BPM-heffing na verhuizing, Hoge Raad 4 februari 2011

In Archiefby robert

Een ander onderwerp dat regelmatig terugkeert in deze nieuwsbrief is de BPM-heffing. In dit geval een zaak die aan de hoogste Nederlandse rechter –de Hoge Raad- is voorgelegd. Als deze niet zeker is van het antwoord heeft ze de mogelijkheid de kwestie voor te leggen aan het Europese Hof van Justitie, door middel van het stellen van zogeheten prejudiciële vragen, wat ze in dit geval dan ook heeft gedaan. Wat was de casus?
Een aanvankelijk in Duitsland woonachtige vrouw, heeft in 2002 in Duitsland een auto met Duits kenteken gekocht. Later verhuist deze vrouw naar Nederland, maar ze blijft in Duitsland werken en gebruikt dezelfde auto voor haar woon- en werkverkeer. Vervolgens is ze in zowel 2003 als 2006 aangehouden en is geconstateerd dat ze met haar auto gebruik maakte van de Nederlandse weg, zonder dat ze BPM had betaald. Hiervoor werd een naheffingsaanslag plus 50% boete opgelegd.
De Hoge Raad heeft nu aan het Europese Hof van Justitie gevraagd of Nederland van een eigen inwoner BPM mag heffen als de auto in Duitsland is geregistreerd, deel uitmaakte van de verhuisboedel van de belanghebbende, die met behoud van nationaliteit naar een andere Europese lidstaat is verhuisd, terwijl de auto na de verhuizing op dezelfde wordt gebruikt als voor de verhuizing. De zaak is geschorst, totdat het Europese Hof van Justitie uitspraak heeft gedaan.

hits=1= / id=1779=