BTW-aftrek op onroerend goed / op basis van oppervlakte of de huurwaarde

In Archiefby robert

Een BTW-plichtige verwerft een onroerend goed dat hij eveneens deels bestemd voor zijn beroepsactiviteit, deels voor privé verhuur. Het beroepsgebruik geeft recht op aftrek van BTW, de privé verhuur niet. De belastingplichtige – onbekend met het Seeling-arrest – brengt de BTW over het beroepsdeel onmiddellijk in aftrek, de BTW over het andere deel niet. Volledig in lijn dus met het standpunt van de belastingdienst.
De BTW die hij in aftrek brengt over het beroepsdeel berekent hij evenwel niet op basis van de oppervlakte van het pand, maar op basis van de huurwaarde van het beroepsdeel dat getaxeerd wordt door een vastgoedexpert. De berekening van de aftrek op basis van deze “economische” benadering leidt tot een veel hogere aftrek dan een berekening op basis van de oppervlakte.
De belastingdienst is het daar volstrekt niet mee eens en stelt zich op het standpunt dat enkel een berekening op basis van de oppervlakte tot een juist resultaat leidt. Enkel de BTW is aftrekbaar die pro rata betrekking heeft op de oppervlakte van het beroepsdeel in verhouding tot de totale oppervlakte. De BTW-wetgeving bevat in dgl. situaties geen specifieke regels voor de berekening van het aftrekbaar deel van de BTW. Zij stelt enkel dat de verhouding aftrekbare en niet-aftrekbare BTW door de belastingplichtige gebeurt “onder controle van de belastingdienst”.
De belastingplichtige is het niet eens met dat standpunt en legt zijn zaak voor aan de rechtbank. In eerste aanleg krijgt hij ongelijk. Niet echter in beroep. Het Hof verwijst naar rechtspraak van het Europees Hof van Justitie waarin bepaald wordt dat ingeval bedrijfsmiddelen worden aangewend zowel voor belaste als niet-belaste activiteiten, het aftrekbaar deel van de BTW moet bepaald worden op basis van een objectief criterium. Dat objectief criterium kan zowel de oppervlakte zijn – zoals de belastingdienst voorstelt – maar ook een economisch criterium zoals de huurwaarde.
De eerste benaderingswijze is een zeer eenvoudige methode die echter geen rekening houdt met mogelijke waardeverschillen tussen de verschillende delen van het onroerend goed. De tweede is economisch meer verantwoord. Welnu, stelt het Hof, “indien er gegevens beschikbaar zijn die voldoende betrouwbaar en objectief zijn om het recht op aftrek te bepalen op basis van een economische benadering, is dat rendementscriterium te verkiezen boven het oppervlaktecriterium nu het normalerwijze beter de werkelijkheid zal benaderen…” Het Hof volgt de berekeningswijze van de belastingplichtige.
hits=1= / id=1693=