Op naar Luxemburg. Een eerste oordeel over de uitspraak van de Raad van Beroep

In Archiefby robert

Meer dan zeven maanden na de zitting van 15 januari jongst leden is het er dan eindelijk van gekomen: uitspraak in deze ‘spoedzaak’. Slechts op een punt wonnen de expats: er worden twee vragen voorgelegd aan het Hof te Luxemburg. De andere eisen, met name die betreffende een billijker berekening van de woonlandfactor werd afgewezen.

De Raad heeft tevens het standpunt verworpen als zou een ‘bijdrage’ in feite een belasting zijn en daarmee in strijd met het Dubbelbelastingverdrag Belgie-Nederland. Op dit ogenblik heeft het weinig zin om de argumenten van de Raad te bespreken, omdat er geen beroep meer mogelijk is tegen deze uitspraak. Gedane zaken … etc.

Nieuwe verordening
De consequenties van de afwijzing zijn moeilijk te overzien, omdat er in maart volgend jaar reeds een nieuwe Europese Verordening van kracht zal worden. Op grond daarvan zal de minister vervolgens wijzigingen aankondigen in de hoogte van de ‘bijdragen’. Die wijzigingen kunnen uitgevoerd worden bij ministerieel decreet in plaats van bij wet. Wat dat decreet zal omvatten is op dit moment nog onduidelijk. De verordening opent de mogelijkheid tot medische behandeling in Nederland en andere EU-staten ten laste van Nederland. Het bekende ‘solidariteitsprincipe’ zou dan betekenen dat bij allen in het buitenland een ‘bijdrage’ van het pensioen wordt afgetrokken, onafhankelijk of men kosten heeft gemaakt in Nederland en in de EU buiten België of niet. Deze zou dan komen boven op de ‘bijdrage’ die wij thans betalen. Van enige keuzevrijheid ten aanzien van de betaling zou er dan geen sprake zijn. Overigens moet worden afgewacht hoe deze nieuwe regeling vorm zal krijgen. De tekenen uit Den Haag wijzen op de gebruikelijke verwarring: geen antwoord op brieven, etc.

Vragen aan EU-Hof
De principiële vragen aan het Europese Hof gaan echter over punten, die ook relevant zijn als de nieuwe verordening van kracht zal worden. De formulering van de vragen is ingewikkeld:
1) Moeten de artikelen 28, 28bis en 33 van Vo 1408/71, het bepaalde in bijlage VI bij Vo 1408/71, onder R, 1a en b, en artikel 29 van Vo 574/72 aldus worden uitgelegd dat daarmee onverenigbaar is een nationale bepaling als artikel 69 van de Zvw, voor zover een rechthebbende op pensioen of rente die in beginsel aanspraken aan de artikelen 28 en 28bis van Vo 1408/71 kan ontlenen, wordt verplicht zich aan te melden bij CVZ en van die rechthebbende, ook als geen inschrijving als bedoeld in artikel 29 van Vo 574/72 heeft plaatsgevonden, een bijdrage moet worden ingehouden op zijn pensioen of rente?

2) Moet artikel 39 EG dan wel artikel 18 EG aldus worden uitgelegd dat daarmee onverenigbaar is een nationale bepaling als artikel 69 van de Zvw, voor zover een burger van de EU die in beginsel aanspraken aan de artikelen 28 en 28bis van Vo 1408/71 kan ontlenen, wordt verplicht zich aan te melden bij CVZ en van die burger, ook als geen inschrijving als bedoeld in artikel 29 van Vo 574/72 heeft plaatsgevonden, een bijdrage moet worden ingehouden op zijn pensioen of rente?

Wij beraden ons over de implicaties van deze uitspraak voor het vervolg van de rechtsgang. Het spijt ons zeer dat wij bij het ter perse gaan van dit nummer niet meer kunnen melden – en dat na al die maanden wachten en onzekerheid!
hits=0= / id=1642=