Zorg Zorgen. Eindelijk gerechtigheid?

In Archiefby robert

Op 20 mei hield het Europese Hof in Luxemburg hoorzitting. Het gebouw is groot en kil, geflankeerd door twee gouden torens. Binnen is het een bijenkorf. Het Hof is onafhankelijk, ook van de lidstaten en het bewees dat. Het had vragen gesteld en partijen kregen ieder 20 minuten om deze te beantwoorden. De vragen waren in het kort: (a) Waren de expat gepensioneerden benadeeld door de Nederlandse toepassingswet?, en (b) wordt de vrijheid van migratie erdoor belemmerd? (zie vorige nummer voor volledige tekst).

Aan het woord kwamen eerst de drie vertegenwoordigers van de expat-gepensioneerden: mr. Pijnacker Hordijk, mr. Ebbink, mr. Fokkens. De drie pleidooien vulden elkaar goed aan. Hierop volgden: (1) vertegenwoordigers van enkele lid-staten en de Europese Commissie, die hun steun aan het Nederlandse standpunt herhaalden en voorts (2) mr. Lange, die de Nederlandse Staat vertegenwoordigde. Op een ietwat schoolmeester-achtige wijze onderstreepte de heer Lange de zorgvuldigheid waarmee de Nederlandse Regering met de belangen van de pensionado’s rekening gehouden zou hebben. Zo paste zij bijvoorbeeld de hoogte van de zogenaamde ‘bijdragen’ aan middels de woonlandfactor. Klap op de vuurpijl was de bewering dat na het eenzijdig opzeggen van duizenden particuliere verzekeringscontracten nieuwe aanvullende contracten waren aangeboden. Met de inhoud daarvan was de regering niet op de hoogte omdat de zeer hoge premies en beperkende voorwaarden een commerciele zaak waren van de zorgverzekeraars, waar de regering geen weet van kon hebben.

Argumenten
Mr. Pijnacker Hordijk wees op het grote gebrek in het stelsel, dat de hoogte van de bijdrage die het pensioenland in rekening brengt in geen enkele verhouding hoeft te staan tot de premie die het woonland voor zijn eigen verzekerden heft. Dit is een discrepantie die door niets gerechtvaardigd is, tot ernstige benadeling van expat gepensioneerden leidt en tot bevoordeling van het pensioenland.
Emigrerende pensionado’s hebben tijdens hun werkende leven hoge bijdragen geleverd aan de sociale verzekering in Nederland. Zij betaalden mee aan de kosten van de ouderen, leverden dus toen reeds hun bijdrage tot de solidariteit. Daar stond tegenover dat hun verzekering nooit eenzijdig door de verzekeraar mocht worden opgezegd en zij tot hun dood toe een redelijke verzekeringspremie konden blijven betalen. Dit is door de Nederlandse Staat welbewust doorbroken, met het doel zelf eigen inkomsten te genereren van bijdragen van in het buitenland wonende gepensioneerden en verzekeraars te bevrijden van een relatief dure populatie verzekerden, zodat zij meer financiële ruimte kregen om te concurreren met de premiestelling voor de nieuw in te voeren volksverzekeringen. Naar schatting gaat het hier om een bedrag van € 1 miljard.

Beperkte voorzieningen
Circa 18.000 pensionado’s, die zich in de zuidelijke landen geconfronteerd zagen met zeer beperkte voorzieningen, schreven zich dus niet in met een E121 formulier, maar werden wel geconfronteerd met aftrek van een bijdrage van hun pensioen – “voor niets”. “En dit niet als gevolg van een wijziging van het systeem van Verordening 1408, maar als gevolg van de wijziging van het Nederlandse stelsel.” “….de Nederlandse overheid genereert daarmee naar schatting ruim 100 miljoen euro aan extra inkomsten, zonder dat daar enige kosten tegenover staan.”
Tienduizenden andere gepensioneerden wiens particuliere verzekering door ingrijpen van de Nederlandse Staat werd opgezegd, zagen zich gedwongen aansluiting te zoeken bij de
sociale verzekering van hun woonland. Veelal bleek wegens hun hoge leeftijd een aansluitende verzekering onmogelijk. Een groot aantal zag zich hierdoor gedwongen terug te migreren naar Nederland, waarmee de tweede vraag van het Hof beantwoord is.
De expat-gepensioneerden werden door Nederland gedwongen in het keurslijf van Verordening 1408, terwijl deze hen juist een vrije keus laat.

Voorbeelden
De heer Ebbink wees er op dat pensionado’s onder het rechtsstelsel van hun woonland vallen en dus “ipso jure” niet onder de Nederlandse zorgwet. De hiervoor genoemde 18.000 pensionado’s dienden geen E 121 formulier in, terwijl van hun pensioen nochtans een “bijdrage” werd afgetrokken. De regering bleef vasthouden aan een onjuiste interpretatie van de Europese verordeningen. (art 88.3.)
De heer Fokkens – 50 jaar particulier verzekerd, werkte in Nederland, woont thans in Frankrijk – maakte nooit kosten die niet door zijn verzekering waren gedekt. Hij zag niettemin zijn contract eenzijdig opgezegd worden en is nu met een “bijdrage” belast. De “compensatie” bestond uit een Franse basis-verzekering en een aanbod van een irrelevante aanvullende Nederlandse verzekering tegen een zeer hoog tarief. Zoals iedereen moest hij in het systeem opgenomen worden. Het onderscheid tussen ziekenfonds- en particulierverzekerden was immers komen te vervallen (Lange: een souverein recht van de Nederlandse staat op grond van de Europese verordening….). De heer Fokkens toonde aan dat de verklaring van E121 juridisch onjuist is en de daarop gebaseerde bijdrage en verzekering onrechtmatig.

Het Hof
Tijdens het “vragen-uurtje” stelden rechters scherpe vragen: of de heer Lange kon aantonen met feiten dat de pensionado’s niet waren benadeeld? De antwoorden waren zwak en de heer Lange vroeg respijt om zijn experts (CVZ) te raadplegen. Het ontlokte aan een rechter eens de opmerking “dat is geen antwoord op mijn vraag”. De leegheid van het regeringsstandpunt werd verder duidelijk door de antwoorden van de vertegenwoordigers van de pensionado’s.
De regering pretendeerde dat het mogelijk was aanvullende verzekeringen af te sluiten. Hierbij werden ‘details’ zoals een veel hogere premie over het hoofd gezien, alsook het feit dat het afsluiten van een dergelijke verzekering onmogelijk is als men boven een bepaalde leeftijd is (in België 64 jaar) en/of een ernstige ziekte heeft. Pijnacker Hordijk liet van dit verhaal niet veel heel, door onder andere erop te wijzen dat premies voor aanvullende verzekeringen 3 tot 4 keer hoger waren. Hij wees er ook op dat de woonlandfactor was afgedwongen door de rechter; het was geen edelmoedig gebaar van de staat.

Kortom, de hoorzitting ging over de essentie van het probleem: de schandalige en discriminerende behandeling van de expat-gepensioneerden als gevolg van de Nederlandse toepassingwet; niet de Europese verordening, die terwille van de toepassingswet door Nederland krom werd geinterpreteerd. Zo leverde de zitting een schril contrast op met de rechtszittingen in Nederland in de afgelopen vijf jaren.
De Advocaat-Generaal zal op 15 juli aaanstaande zijn conclusies bekend maken en de uitspraak van het Hof zou in November tegemoet gezien kunnen worden.
hits=0= / id=1690=