Vereiste borgstelling voor buitenlandse erfgenamen in strijd met het Europese recht?

In Archiefby robert

Indien er bij het overlijden van een Belgisch inwoner buitenlandse erfgenamen zijn, moet er eerst een borg gesteld worden, anders mogen de activa van de nalatenschap niet vrijgegeven worden. Dit heeft tot gevolg dat de familie niet over de gelden kan beschikken en dat bijvoorbeeld de beleggingen niet gewijzigd kunnen worden. Het komt ons voor dat dit niet in overeenstemming is met de regels van het Europese recht.

1. In onze praktijk worden wij regelmatig geconfronteerd met de problematiek van de vereiste borgstelling indien er buitenlandse erfgenamen zijn.
Iemand woont in België, overlijdt en laat erfgenamen na in het buitenland, bijvoorbeeld in Nederland. De buitenlandse erfgenamen (1) moeten dan een bijkomende zekerheidsstelling geven tot betaling van de Belgische successierechten en eventuele boeten. Deze borgstelling wordt vereist in de artikelen 94 en 95 van het Wetboek Successierechten. Tegoeden van de overledene worden geblokkeerd totdat de buitenlandse erfgenamen een voldoende borgstelling hebben verleend.
Het bedrag van die borgstelling wordt vastgesteld door de vrederechter van de laatste fiscale woonplaats van de overledene. De ontvanger van de successierechten zal van de betaling van de borgstelling een getuigschrift afleveren. Pas daarna zijn de goederen van de nalatenschap beschikbaar.
De gewestelijke directeur van de belastingen mag de buitenlandse erfgenamen ervan ontslaan de borgstelling te verstrekken. De praktijk leert echter dat de termijn tussen de aanvraag tot vrijstelling en de beslissing maanden kan duren.
Vanaf eind augustus van dit jaar mag de bank alvorens de borg is gesteld – onder bepaalde voorwaarden – een maximumbedrag van 5.000 euro ter beschikking stellen van langstlevende echtgenoot of samenwonende partner.(2) Dit is echter maar een doekje voor het bloeden.

2. We stellen dus vast dat bovenstaande regeling niet geldt voor erfgenamen die Rijksinwoners zijn, maar wel voor erfgenamen die inwoners zijn van een andere lidstaat van de Europese Unie! De tegoeden van de overledene (beleggingsportefeuille, banktegoeden…) blijven in een grensoverschrijdende situatie gedurende maanden onbeheerd, terwijl dit in een zuiver Belgische situatie niet het geval is. Wij menen dat de eis tot bijkomende borgstelling aan een in het buitenland (Nederland) wonende erfgenaam van een Belgisch Rijksinwoner in strijd is met het Europese recht.
De wetgever mag immers geen onderscheid maken naargelang de plaats waar men woont, als dat in de Europese Unie is.
Ondertussen weten we dat een nationale regeling inzake successierechten onder meer de vrijheid van vestiging kan betreffen. Zo denken we aan de zaak Geurts-Vogten tegen de Belgische Staat (3) waarin het Hof van Justitie oordeelde dat de vrijheid van vestiging zich verzet tegen een belastingregeling die de vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen verleent indien werknemers in Vlaanderen worden tewerkgesteld, terwijl deze vrijstelling niet wordt verleend aan ondernemingen die werknemers in een andere lidstaat (Nederland) tewerkstellen.
Door de vereiste borgstelling worden personen die zich vanuit het buitenland (Nederland) in België komen vestigen – minstens indirect – gediscrimineerd omdat het veelal zij zijn die buitenlandse erfgenamen nalaten. Hun vrijheid van vestiging wordt aldus geschonden.

3. Het komt ons voor dat de Europese Commissie hier de nodige actie dient te ondernemen. De Europese Commissie is ondertussen al verwittigd. Wordt dus (hopelijk) vervolgd!

Anouck Biesmans en Rik Deblauwe, advocaten bij Tiberghien advocaten, Brussel en Antwerpen.

(1) D.i. alle in het buitenland wonende persoon, die erfgenaam, legataris of begiftigde is in de nalatenschap van roerende goederen van een Rijksinwoner.
(2) Art. 95 W Succ.
(3) HvJ, arrest van 25 oktober 2007, Geurts-Vogten, C-464/05.
hits=1= / id=1666=