Inwonerschap naar nationaal recht hoeft niet samen te vallen met die voor verdragstoepassing, Hof Arnhem

In Archiefby robert

Voor Hof Arnhem is onlangs weer een procedure aan de orde geweest over de fiscale woonplaats. Daarbij kwamen zowel de bepalingen van de nationale Nederlandse wet aan de orde als de woonplaatsbepaling in het belastingverdrag met Spanje.
Het ging hier om een man die sinds 1983 niet meer was ingeschreven in Nederland en afwisselend op meerdere adressen in Nederland, Zwitserland en Spanje verbleef. In Nederland was dat bij zijn ex-echtgenote of zijn dochter. In Zwitserland e Spanje had hij een eigen woning respectievelijk een huurwoning. Hij was directeur enig-aandeelhouder van een Engelse Limited, waarvan het grootste deel van de activiteiten plaatsvond in Nederland.
Allereerst ging het Hof na of de man op basis van de nationale Nederlandse wet als fiscaal inwoner van Nederland kon worden aangemerkt. Volgens het Hof had de man op basis van de feiten en omstandigheden nog voldoende banden met Nederland, om hem op basis van de Nederlandse wet als fiscaal inwoner van Nederland aan te merken. Belangrijke argumenten waren daarbij de meerdere adressen waar hij kon verblijven in Nederland en de zware economische band via de activiteiten van de Engelse Limited in Nederland. Vervolgens ging het Hof na van welk land de man fiscaal inwoner was op basis van het belastingverdrag met Spanje. Daarvoor was met name van belang dat de man een duurzaam tehuis (woning) tot zijn beschikking had in Spanje, in tegenstelling tot in Nederland. Op basis daarvan werd de man voor het verdrag door het Hof aangemerkt als inwoner van Spanje. Dit had overigens tot gevolg dat Nederland bij dividenduitkeringen uit de Engelse Limited geen 25% belasting mocht heffen, maar slechts maximaal 15%.

hits=0= / id=1770=