Lezersvragen: belasting over AOW-uitkering

In Archiefby robert

De Belgische Belastingadministratie belast pensioeninkomsten op het moment dat de pensioenrechten definitief worden verworven. Er is sprake van pensioeninkomsten wanneer er sprake is van een uitgesteld beroepsinkomen. Het beroepsinkomen waarmee destijds de pensioenpremie is betaald, is een uitgesteld beroepsinkomen op het moment dat het pensioenrecht tot uitkering komt. Het AOW-recht is destijds los van iedere beroepsactiviteit verworven. Dit betekent dat het AOW-recht niet wordt aangetast door het al dan niet hebben verricht van beroepswerkzaamheden en/of het hebben betaald van premie.
De Belastingadministratie beschouwt het AOW-uitkeringsrecht daarentegen wel als een uitgesteld beroepsinkomen en meent dat het moment waarop de rechten definitief zijn verworven het uitkeringsmoment is. Het Hof van Beroep te Antwerpen ziet het AOW-uitkeringsrecht als een sociaal uitkeringsrecht en niet als een pensioenrecht. Voorts meent zij dat het recht volledig los staat van al dan niet verrichte beroepswerkzaamheden. Ook is naar haar mening het heffingsmoment niet gelijk aan het uitkeringsmoment. Kortom volgens de visie van het Hof van beroep te Antwerpen heeft de Belgische Belastingadministratie niet het recht het AOW-uitkeringsrecht als pensioeninkomen belasten.

Vrijwillig verzekerd voor AOW
Het Hof van Beroep heeft deze visie ook in een later stadium nogmaals bevestigd. Dat was in de situatie van een voormalig Nederlands ingezetene, die niet alleen verplicht maar ook vrijwillig verzekerd was voor de Nederlandse Algemene Ouderdomswet. Tijdens zijn verblijf van enkele jaren in het Verenigd Koninkrijk en na zijn emigratie uit Nederland naar België, heeft hij op vrijwillige basis bijdragen gestort met het oog op de verdere opbouw van een AOW-uitkering. In totaal werden gedurende dertig jaar vrijwillig en tien jaar verplicht AOW-bijdragen betaald.
Het Hof verwees naar het eerste arrest, dat men als ingezetene van Nederland van een AOW-uitkering kan genieten, ongeacht of men enige beroepswerkzaamheid heeft verricht of niet. Als tweede stelde het Hof dat gedurende de dertig jaar dat deze persoon als gewezen verzekerde in de zin van de AOW-wet vrijwillig zijn pensioen heeft opgebouwd, heeft hij dit gedaan met eigen fondsen, zonder dat enig verband met zijn beroepswerkzaamheid kan worden aangetoond. Derhalve werden nu ook weer de aanslagen vernietigd en de terugbetaling bevolen van alle sommen die werden geïnd, vermeerderd met interesten.
Deze uitspraken hebben geleid tot veel lezersvragen. De belangrijkste vragen legt de redactie voor aan een fiscalist.
Vraag 1: Wat is uw ervaring met betrekking tot de lopende geschillen?
De taxatiediensten hebben opdracht van het Hoofdbestuur de AOW-uitkeringen te belasten met Personenbelasting ongeacht de uitspraken van het Hof van Beroep te Antwerpen. Men heeft bewust beslist de uitspraak van het Hof van Cassatie van aanstaande november niet te willen afwachten. Er zit niets anders op om zijn rechten veilig te stellen middels het indienen van een tijdig bezwaarschrift. De ingediende bezwaarschriften worden afgewezen, waarna belastingplichtige beroep in kan stellen bij de Rechtbank van Eerste Aanleg.

Vraag 2. Wat is uw ervaring met de opgelegde aanslagen na de uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen?
De taxatiediensten reageren verschillend op de ingediende aangiften waaruit blijkt dat de inkomsten van de AOW-uitkering niet zijn aangegeven. De ene dienst volgt de aangifte terwijl de andere taxatiedienst een bericht van wijziging stuurt. Kortom de belastingheffing is afhankelijk van het individuele standpunt van de taxatieambtenaar. Een eenheid van beleid is niet waar te nemen. Wel worden de meeste aanslagen gevolgd door een bericht van wijziging.

Vraag 3. Hoe ga ik om met de ontvangen aangifte en de jaaropgaaf van de SVB?
De jaaropgaaf van de SVB mag geen inhouding loonheffing bevatten met betrekking tot de AOW-uitkering. De ontvangen uitkering AOW vermeldt u niet op het aangiftebiljet, doch op een bijlage vermeldt u dat u de mening bent toegedaan dat op grond van de uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen de uitkering niet vatbaar is voor heffing van Personenbelasting, daar de uitkering geen pensioenuitkering is naar Belgisch recht gezien het niet als uitgesteld beroepsinkomen kan worden gekwalificeerd.

Vraag 4. Hoe ga ik om met gedane aangiften waarbij ik wel de hoogte van de AOW-uitkering heb ingevuld?
Voor die aangiften die nog niet gevolgd zijn door een aanslag kunt u in aanvulling op de gedane aangifte schriftelijk melding doen dat het ingevulde bedrag aan AOW-uitkering (met vermelding van codenummer) naar nihil terug gebracht moet worden, daar u eerst nu de uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen kenbaar is geworden, waaruit blijkt dat de uitkering niet vatbaar is voor heffing van Personenbelasting daar de AOW-uitkering niet kan worden aangemerkt als een pensioenuitkering die gelijk te stellen is met een uitgesteld beroepsinkomen.

Vraag 5. Wat is het rolnummer van de uitspraak van het Hof van Beroep te Antwerpen en welk advocatenkantoor heeft hiermee ervaring?
Onder rolnummer 2006/AR/1919 is de eerste uitspraak van het Hof van beroep te Antwerpen bekend. Het arrest over de AOW-uitkering deels opgebouwd met vrijwillige bijdragen heeft rolnummer 2008/AR/1201 .
Vraag 6. Wat is de maximale hoogte van de besparing aan belastingheffing over de AOW-uitkering?
Gezien het progressietarief bedraagt de maximale besparing 50% van de genoten AOW-uitkering.

Vraag 7. Kan Nederland, indien België geen belasting heft de uitkering in de Nederlandse heffing betrekken?
Neen. Nederland verwerft niet middels het belastingverdrag heffingsrecht. Het gaat hier immers om een niet-inwoner. Nederland zal moeten bewijzen dat zij op grond van haar interne fiscale wetgeving heffingrecht heeft en dat niets in het Belastingverdrag opgenomen de heffing in de wegstaat. Dit kan zij niet, daar het dubbelbelastingverdrag België-Nederland het heffingsrecht aan België toewijst. Hierbij is niet bepaald dat deze toewijzing niet plaatsvindt indien België niet heft. In de gevallen dat België geen heffing heeft toegepast over de AOW-uitkering is Nederland dan ook niet tot heffing overgegaan.

hits=2= / id=1655=