Bagage en vliegreis

In Archiefby robert

Het Hof bevestigt dat de aansprakelijkheid van luchtvervoerders voor het verlies van bagage maximaal 1 134,71 euro bedraagt. Deze begrenzing is immers absoluut en dekt zowel de immateriële als de materiële schade.
Krachtens het Unierecht is de aansprakelijkheid van een luchtvervoerder uit de Gemeenschap jegens passagiers en hun bagage geregeld in het verdrag van Montreal. Dit verdrag bepaalt dat de aansprakelijkheid van de vervoerder in geval van vernieling, verlies of beschadiging van bagage is beperkt tot 1.134,71 (wat overeenkomt met 1.000 bijzondere trekkingsrechten [BTR]), behoudens bijzondere verklaring omtrent belang bij de aflevering, gedaan door de passagier bij de afgifte van de aangegeven bagage aan de vervoerder en tegen betaling van een eventueel verhoogd tarief. In dit laatste geval is de vervoerder immers in beginsel verplicht te betalen tot het bedrag van de opgegeven som.
Op 14 mei 2008 heeft de heer Walz tegen de luchtvaartmaatschappij Clickair een vordering ingesteld opdat deze zou worden veroordeeld tot schadevergoeding wegens het zoekraken van bagage, die hij had aangegeven voor een door deze maatschappij verzorgde vlucht van Barcelona (Spanje) naar Porto (Portugal). In het kader van deze vordering eiste de heer Walz schadevergoeding van in totaal 3.200 euro, waarvan 2.700 euro ter vergoeding van de waarde van de zoekgeraakte bagage en 500 euro ter vergoeding van de door dat verlies geleden immateriële schade.
Er is nu dus een schadevergoedingsbegrenzing. Luchtvervoerders kunnen de passagiers nu gemakkelijk en snel schadeloos stellen, zonder dat hierbij een zeer zware en moeilijk vast te stellen en te berekenen vergoedingsplicht wordt opgelegd, waardoor de economische activiteit van de luchtvervoerder zou kunnen worden ontwricht of zelfs geparalyseerd.
(EU Hof, Luxemburg)
hits=1= / id=1695=