Als emigreren een drama wordt

In Archiefby robert

Ook voor veel directeuren-groot aandeelhouders (DGA’s) is België fiscaal een aantrekkelijk land om te gaan wonen. Niet alleen kent België aantrekkelijke mogelijkheden om vermogen te schenken naar de volgende generatie, ook kan de Nederlandse aanmerkelijk belangclaim in box 2 van 25% worden afgeschud.

Voordat van zulke mogelijkheden gebruik kan worden gemaakt, geldt een wachttermijn die in veel gevallen tien jaar bedraagt. Gedurende deze termijn houdt Nederland mogelijkheden om belasting als nog te innen. Hierbij kan bijvoorbeeld aan de conserverende aanslag op de aanmerkelijk belangaandelen worden gedacht. Geen probleem, zegt u, in België is het goed toeven. Ik zit die termijn in het Bourgondische buurland graag uit! En gelukkig, in veel gevallen werkt het ook zo uit. Maar niet altijd. Wij lichten hierna kort een casus toe, waarbij onverwachte ontwikkelingen na emigratie grote gevolgen met zich meebrengt.

Emigratie
Man en vrouw zijn met huwelijkse voorwaarden (koude uitsluiting) gehuwd. Zij hebben samen twee kinderen. De man is DGA met een Nederlandse holding, die weer alle aandelen in een Nederlandse werkmaatschappij houdt. De familie verhuist in 2005 naar België. Bij de emigratie wordt door Nederland een conserverende aanslag opgelegd voor tien jaar. De familie heeft het inderdaad uitstekend naar de zin en de man besluit om zijn activiteiten af te bouwen. En uiteindelijk in 2008 verkoopt hij de werkmaatschappij. Omdat hij de Holdingmaatschappij nog houdt, wordt de conserverende aanslag niet ingevorderd. De bezittingen van de holding bestaan dan feitelijk alleen nog uit de ontvangen koopsom voor de verkoop van de werkmaatschappij.

Heffingen
En dan, in 2010, komt de man plotseling onfortuinlijk om het leven. Hoewel in zo’n situatie het persoonlijke leed vooropstaat, verdient ook het fiscale drama dat zich dan voltrekt de aandacht.
De wetswijzigingen die door Nederland per 1 januari 2010 in de Successiewet en Inkomstenbelasting zijn ingevoerd, werken op bepaalde punten zelfs uit over de grenzen heen. Eén van de gevolgen is dat in onze casus de conserverende aanslag wordt ingevorderd! Er vindt geen doorschuiving plaats naar de erfgenamen. Dat betekent dat omstreeks 25% van de waarde van de aandelen per direct aan inkomstenbelasting betaald moet worden.
Daarnaast moet Erfbelasting in Nederland (tot 20%) en Vlaams Successierecht (tot 27%) worden betaald. De verschuldigde Vlaamse Successierechten komen overigens in principe wel in mindering op de in Nederland te betalen Erfbelasting. Dit betekent dus dat er 25% inkomstenbelasting en daaropvolgend tot 27% Successierecht over de waarde van de aandelen aan belasting moet worden betaald.

Fiscaal drama
Het drama ontvouwt zich vervolgens nog verder. He benodigde geld zit “opgesloten” in de vennootschap en moet hieruit worden onttrokken. Dit zal moeten gebeuren door, bijvoorbeeld, een dividenduitkering. Als dit gebeurt binnen twee jaar na overlijden, dan heeft Nederland een regeling op grond waarvan (tot op zekere hoogte) over het dividend geen dividend- of inkomstenbelasting hoeft te worden betaald. Deze regeling is alleen helaas niet van toepassing bij een invordering van een conserverende aanslag. Bij een dividenduitkering heft Nederland dus 15% dividend- en inkomstenbelasting onder toepassing van het belastingverdrag.
Maar België heft ook belasting bij een dividenduitkering en maakt daarmee het fiscale drama compleet. In België is dan namelijk 25% belastingheffing verschuldigd over het netto-dividend. De effectieve heffing over dividenduitkeringen loopt hier op tot 36,25%. Het gevolg zal dan kunnen zijn dat een zeer groot deel van het gehele vermogen van de holdingvennootschap moet worden uitgekeerd en dat dit netto-dividend vervolgens moet worden gebruikt om alle belastingaanslagen te betalen: een fiscale nekslag voor de familie dus!

Voorbeeld
Een (gestileerd) cijfervoorbeeld als illustratie van het probleem:
Stel dat bij emigratie een conserverende aanslag is opgelegd over een waarde van € 8 miljoen (in 2005) en dat een verkoop van de werkmaatschappij uiteindelijk € 8,5 miljoen oplevert.

De conserverende aanslag bedraagt 25% van (afgerond) € 8 miljoen = € 2 miljoen.
Bij het overlijden in 2010 wordt de aanslag van € 2 miljoen ingevorderd. Vervolgens wordt Successierecht geheven. Hoewel de tarieven in België oplopen tot 27% gaan wij hier uit van een (gemiddeld) tarief van 26%. Geheven wordt over de waarde van de aandelen, € 8,5 miljoen, -/- de belastingschuld uit de conserverende aanslag van € 2 miljoen. Dit resulteert in een heffing van 26% over € 6,5 miljoen is € 1,7 miljoen. Het totaal te betalen bedrag is dan € 2 miljoen + € 1,7 miljoen = € 3,7 miljoen. Om dit te betalen moet aan dividend afgerond € 5,72 miljoen worden uitgekeerd: en dit bedrag gaat volledig op aan belastingheffing! Van het vermogen van € 8,5 miljoen is er na overlijden nog maar € 2,78 miljoen over.

Kon dit drama worden voorkomen?
De meest eenvoudige oplossing is de onderneming niet te verkopen, bijvoorbeeld gedurende de wachttermijn van tien jaar. Bij een actieve onderneming bestaan er namelijk in zowel de Nederlandse inkomstenbelasting en Erfbelasting en in het Vlaamse Successierecht zeer ruime vrijstellingen. De verschuldigde belasting hierover kan dan worden verminderd tot zelfs nagenoeg nihil.
Een tweede mogelijkheid is te huwen in een gemeenschap van goederen. In dat geval behoren de aandelen namelijk niet volledig toe aan de man, maar aan beiden voor de helft. Daarmee wordt de belastingclaim bij overlijden al met de helft verminderd, omdat dan alleen zijn helft vererft. Daarnaast wordt het dan mogelijk om na overlijden het huwelijkse vermogen zo te verdelen dat de aandelen van de man worden toegekend aan zijn echtgenote. Deze verdeling van het huwelijkse vermogen kan, vanwege de nog onduidelijke precieze uitleg van de nieuwe wetsbepalingen in, tot gevolg hebben dat de conserverende aanslag van de man niet wordt ingevorderd. De meningen hierover zijn nog verdeeld en deze optie is daarom nog geen zekerheid. Het is waarschijnlijk dat een Nederlandse rechter zich hier vroeger of later over zal moeten uitspreken.

Het fraaist zou het echter zijn als de wetgever zou ingrijpen om een dergelijke absurd hoge belastingheffing bij overlijden te repareren!

hits=1= / id=1700=