Dubbele heffing successierecht (recht van overgang) niet in strijd met EG-recht, Hoge Raad 8 april 2011

In Archiefby robert

Onder omstandigheden is het mogelijk dat erfgenamen twee keer belasting betalen over aandelen in een onroerend goed lichaam. De Hoge Raad heeft onlangs de conclusie van de advocaat-generaal overgenomen.
In deze casus was vader in 1996 naar België geëmigreerd. In 2002 kwam hij te overlijden. Omdat hij de Nederlandse nationaliteit had, werd hij op grond van de woonplaatsfictie (10 jaar na overlijden) geacht ten tijde van zijn overlijden in Nederland te hebben gewoond. Tot zijn nalatenschap behoorden o.a. aandelen in een in Nederland gevestigd onroerende zaaklichaam. De waarde van die aandelen werd zowel betrokken in het Nederlandse als in het Belgische successierecht. België verleende geen tegemoetkoming voor de dubbele belasting omdat de aandelen in België als roerend werden aangemerkt en alleen een aftrek wordt verleend voor buitenlandse onroerende zaken. De Nederlandse inspecteur verleende eveneens geen aftrek ter voorkoming van dubbele belasting. De zoon (erfgenaam) stelde dat hierdoor sprake was van een ongelijke behandeling.
Volgens de Hoge Raad is er geen sprake van schending van het EU-recht ten aanzien van de dubbele heffing van successierecht. Volgens de Hoge Raad zijn namelijk zowel Nederland als België bevoegd successierecht te heffen ter zake van de verkrijging van het aandelenpakket. Omdat er geen belastingverdrag bestaat tussen Nederland en België ten aanzien van de heffing van successierecht en het EU-recht hier ook niet in voorziet, heeft de belastinginspecteur in deze het gelijk aan zijn kant.
Overigens zal de situatie vanaf 2010 fiscaal anders uitpakken. In verband met de afschaffing van het recht van overgang per 1 januari 2010 zal voor dit soort situaties wel een aftrek ter voorkoming van dubbele belasting geclaimd kunnen worden in Nederland.
hits=0= / id=1919=