Aanpassing pensioen- en lijfrenteregime in Nederland

In Archiefby robert

Onlangs is de Nederlandse wet inzake de heffing over afkoopsommen ter zake van pensioenen en lijfrenten aangescherpt. De reden daartoe was dat de Hoge Raad op vrijdag 19 juni 2009 vier belangrijke arresten heeft gewezen over conserverende aanslagen ter zake van pensioenen met betrekking tot de goede verdragstrouw. De conserverende aanslag wordt onder meer opgelegd bij emigratie, indien men in Nederland pensioen of een lijfrente heeft opgebouwd. Als aan de voorwaarden wordt voldaan, kan uitstel van betaling worden gevraagd voor 10 jaar, waarna de conserverende aanslag vervalt.
Voorheen was in de Nederlandse wet vastgelegd dat de waarde in het economische verkeer van de pensioenaanspraak tot het in Nederland (progressief) belaste inkomen behoort, zodra men een verboden handeling verricht. Als na emigratie dan een verboden handeling wordt verricht, zoals afkoop van het pensioen of het belenen van de pensioenpolis, dan wordt de conserverende aanslag ingevorderd. Daarnaast is ook nog eens 20% revisierente verschuldigd.

Afkoop
Van groot belang is, hoe Nederland in haar verdragen met andere landen, de heffingsrechten over bijvoorbeeld een afkoopsom voor een pensioen heeft verdeeld. Vaak is in oudere verdragen geregeld dat de belastingheffing over het pensioen en de eventuele afkoopsom exclusief aan het woonland is toegewezen. Daardoor heeft Nederland naar verloop van tijd haar wetten aangepast, om de fiscale claim op lijfrenten en pensioenen te kunnen behouden op het moment dat dit pensioen niet regulier wordt afgewikkeld. Vaak heeft Nederland namelijk bij de opbouw van het pensioen of de lijfrente een fiscale faciliteit (aftrek of onbelaste premietoekenning) verschaft. Nederland wil voorkomen dat men even over de grens wipt en het pensioen laat afkopen. Daar bovenop komt nog het feit dat het buitenland de afkoopsom soms erg mild belast. Dit gegeven heeft de Nederlandse wetgever ertoe bewogen om een sanctie te zetten op de emigratie, gevolgd door een afkoop van het opgebouwde pensioen en/ of de lijfrentepolis.

Strijd met goede verdragstrouw
De wettelijke systematiek in Nederland is volgens de Hoge Raad echter in strijd met de goede trouw ten opzichte van de verdragspartner. De sanctie is echter pas later in de Nederlandse wet opgenomen. Na het sluiten van het verdrag heeft Nederland eenzijdig haar wetgeving aangepast en daardoor het heffingsrecht over bijvoorbeeld afkoopsommen eenzijdig naar zich toegehaald. Dit gegeven maakt dat de sanctiebepaling is strijd is met de goede verdragstrouw en dus onverbindend is. Het betreffende verdragsland is immers niet bij de totstandkoming van de wetgeving betrokken.
Dit maakt in beginsel belastingvrije afkoop van pensioenen na emigratie mogelijk. De wetgever heeft direct gereageerd met reparatiewetgeving. De wet is dus inmiddels gerepareerd, met terugwerkende kracht tot 29 juni 2009, omdat een heffingslek werd gevreesd. De wet is zodanig aangepast dat afhankelijk van het verdrag een verschillende fiscale behandeling aan de lijfrente- of pensioenuitkering/ afkoopsom wordt gekoppeld. Het nieuwe regime kan als volgt worden samengevat.

Nieuw regime
Indien een fiscale faciliteit is genoten zoals premieaftrek en men emigreert naar een land met een exclusieve woonstaatheffing, wordt de premieaftrek teruggedraaid en tot het in Nederland belaste inkomen gerekend. Het woonland mag weliswaar heffen over de (afkoopsom ter zake van) het pensioen, maar de Nederlandse fiscale wetgever wil in dat geval wel de faciliteit terugdraaien door een aanslag op te leggen. Daarbij worden de afgetrokken premiebedragen alsnog tot het progressief in Nederland belaste inkomen gerekend. Het terugdraaien van deze faciliteit houdt natuurlijk sterk verband met het pensioen en de afkoop daarvan, maar de wetgever ziet dit niet als een belastingheffing over de afkoopsom, die immers veelal aan het woonland ter belastingheffing is toegewezen.
Voor wat betreft lijfrenten wordt maximaal de waarde in het economische verkeer van de lijfrenteaanspraak tot het in Nederlandse belastbare inkomen gerekend.
Indien er een bronstaatheffing is (dus heffing in principe in het land waar de pensioenverzekeraar de uitkering doet) is dit anders. Onder het betreffende verdrag dat Nederland met dat land heeft gesloten, wordt de gehele afkoopsom voor zowel lijfrenten als pensioenen in de heffing betrokken zoals altijd al het beoogde geval was. Nederland kan dan haar heffingsrechten immers nog effectueren en zal de Nederlandse fiscus het gehele gefacilieerd opgebouwde pensioen of de lijfrente progressief willen belasten.

Dooremigratie
Voor de zogenoemde dooremigratie is een aparte regeling getroffen. Men kan immers in eerste instantie emigreren naar een land waarmee Nederland een verdrag gesloten en waarmee Nederland een bronstaatheffing ter zake van pensioen of lijfrenten heeft afgesproken. In dat geval wordt er geen conserverende aanslag opgelegd, want Nederland kan toch haar heffingsrechten nog effectueren. Als nadien de emigrant doorverhuist, naar een land waarmee Nederland een verdrag heeft gesloten dat een exclusieve woonstaatheffing heeft gesloten, dreigt er wederom een heffingslek. In het geval van doorverhuizing naar een verdragsland met een exclusieve woonstaatheffing, wordt alsnog een conserverende aanslag opgelegd.

Verdrag Nederland-België
Onder het huidige verdrag tussen Nederland en België mag Nederland heffen over afkoopsommen van pensioenen en lijfrenten, als deze nog niet zijn ingegaan. Daarnaast kan Nederland heffen over (afkoopsommen ter zake van) reeds ingegane lijfrenten en pensioenen, als die afkoopsom de grens van € 25.000 overschrijdt en in België niet of nauwelijks (progressieve) heffing plaatsvindt. In gevallen waarin men vanuit België dooremigreert naar een land met een oud verdrag met Nederland (zoals Frankrijk), zal de fiscus een conserverende aanslag willen opleggen, waar mijns inziens bezwaar tegen dient te worden gemaakt. Emigreert men thans vanuit Frankrijk naar België als voormalig inwoner van Nederland, dan kan zelfs de conserverende aanslag worden opgehoogd tot de waarde in het economische verkeer dus inclusief rendement, in plaats van louter heffing over afgetrokken premies of onbelaste premietoekenning.

Strijdigheid blijft
Hoewel de wetgever nu het heffingsvacuüm heeft trachten op te heffen, kan men het opleggen van een conserverende aanslag voor wat betreft de oudere verdragen niettemin blijven bestempelen als een handeling die niet te goeder trouw is jegens de verdragspartner. Met name in verdragen waarin Nederland een exclusieve woonstaatheffing heeft afgesproken wringt de schoen. Het opleggen van een conserverende aanslag is en blijft immers het creëren van een heffingsrecht dat Nederland eenzijdig, dus zonder instemming van haar verdragspartner, naar zich toe trekt. Als het pensioen -of liever gezegd de afkoopsom- tot uitkering komt, zal het woonland eveneens haar heffingsrecht willen effectueren, wat wel eens een dure aangelegenheid kan worden. Als de premieaftrek wordt teruggedraaid door Nederland en het woonland nog eens over de uitkering(en) heft, zonder voorkoming van de in Nederland geheven belasting, wordt men dubbel belast.

Mocht de nieuwe wetgeving succesvol worden aangevochten, zal de deur openstaan naar onbelaste afkoop van pensioenen en lijfrenten, met name dan in situaties met landen waarmee Nederland een exclusieve woonstaatheffing heeft afgesproken. Dit zijn vaak de landen waarmee Nederland oudere verdragen gesloten. Een bezwaarschrift indienen tegen de conserverende aanslag kan dan toch zinvol zijn, ondanks de nieuwe wetgeving.

hits=2= / id=1657=