EU Commissie over dubbele heffing gemeentebelasting

In Archiefby robert

Twee Europarlementariërs Lambert van Nistelrooij en Ria Oomen-Ruijten stelden vragen over de dubbele heffing gemeentebelasting bij grensarbeiders. Een van de vragen betreft de situatie: wonen in België en werken in Nederland.

Het probleem
Inwoners van België die als grensarbeider in Nederland werken, betalen overeenkomstig het Nederlands-Belgisch belastingverdrag in Nederland inkomstenbelasting over hun Nederlands inkomen. Via deze inkomstenbelasting wordt onder andere het Gemeentefonds in Nederland gefinancierd. In België betalen deze grensarbeiders over hun Nederlands inkomen de Belgische gemeentebelasting.
Inwoners van België die als grensarbeider in Duitsland werken betalen overeenkomstig het Duits-Belgisch belastingverdrag in Duitsland inkomstenbelasting over hun Duits inkomen. In België betalen deze grensarbeiders over hun Duits inkomen de Belgische gemeentebelasting. Deze grensarbeiders krijgen echter ter compensatie een belastingvermindering van 8 % van de Duitse overheid.

De vraag
Vindt de Commissie dat het geval van de Belgische grensarbeiders die in Nederland werken, strijdig is met art.39 en 293 EU-verdrag? Is er sprake van ongelijke behandeling tussen de Belgische grensarbeiders die in Duitsland resp. in Nederland werken (art. 12 EU-Verdrag)?

Het antwoord
De heer Kovács lid van de Europese Commissie en belast met douane en fiscale zaken antwoordt op juli 2009:
Inwoners van België die als grensarbeider in Nederland werken worden overeenkomstig artikel 15 van het Belgisch-Nederlands belastingverdrag in Nederland belast en betalen op basis van Protocol I bij dit verdrag gemeentebelasting over hun Nederlandse inkomen in de gemeente waar zij wonen in België. In de vraagstelling wordt opgemerkt dat een deel van de opbrengst van de Nederlandse inkomstenbelasting wordt gebruikt om de gemeenten te financieren.
Er zij op gewezen dat Belgische grensarbeiders in Nederland geen onroerendzaakbelasting betalen, een belasting die wordt geheven van eigenaars en gebruikers van onroerende zaken en die ook wordt gebruikt om de Nederlandse gemeenten te financieren. In de zaak-Gilly (C-336/96 van 12 mei 1998) heeft het Hof van Justitie geoordeeld dat de lidstaten bevoegd zijn om de criteria voor de belasting naar het inkomen vast te stellen teneinde door het sluiten van belastingovereenkomsten dubbele belastingen af te schaffen.

Geen rechtstreekse samenhang
Voorts zij opgemerkt dat, naar analogie met zaken C-34/98 en C-169/98 van 15 december 2001 (Commissie tegen Frankrijk), de Nederlandse inkomstenbelasting ertoe strekt in de algemene behoeften van de overheid te voorzien. Omdat er geen rechtstreekse en voldoende relevante samenhang bestaat tussen de Nederlandse inkomstenbelasting en de financiering van de Nederlandse gemeenten, kan de Nederlandse inkomstenbelasting niet als een gemeentebelasting worden beschouwd. Bijgevolg kan worden geconcludeerd dat inwoners van België gemeentebelasting dienen te betalen in de gemeente waar zij wonen en niet in Nederland. Gelet op het bovenstaande en rekening houdende met het feit dat de loutere toewijzing van de heffingsbevoegdheid op zich niet in strijd is met artikel 39 EG (zie arrest-Gilly), acht de Commissie de toewijzing van de heffingsbevoegdheid op basis van artikel 15 van het Belgisch-Nederlands belastingverdrag en Protocol I bij dat verdrag niet discriminerend in de zin van die bepaling. Aangezien het Hof in Gilly ook heeft geoordeeld dat artikel 293 EG geen rechtstreekse werking heeft, kan de toewijzing ook niet op basis van dat artikel worden betwist.

Verschil in behandeling
In de vraagstelling wordt ook opgemerkt dat inwoners van België die in Duitsland werken, van dat land een compensatie krijgen voor de gemeentebelasting die zij in België betalen, op basis van het Duits-Belgische belastingverdrag. Er zij evenwel opgemerkt dat het Hof in de zaak-D (C-376/03 van 5 juli 2005) heeft geoordeeld dat het Gemeenschapsrecht niet vereist dat een tegemoetkoming die wordt verleend op basis van een belastingverdrag tussen twee lidstaten aan de inwoners van de twee verdragsluitende staten, ook moet worden verleend aan de inwoners van een derde lidstaat. Het verschil in behandeling dat voortvloeit uit de toepassing van de respectieve dubbelbelastingverdragen vormt derhalve geen discriminatie in de zin van artikel 12 EG.

(Parlementaire vragen 12 mei 2009 E-3437/09 )

hits=2= / id=1644=