestament elk jaar vernieuwen, dat moet officieel. De wilsverklaring inzake euthanasie blijft geldig tot je haar herroept.
RWS hoopt overigens dat vanaf 2014 al deze gegevens automatisch op de nieuwe SIS-kaart komen.
In Nederland verstrekt de NVVE teksten van verschillende wilsverklaringen (behandelverbod, euthanasieverzoek, volmacht, clausule dementie en clausule voltooid leven) aan haar leden. De NVVE heeft ook een niet-reanimerenpenning.

Zie www.rws.be of 03 272 51 63
www.nvve.nl of (in Nederland) 0900 6060606

hits=3= / id=1951=