Opgaaf wereldinkomen – Nieuwe ontwikkelingen

In Archiefby robert

Als gevolg van de op 1 januari 2006 ingevoerde Zorgverzekeringswet wordt (onder meer) aan Nederlanders die in België wonen (hierna te noemen: verdragsgerechtigden) jaarlijks verzocht om hun wereldinkomen op te geven aan de Nederlandse Belastingdienst. Op korte termijn zal de Belastingdienst overgaan tot het versturen van de formulieren ‘Opgaaf Wereldinkomen 2008’. Net als voorgaande jaren zal het voor velen weer een hele klus zijn om dit formulier zo volledig mogelijk in te vullen. Daarnaast zal men zich, net als voorgaande jaren, afvragen of dit formulier überhaupt wel moet worden ingevuld.

Momenteel lopen er diverse procedures met diverse vragen over de zorgbijdragen voor verdragsgerechtigden. Rechtbank Breda heeft recentelijk bijvoorbeeld een interessante uitspraak gedaan over de verplichting tot het invullen van het formulier ‘Opgaaf Wereldinkomen’.

Nederlandse bijdragen Zorgverzekeringswet
Een inwoner van België met alleen Nederlandse oudedagsuitkeringen heeft op grond van Europese regelgeving recht op medische zorg in het woonland België. Hierdoor bestaat er voor deze verdragsgerechtigde recht op het wettelijke verzekeringspakket van België.

Hoewel recht bestaat op medisch zorg in België, komen de kosten van deze zorg uiteindelijk ten laste van Nederland. Om dit te compenseren is de verdragsgerechtigde een verplichte bijdrage aan Nederland verschuldigd. Deze bijdrage is gedeeltelijk inkomensafhankelijk en wordt ingehouden op de Nederlandse oudedagsuitkeringen. De bijdrage bestaat uit drie onderdelen:
1. De vaste nominale bijdrage Zorgverzekeringswet. Deze bedraagt thans € 92 per maand (in 2008: € 100 per maand);
2. De inkomensafhankelijk bijdrage Zorgverzekeringswet. Deze bijdrage wordt op de pensioenuitkeringen ingehouden en bedraagt voor het AOW-pensioen 6,9% (in 2008 7,2%) en voor overige pensioen- en lijfrente-inkomsten 4,8 % (in 2008 5,1%) tot een maximuminkomen van € 32.369 (2008: € 31.231).
3. De inkomensafhankelijke bijdrage Algemene Wet Bijzondere Ziektekosten (AWBZ). Deze bijdrage wordt op de oudedagsuitkeringen ingehouden en bedraagt 12,15% (in 2008 ook 12,15%) tot een maximuminkomen van € 32.127 (2008: € 31.589).

De bijdrage die de verdragsgerechtigde uiteindelijk aan Nederland verschuldigd is wordt gerelateerd aan de gemiddelde zorgkosten voor de medische zorg van het woonland België. Dit komt tot uiting in de zogenoemde woonlandfactor. In België zijn de kosten lager dan in Nederland. De woonlandfactor voor België bedraagt voor het jaar 2009 hierdoor 0,6430 (in 2008: 0,6149). Alle bovengenoemde bijdragen dienen dus nog te worden vermenigvuldigd met deze woonlandfactor. Zo bedraagt de vaste nominale bijdrage 2009 voor een inwoner van België bijvoorbeeld € 59,16 (€ 92 x 0,6430) per maand.

Achtergrond formulier Opgaaf Wereldinkomen
Het formulier ‘Opgaaf Wereldinkomen 2008’ wordt door de Nederlandse belastingdienst uitgereikt. Hierin wordt aan de verdragsgerechtigde verzocht om zijn totale wereldinkomen in deze opgaaf te vermelden en aan de Belastingdienst te retourneren. Na retourzending van dit formulier, wordt door de belastingdienst de beschikking ‘Niet in Nederland belastbaar inkomen’ afgegeven. Op deze NiNbi-beschikking wordt zowel het in Nederland belastbaar inkomen als het niet in Nederland belastbaar inkomen apart vermeld. Samen vormen deze bedragen het totale wereldinkomen.

Aan de hand van het wereldinkomen uit deze NiNbi-beschikking wordt door het College voor zorgverzekeringen (CVZ) het bijdrage-inkomen vastgesteld voor de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet en de inkomensafhankelijke bijdrage AWBZ. Door het CVZ wordt vervolgens de definitieve bijdrage uitgerekend en door middel van een jaarafrekening aan de verdragsgerechtigde kenbaar gemaakt. De verschuldigde bijdrage wordt dan verrekend met de reeds ingehouden bijdrage.

Het formulier opgaaf wereldinkomen heeft overigens nog een tweede doel. Aan de hand van het opgegeven wereldinkomen wordt voor buitenlandse belastingplichtigen namelijk de definitieve hoogte van een eventuele toeslag vastgesteld, zoals de zorgtoeslag of de kinderopvangtoeslag. Voor vaststelling van de definitieve toeslag is namelijk het totale wereldinkomen van belang.

Uitspraak Rechtbank Breda
In een recente uitspraak van Rechtbank Breda is het formulier opgaaf wereldinkomen evenals de bijbehorende NiNbi-beschikking aan de orde geweest. Aan de belanghebbende, inwoner van Frankrijk, was door de Nederlandse Belastingdienst het formulier ‘Opgaaf Wereldinkomen 2006’ uitgereikt. De belanghebbende heeft het formulier niet ingevuld en niet teruggestuurd. De inspecteur heeft vervolgens ambtshalve een NiNbi-beschikking afgegeven met een totaal wereldinkomen van € 42.679. Dit is gelijk aan het door belanghebbende in 2006 genoten bedrag aan AOW-uitkering en pensioenuitkeringen uit Nederland.

In geschil was het antwoord op de vraag of de inspecteur deze NiNbi-beschikking terecht heeft afgegeven. Volgens Rechtbank Breda was dit niet het geval, aangezien de inspecteur in het kader van zijn informatieplicht richting het CVZ had kunnen volstaan met de mededeling dat de door belanghebbende genoten inkomsten meer bedragen dan de maximale grondslag van € 30.015. Aan belanghebbende is de mogelijkheid geboden om de van belang zijnde gegevens door middel van het formulier aan de inspecteur kenbaar te maken, echter daarvan is geen gebruik gemaakt. Volgens de rechtbank mag in een dergelijk geval ervan uit worden gegaan dat er geen aanvullende gegevens zijn. Verder oordeelt de rechtbank dat gezien de hoogte van het door belanghebbende in Nederland genoten inkomen het vaststellen van een NiNbi-beschikking in het kader van de Zorgverzekeringswet in dat geval niet nodig is. De gegevens die hiervoor nodig zijn, waren immers zowel bij de Belastingdienst als bij het CVZ bekend. Nu de noodzaak voor de inspecteur of het CVZ om een NiNbi-beschikking vast te stellen ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat die beschikking moet worden vernietigd.

Invullen en terugsturen niet meer nodig?
Zo op het eerste gezicht zou uit de uitspraak van Rechtbank Breda kunnen worden opgemaakt dat het invullen en terugsturen van het formulier niet langer noodzakelijk is. Dit is echter zeker niet altijd het geval.

Zo zullen personen die minder dan het maximale bedrag van € 31.589 (2008) aan (pensioen-) inkomsten genieten wel baat hebben bij het volledig invullen van het formulier. Dit zou ook kunnen gelden voor personen die recht hebben op één of meerdere aftrekposten. Verder heeft het CVZ dan niet de beschikking over de gegevens om te bepalen of recht bestaat op bepaalde heffingskortingen. Hierdoor is de kans aanwezig dat een te hoge bijdrage wordt aangerekend. Naar verwachting zal het CVZ in dat geval namelijk de maximale bijdrage berekenen, terwijl misschien wel een lagere bijdrage is verschuldigd.

Ook voor het vaststellen van de definitieve hoogte van de toeslagen is het totale wereldinkomen van belang. Verwacht mag worden dat bij het niet invullen van het formulier de voorlopig toegekende toeslagen volledig moeten worden terugbetaald.

Geconcludeerd kan worden dat alleen de verdragsgerechtigde die meer dan het maximale bedrag aan (pensioen-)inkomsten geniet, die geen recht heeft op één of meerdere aftrekposten en die daarnaast geen recht heeft op een aanvullende heffingskorting of op één van de toeslagen, kan volstaan met het niet terugsturen van het formulier. In die situatie is namelijk toch al de maximale bijdrage verschuldigd. Gezien de motivering van de uitspraak van Rechtbank Breda lijkt het er op dat er dat geval ook geen boete kan worden opgelegd.
hits=1= / id=1656=