De financiële crisis geeft de fiscus een tweesnijdend zwaard tegen zwart geld

In Archiefby robert

In de vorige bijdrage hebben wij aandacht besteed aan het Wetsvoorstel voor de Schenk- en Erfbelasting. Wij hebben daarbij aangekondigd dat wij in de volgende editie zouden willen ingaan op een ander onderwerp, waarover veel recente ontwikkelingen te melden zijn, namelijk de jacht van de fiscus op zwart geld en de Nederlandse en Belgische regelingen daaromtrent.

Het eerste snijvlak

Internationale politieke druk op het bankgeheim
De wereld bevindt zich in een financiële crisis. De oorzaak van de crisis wordt met name gezocht in de financiële wereld: banken en verzekeraars zijn kwetsbaar gebleken, wat onder meer grote invloed heeft gehad op hun vermogen en hun capaciteit om leningen te (blijven) verstrekken. Daardoor hebben al vele landen moeten ingrijpen om financiële instellingen overeind te houden, maar zijn er ook al diverse instellingen failliet gegaan. Wellicht wordt de kwetsbare positie van financiële instellingen ook als een goede gelegenheid gezien om een regeling aan te pakken die vele landen, waaronder Nederland, al jaren een doorn in het oog is: namelijk het bankgeheim.

Privacy van burger
Het bankgeheim kent men in verschillende verschijningsvormen in onder meer België, Luxemburg, Oostenrijk en Zwitserland. Een belangrijke historische reden voor het ontstaan van het bankgeheim is de bescherming van de privacy van de burger. Echter, het bankgeheim heeft als bijkomend neveneffect dat het de mogelijkheid opent om vermogen en de inkomsten daaruit buiten het zicht van de fiscus te houden. Immers, door het bankgeheim krijgt de overheid, waaronder ook de fiscus, in beginsel geen informatie over vermogen en inkomsten, dat in landen met een bankgeheim wordt aangehouden. Slechts in uitzonderlijke gevallen, bij bijvoorbeeld (zware) criminele activiteiten, wordt het bankgeheim opgeheven. Ook de regelingen en voorwaarden waaronder het bankgeheim eventueel opgeheven kan worden, verschillen van land tot land.

Informatie-uitwisseling
Verreweg de meeste landen kennen geen principieel bankgeheim. Veel landen zonder bankgeheim pogen al geruime tijd om de landen met een bankgeheim ertoe te brengen informatie uit te gaan wisselen. Het uitwisselen van informatie zou een belangrijke inbreuk op het bankgeheim betekenen. Dit zou ook betekenen dat die landen door het gaan uitwisselen van informatie minder aantrekkelijk als financieel centrum kunnen worden. Aangezien dit ten koste gaat van hun economie, geven landen met een bankgeheim dit economisch voordeel niet graag op. Binnen Europa hebben moeizame onderhandelingen uiteindelijk geleid tot de Spaarrenterichtlijn, op grond waarvan landen met een bankgeheim over zouden gaan tot inhouding van een bronheffing op rente, terwijl tegelijkertijd alle overige landen zonder bankgeheim onderling informatie zijn gaan uitwisselen. Het is de bedoeling dat op termijn alle betrokken Europese landen informatie uit zullen gaan wisselen.
De huidige crisis lijkt echter de mogelijkheid te hebben geopend om de politieke druk op landen met een bankgeheim te verhogen. Een belangrijk argument dat men daarbij hanteert is dat de huidige crisis voor een niet onbelangrijk deel een vertrouwenscrisis is. En om het vertrouwen weer terug te winnen is openheid nodig en het bankgeheim is nu eenmaal in strijd met die openheid. Daarom zijn er nu veel aanwijzingen dat er onder druk van landen als de Verenigde Staten en Duitsland en ook van Nederland, snel meer gaten vallen in het bankgeheim. Zo heeft Zwitserland (een land met een zeer stringend bankgeheim) met de Amerikaanse fiscus afgesproken om informatie te verstrekken over een flink aantal bankrekeningen van de UBS Bank, waarop het bankgeheim van toepassing zou moeten zijn.
Dichterbij huis is Nederland druk doende met vele landen, waaronder bijvoorbeeld Luxemburg, Singapore en Zwitserland, overeenkomsten te sluiten op grond waarvan onderling gegeven, al dan niet op specifiek verzoek, zullen worden uitgewisseld.

Nedrland-België
België op haar beurt heeft feitelijke aangekondigd ondanks het bankgeheim informatie te gaan uitwisselen met andere landen per 1 januari 2010. Vanaf dat moment worden automatisch gegevens uitgewisseld met (onder andere) Nederland. België heeft daarnaast aan Nederland toegezegd met terugwerkende kracht op verzoek specifieke informatie aan te zullen leveren voor de jaren 2008 en 2009. Dit zijn ontwikkelingen die naar onze mening tot zeer kort geleden ondenkbaar waren. En rekening houdend met deze ontwikkelingen en de snelheid waarmee deze ontwikkelingen plaatsvinden is het verre van ondenkbaar geworden dat ook andere landen met een bankgeheim op de niet te lange termijn het Belgische voorbeeld zullen volgen.

Het tweede snijvlak

De druk op de belastingplichtigen
Door de uitwisseling van gegevens tussen landen zal het fenomeen ‘zwartsparen’, waarbij (inkomsten uit) vermogen buiten het zicht van de fiscus wordt gehouden, eenvoudiger ontdekt kunnen worden. Vervolgens kan bij ontdekking van zwartsparen door de fiscus een arsenaal aan maatregelen worden getroffen, waaronder het naheffen van de belasting, het alsnog innen van rente over de belastingschuld, het opleggen van boetes en zelfs het instellen van een strafrechtelijk vervolging. Hierbij geldt het motto dat voor iedere euro die een zwartspaarder niet afdraagt, een andere belastingbetaler dit moet doen. Om het niet onmogelijk te maken om weer ‘in het reine’ te komen, kennen zowel Nederland als België inkeerregelingen. Door de politieke druk op het bankgeheim zullen veel zogenoemde zwartspaarders de afweging willen gaan maken wat te doen: alsnog inkeren of niet. Het kan namelijk een groot verschil maken of wordt ingekeerd vóór ontdekking door de fiscus of pas erna. Deze inkeerregelingen worden echter, en met name in Nederland, snel minder aantrekkelijk gemaakt. Dit verhoogt de noodzaak voor potentiële inkeerders om snel beslissingen te nemen.

De aanpak in Nederland
De gestage afbraak van het bankgeheim zal voor de Nederlandse fiscus nieuwe bronnen van informatie geven en dus ook nieuwe mogelijkheden opleveren om over buiten het zicht gehouden vermogen alsnog belasting te gaan heffen en om, eventueel, boetes op te leggen. Ook op dat gebied zijn er belangrijke ontwikkelingen te melden.
De Nederlandse wet biedt namelijk de mogelijkheid om ook over het verleden alsnog belasting te innen. Bij de navordering van belasting kan voor buiten Nederland aangehouden inkomen en vermogen tot twaalf jaar terug worden gegaan, terwijl dit voor inkomen uit Nederland zelf ‘slechts’ vijf jaar is. Over dit onderscheid tussen binnen- en buitenland is onlangs een uitsprak gedaan door de Europese rechter. In een arrest van 11 juni 2009 is uitgemaakt dat er momenteel (enkele zeer specifieke uitzonderingen daargelaten) afdoende rechtvaardiging voor dit onderscheid tussen binnen- en buitenlandse situaties bestaat. Indien dus bijvoorbeeld vermogen wordt aangehouden op een bankrekening in een land met een bankgeheim dan kan de Nederlandse fiscus bij ontdekking in principe tot twaalf jaar terug navorderen bij Nederlandse inwoners. Over het te betalen bedrag moet dan in ieder geval rente worden betaald en in veel gevallen ook nog een boete. Deze boete kan oplopen tot zelfs 100% van het totale belastingbedrag. Om tenminste de boete te voorkomen, bestaat er in Nederland een wettelijke mogelijkheid om alsnog een juiste en volledige aangifte te doen, voordat de fiscus zelf tot een eventuele ontdekking komt: de inkeerregeling. Hierbij wordt alsnog aangifte gedaan van al het inkomen en vermogen. Op grond van die verbeterde aangifte vordert de belastingdienst dan alsnog de belasting na en berekent zij rente, maar er worden geen boetes opgelegd.

Boete
De inkeerregeling blijkt een groot succes te zijn. Zeker in dit jaar blijken er veel mensen al gebruik te hebben gemaakt van de inkeerregeling. Dit jaar hebben zich al 2.100 inkeerders bij de belastingdienst gemeld. Daarom heeft de belastingdienst recent ook besloten om speciaal voor inkeerders een telefoonnummer en e-mailadres open te stellen.
Wellicht om de druk op zogenoemde zwartspaarders extra op te voeren, is er recent bovendien besloten de inkeerregeling minder aantrekkelijk te maken. De wetgever heeft besloten om bepaalde groepen belastingplichtigen, en met name de zwartspaarders, aanzienlijk minder tegemoet te komen. Door nieuwe wetgeving, die is ingevoerd per 1 juli 2009, zal een boete niet altijd meer voorkomen kunnen worden, zelfs niet bij toepassing van de inkeerregeling. De nieuwe regeling wordt in een schema als volgt:

Navorderingstermijn (voor alle gevallen)
Binnenlands inkomen Buitenlands inkomen
5 jaar 12 jaar

Boeteoplegging (alleen mogelijk voor zover inkomen wordt nagevorderd)

A. Hoofdregel
Inkeren binnen twee jaar Inkeren na twee jaar Niet inkeren/ontdekking fiscus
Boete 0% Maximaal 100%* Maximaal 100%

*: wettelijk vastgelegd dat recht op matiging bestaat, de exacte hoogte van die matiging is niet vastgelegd. In de parlementaire toelichting wordt een matiging tot 15% geopperd, maar boeteoplegging is in beginsel een discretionaire bevoegdheid van de inspecteur.

B. Uitzondering op de hoofdregel voor box 3 vermogen (inkomen uit sparen en beleggen)
Inkeren binnen twee jaar Inkeren na twee jaar Niet inkeren/ontdekking fiscus
Boete 0% Maximaal 300%* Maximaal 300%

*: wettelijk vastgelegd dat recht op matiging bestaat, de exacte hoogte van die matiging is niet vastgelegd. Parlementaire toelichting stelt matiging tot 15% voor bij gevallen met maximum op 100%. Wellicht in situatie met maximum op 300% een matiging tot 45%. Boeteoplegging blijft in beginsel een discretionaire bevoegdheid van de inspecteur.

Op met name de verhoging van de boete tot 300% bestaat aanzienlijke kritiek. Dit kan er namelijk onder omstandigheden toe leiden dat er meer moet worden afgedragen dan er überhaupt aan vermogen aanwezig is. Daarnaast is de boete dusdanig zwaar, dat een strafrechtelijke vervolging bij de rechter in veel gevallen gunstiger kan uitvallen. En juridisch kan het zeer wel niet zijn toegestaan, dat deze bestuurlijke boete veel zwaardere gevolgen heeft dan een strafrechtelijke sanctie.

Overgangsrecht
In het wetsvoorstel is ook in overgangsrecht voorzien. Het overgangsrecht ziet op twee punten:
(1) Op grond van het overgangsrecht is de verhoging van de boete van 100% naar 300% pas van toepassing voor vergrijpen die zijn gepleegd na inwerkingtreding van de wetswijziging (1 juli 2009). Op vergrijpen die zijn gepleegd voor 1 juni 2009 is voor de vaststelling van de hoogte van de boete de oude wetgeving nog van toepassing.
(2) De mogelijkheid om in te keren zonder boete wordt beperkt tot twee jaar (na het moment waarop de onjuiste aangifte is gedaan). Dit nieuwe maximum van twee jaar geldt echter pas voor aangiften die na 1 januari 2010 zijn gedaan of na die datum gedaan hadden moeten worden.
Kortom, voor aangiften Nederlandse inkomstenbelasting waarin vermogen in het buitenland ten onrechte niet was opgenomen in box 3, kan tot en met de aangifte over 2008 nog worden ingekeerd onder de oude regeling, zonder boete. Voor de aangifte 2009, die moet worden gemaakt en ingediend in 2010 geldt de nieuwe regeling. Vanaf dat moment kan alleen nog zonder boete worden ingekeerd, als dat wordt gedaan binnen twee jaar na het doen van de onjuiste aangifte.

Nog een opmerking ter afsluiting: de boeteregeling is veranderd door de nieuwe wetgeving. De mogelijkheid bestaat echter ook nog steeds om geen boete op te leggen, maar een strafrechtelijke vervolging in te stellen. De fiscus is dus niet verplicht om een ‘boetetraject’ te volgen. Zij kan, bij ontdekking van zwartsparen voordat de inkeerregeling wordt aangevraagd, de zaak ook overdragen aan het Openbaar Ministerie; het Openbaar Ministerie kan dan de zwartspaarder voor de strafrechter gaan vervolgen.

De aanpak in België
Ook België kent een inkeerregeling: de fiscale regularisatie. In 2004 is België ertoe overgegaan om een faciliteit te introduceren om inkomsten en vermogen dat niet is aangegeven, alsnog bekend te maken aan de Belgische fiscus. Hierover diende enige belasting te worden betaald en in ruil daarvoor werd amnestie verleent, ook voor eventuele fiscale of strafrechtelijke boetes. Deze regeling was bedoeld als éénmalige (gunst-) regeling, maar was een dusdanig succes dat een soortgelijke regeling definitief is ingevoerd. De definitieve regeling is echter wel minder vriendelijk dan de regeling uit 2004.
Bij de huidige regeling worden bij de regularisatie alsnog de inkomsten aangegeven in een speciale regularisatieaangifte. Voor alle regularisatieaangiften die worden gedaan na 1 januari 2007 wordt het op het betreffende inkomen verschuldigde belastingtarief verhoogd met 10%-punten boete. Als het bijvoorbeeld rente-inkomsten betreft, die belastbaar zijn tegen 15%, dan wordt de belastingheffing bij toepassing van de fiscale regularisatie 15% + 10% = 25%.

Immuniteit
Op het moment dat de regularisatieaangifte wordt ingediend, heeft de belastingplichtige formeel aan zijn verplichtingen voldaan en daarmee immuniteit verkregen over de aangegeven periode. De mogelijkheid voor de Belgische fiscus om over die periode belastingverhogingen en boetes op te leggen, strafrechtelijke maatregelen te nemen of nalatigheidsinteresten aan te rekenen, komen daarbij in principe te vervallen. Daarbij staat het de belastingplichtige vrij te kiezen over welke periode deze overgaat tot regularisatie. Volgens de Belgische wetgeving geldt daarbij dat in het algemeen de termijn waarover in België niet betaalde belasting alsnog door de fiscus kan worden geïnd, drie jaar bedraagt. Indien er echter sprake is van opzet (in de Belgische wet omschreven als “frauduleuze intentie of het oogmerk om te schaden”), dan kon deze termijn worden verlengd tot vijf jaar. Deze maximale termijn van vijf jaar is sinds kort verlengd tot zeven jaren.

Conclusie
Een bekende kreet is dat een crisis ook kansen biedt: dit lijkt ook het geval te zijn voor de fiscus en haar jacht op zwartspaarders. Door de omstandigheid dat enerzijds het bankgeheim onder druk staat en dat anderzijds de inkeerregelingen worden aangescherpt, heeft de fiscus de beschikking over een tweesnijdend zwaard om de zwartspaarder mee te dreigen. Met name vanaf 2010 nemen de mogelijkheden voor de fiscus van ontdekking van en boeteoplegging bij zwartspaarders weer sterk toe. Positief gedacht, is dit dus wellicht ook een kans voor belastingplichtigen om tijdig schoon schip te maken.

hits=1= / id=1645=