Zorgverzekering naar het Europees Hof !

In Archiefby robert

De Stichting Belangenbehartiging Nederlandse Gepensioneerden in het Buitenland heeft zeer recent van haar raadsman bericht ontvangen dat de Centrale Raad van Beroep heeft aangekondigd prejudiciële vragen te gaan stellen over de verenigbaarheid met het EG-recht van de bijdrageplicht op grond van artikel 69 Zvw. in gevallen waarin geen inschrijving heeft plaatsgevonden bij het ziekenfonds van de woonplaats.

Het bestuur van de Stichting geeft aan dat het besluit van de CRvB als zeer positief wordt ervaren, aangezien in eerdere uitspraken door rechters op lager niveau het verzoek van de Stichting om toetsing aan EU recht werd afgewezen zoals door CVZ gesuggereerd.
Dankzij de volharding van de Stichting is de stap naar het EU Hof een feit. Het betekent wel dat het enkele jaren kan duren eer het Hof met een uitspraak komt.

Centrale vraag
Het Europees Hof moet zich nu gaan buigen over de volgende kwestie: mag Nederland een Zvw-bijdrage inhouden op AOW uitkeringen van gemigreerde gepensioneerden die zich niet hebben ingeschreven bij ziekenfonds woonland
De kwestie komt er kort gezegd op neer of de Nederlands Staat bevoegd is een Zvw-bijdrage in te houden op de AOW-uitkering van gemigreerde gepensioneerden die zich niet hebben ingeschreven bij de ziekenkas van hun woonland met een E 121 formulier. Naar verluid hebben circa 18.000 gemigreerde gepensioneerden zich niet ingeschreven. De vraag of de Staat heffingsbevoegd is, hangt af van de interpretatie van de toepasselijke Europese verordening 1408/71 die de toepasselijkheid van sociale zekerheidsstelsel regelt.

Inschrijving
Het mechanisme van deze verordening is als volgt. Gemigreerde gepensioneerden hebben op basis van de verordening een recht op sociale zekerheid in hun woonland. Zonder inschrijving bij de ziekenkas kan dit recht niet worden geeffectueerd. Vanaf het moment van inschrijving kan het woonland een forfaitair bedrag in rekening brengen bij Nederland ter grootte van de gemiddelde kosten voor zorg van gepensioneerden in het woonland. Aangezien het een periodiek forfaitair bedrag betreft, omgeacht de omvang en het niveau van de daadwerkelijke verstrekkingen, ligt het verzekeringsrisico dus helemaal bij het woonland. Het forfaitair bedrag dekt het risico voor Nederland en werkt daarmee op vergelijkbare wijze als een verzekeringspremie.

Bijdrage ongeacht een inschrijving
De stelling in de proefprocedures is dat Nederland alleen mag heffen op grond van artikel 33 Vo. 1408/71 als de woonstaat kosten in rekening brengt (dus pas na inschrijving). Juist omdat Nederland niet het verzekeringsrisico draagt en binnen de systematiek van de verordening het woonland geen kosten in rekening mag brengen aan wie ook tenzij een inschrijving heeft plaatsgevonden, is er geen enkele rechtvaardiging binnen diezelfde systematiek om het pensioenland een ´free ride´ ten laste van individuele gepensioneerden te geven in situaties waar Nederland geen kosten draagt.
CVZ heeft hiertegen in gebracht dat inschrijving enkel van belang is voor het te gelde maken van het recht op verstrekkingen. De bepaling over de heffingsbevoegdheid van de pensioenlanden zou zo moeten worden uitgelegd, dat ongeacht de inschrijving een bijdrage mag worden geheven. CVZ voert onder meer aan dat de lezing van gepensioneerden speculatief gedrag in de hand zou werken. De verschillende stelsels van de lidstaten zouden een speelbal worden van de gepensioneerden die naar believen daarin participeren.

Vermeende belangen
Hier is tegenin gebracht dat het onaannemelijk is dat juist gepensioneerden gezien hun leeftijd en het daarmee gepaard gaande risico op zorgkosten, zouden wachten met het afsluiten van een verzekering tot zich daadwerkelijk een gezondheidsprobleem manifesteert. Bovendien trekt Nederland hier onterecht de belangen van de woonlanden aan. De belangen van de woonlanden dient Nederland zich vanuit een EG-perspectief niet aan te trekken. Een parallel kan worden getrokken met een arrest van het Hof van Justitie uit 1998 (Gourmetterie Van den Burg, zaak C-169/89).
(Zie ook het februarinummer NederBelgischMagazine)

Emigreren fiscaal aantrekkelijker

Het wordt aantrekkelijker om te emigreren. Tenminste, als de Hoge Raad het advies overneemt van de advocaat-generaal dat de fiscus geen emigratieheffing (‘conserverende aanslag’) mag opleggen over de pensioenrechten en lijfrentes van emigranten.

Belastingverdragen
Volgens advocaat-generaal Peter Wattel schendt de fiscus de belastingverdragen die Nederland met een groot aantal landen heeft gesloten door het pensioenvermogen van emigranten tegen Nederlandse tarieven te belasten. Het land waar de emigrant na zijn verhuizing woont, heeft in dit geval het recht om belasting te heffen over de periodieke uitkering of de eenmalige pensioenafkoop, aldus Wattel. In driekwart van de gevallen neemt de Hoge Raad het advies van de advocaat-generaal over.

Conserverende heffingen
De Belastingdienst legt conserverende heffingen op om te voorkomen dat Nederlanders belasting ontwijken door te emigreren. Bij de opbouw van een pensioen mag de premie hier tot op zekere hoogte worden afgetrokken van het belastbaar inkomen. Voorwaarde is wel dat bij uitkering van het pensioen alsnog belasting wordt afgedragen.
Zonder emigratieheffing loopt de Nederlandse fiscus het risico dat de emigrant na emigratie zijn pensioen afkoopt, vaak tegen een beduidend lager belastingtarief dan het Nederlandse. Bij de conserverende aanslag wordt het Nederlandse tarief toegepast op het pensioenkapitaal. Pas als binnen tien jaar na emigratie een ‘verboden’ handeling plaatsvindt (zoals afkoop), wordt de conserverende aanslag ingevorderd.

Verlost van emigratieheffing
Als de Hoge Raad het advies overneemt, betekent dit dat veel Nederlandse emigrés die in het verleden in beroep zijn gegaan tegen de conserverende belastingaanslag, verlost worden van de Nederlandse emigratieheffing en hun pensioen in veel gevallen fiscaal zonder Nederlandse belastingheffing kunnen afkopen. De Nederlandse fiscus ziet dan zijn belastingclaim als sneeuw voor de zon verdwijnen. De belastingdienst van de nieuwe woonstaat van de emigrant kan vervolgens wel belasting heffen, maar in veel gevallen is dit beduidend minder dan de Nederlandse heffing.
Het advies van Wattel lijkt niet alleen gevolgen te hebben voor pensioenen, maar ook voor lijfrentes waarvoor de emigratieheffing eveneens geldt. Waar bij pensioenen vaak nog juridische belemmeringen bestaan voor afkoop, is dat bij lijfrentes niet het geval.

Regels Oeso-model
Volgens Wattel is de greep die Nederland wil houden op de hier opgebouwde pensioenen in strijd met de regels van het model dat de Oeso, de club van industrielanden, heeft opgesteld voor belastingverdragen. In een eerder advies aan de Hoge Raad over de conserverende heffing voor directeuren-grootaandeelhouders (dga’s) die hun aandelen in hun bv verkopen, stemt Wattel overigens wel in met deze voorlopige aanslag. ‘Daarom was ik, en met mij veel andere fiscalisten, in eerste instantie wel verrast over dit laatste advies. Wattel legt echter goed uit waarom hij zich in het laatste geval baseert op een ander, voor de fiscus veel beperkender, artikel uit het Oeso-model’, licht Van Eijsden toe.

Belastingverdrag
Het advies geldt dus niet alleen bij emigratie naar een lidstaat van de Europese Unie. Ook andere landen waarmee Nederland een belastingverdrag heeft afgesloten, zoals het emiraat Dubai, dat geen inkomstenbelasting kent, vallen eronder. Het belastingverdrag met Dubai is nog niet van kracht.
(Bron: Financieel Dagblad)

Nederlandse premieheffing op (fictief) loon niet in strijd met EU-recht

Onlangs heeft de advocaat-generaal van de Hoge Raad een conclusie uitgevaardigd in een procedure inzake de premieheffing van een directeur-aandeelhouder. De belanghebbende, enig aandeelhouder en woonachtig in België, is als directeur werkzaam voor zijn in Nederland gevestigde B.V., zowel in Nederland als in België. Hij ontvangt een bescheiden beloning voor zijn bestuurswerkzaamheden, waarover Nederlandse loonbelasting en premies volksverzekeringen worden ingehouden. Hij is echter tevens directeur/zaakvoerder en aandeelhouder van twee in België gevestigde vennootschappen. Hij diende een Nederlandse aangifte in, en stelde daarin dat hij enkel premies is verschuldigd in België en dus in Nederland geen premies hoeft te betalen. Hij stelde dat het loon dat hij ontving van de B.V., enkel zag op de voor de B.V. verrichte arbeid in België, en niet op werkzaamheden in Nederland. Daarvoor kreeg hij geen beloning, aldus de directeur/ zaakvoerder.
De inspecteur weigerde dit. De inspecteur merkte het loon dat de B.V. heeft uitbetaald aan als premieplichtig loon en wilde de Nederlandse premies volksverzekeringen daarover innen.

Het Hof
De zaak kwam voor het Hof te Den Bosch. Deze oordeelde dat er kennelijk geen beloning is vastgesteld voor de werkzaamheden voor de B.V., hetgeen het Hof onjuist achtte. Nederland kent een zogenoemde fictief loonregeling, waarbij een voor een Nederlandse vennootschap werkzame aandeelhouder een minimum salaris moet opnemen. Onder omstandigheden mag dit minimum loon naar beneden worden bijgesteld. Het Hof achtte ten minste het uitbetaalde loon als fictief loon, waarover Nederlandse premies zijn verschuldigd.

Hoge Raad
De directeur liet het er niet bij zitten en heeft de zaak aangekaart bij de Hoge Raad, die heeft geleid tot deze procedure. De advocaat-generaal stelt in deze lopende procedure dat de Europese Verordening 1408/71 inzake sociale zekerheid voorschrijft dat bij werkzaamheden in loondienst (in Nederland) en werkzaamheden in België (die daar kwalificeren als niet in loondienst verrichte werkzaamheden), in zowel Nederland als België premies zijn verschuldigd voor de sociale zekerheid. Dat er kennelijk door de B.V. geen loon voor de werkzaamheden in Nederland, maar wel voor de werkzaamheden in België is betaald, acht de advocaat-generaal niet mogelijk. Op het loon van de B.V. dienen dus Nederlandse premies volksverzekeringen te worden ingehouden. Dat daarbij dubbele heffing optreedt – hij is ook in België premies over dit loon verschuldigd – kan niet worden tegengeworpen aldus de advocaat-generaal, omdat er ook in twee landen rechten ontstaan.

De heffing van Nederlandse premies over het door het Hof te Den Bosch vastgestelde fictief loon is dus terecht. De directeur moet in dit geval nog even wachten op verlossing. Thans is een nieuwe Europese Verordening (883/04) inzake sociale zekerheid in de maak. Deze voorkomt de dubbele premieheffing. Voortaan wordt in vergelijkbare situaties nog maar één land aangewezen als ‘verzekeringsland’. Dat zou in dit geval Nederland zijn, omdat in Nederland werkzaamheden in loondienst worden verricht voor de B.V. Vervelend is dat de nieuwe Verordening waarschijnlijk pas in maart 2010 in werking treedt.
Bron: BDO Nederland (Breda, Cees Nijman)

Grensarbeiderspensioen

Woont u in België en werkt u als grensarbeider in loondienst in Nederland. Dan bouwt u in Nederland een AOW-pensioen op. Maar wist u dat u tegelijkertijd in België een aanvullend rustpensioen opbouwt (supplement) zonder dat u daarvoor premie moet betalen? 
Het rustpensioen in België is gebaseerd op loon. In feite gaat het om een middelloonregeling. Het supplement is niet gebaseerd op uw loon uit Nederland maar op “forfaitaire” (vaste) bedragen. Het supplement kunt u krijgen vanaf het moment dat u 65 jaar bent. Maar als u een loopbaan van 35 jaar of meer heeft, kan het supplement ingaan vanaf elke door u gekozen maand tussen 60 en 65 jaar. Ontvangt u nog geen AOW-pensioen dan krijgt u het volledige supplement. Een eventueel vervroegd aanvullend pensioen is niet van invloed. Een aanvraag doet u bij de pensioendienst van het gemeentebestuur van uw woonplaats. Maar u kunt ook terecht bij de gewestelijke dienst van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). Let op! u kunt dit niet met terugwerkende kracht aanvragen

Bron: Bureau Belgisch Zaken, Breda

Nieuwbouw met 6% BTW

Teneinde uitvoering te geven aan het economische herstelplan, heeft de Belgische regering een financiële steunmaatregel genomen: invoering van het verlaagde btw-tarief van 6% op nieuwbouwwerkzaamheden aan de Belgische woningbouw. Het betreft een tijdelijke maatregel. De regeling geldt tot en met 31 december 2009.

Het verlaagde tarief bestaat al enige tijd voor werkzaamheden aan woningen die ouder zijn dan vijf jaar en sloop- en saneringswerken in bepaalde stadsgebieden waar wederopbouw dient plaats te vinden. Het gaat om nieuwbouwwoningen, die voornamelijk voor privédoeleinden worden gebruikt. Wordt een nieuwbouwwoning opgeleverd, dan hoeft de bouwondernemer/ aannemer enkel het 6%-tarief te rekenen in plaats van het gebruikelijke 21%-tarief, mits de woning ten minste vijf jaar ook echt als woning wordt gebruikt. Het verlaagde tarief is overigens niet onbeperkt: het tarief geldt alleen voor de eerste € 50.000 aan grondslag voor de btw-heffing. Het voordeel kan dus oplopen tot maximaal € 7.500 per woning (21%- 6% van € 50.000) Aan de regeling kleeft wel nog een aantal verdere (administratieve) voorwaarden. Ook als een zakelijk recht op de woning wordt gevestigd, zoals een recht van vruchtgebruik of recht van gebruik en bewoning, geldt het verlaagde tarief van 6%.
Voor vastgoedhandelaren kan dit eveneens aantrekkelijk zijn, indien zij nieuwbouwwoningen in dit jaar laten bouwen en verkopen aan particulieren.

Bron: BDO Nederland (Breda, Cees Nijman)

Identiteitskaart voor kinderen

De federale overheid lanceert vanaf april de ‘KIDS-ID’. De KIDS-ID is een elektronische identiteitskaart voor kinderen van 0 tot 12 jaar. Ze vervangt het vroegere kartonnen ‘identiteitsbewijs’ dat ouders moesten aanvragen wanneer ze met een kind naar het buitenland wilden reizen.

Sinds 2006 loopt er voor de KIDS-ID een proefproject in zes gemeenten. Vanaf nu wordt deze elektronische identiteitskaart ingevoerd in heel België. 75 van de 589 gemeenten bieden de KIDS-ID aan vanaf 16 maart. In de meeste andere gemeenten zal ze beschikbaar zijn vanaf 20 april 2009. De basisprijs van de KIDS-ID is drie euro. 75 % van de gemeenten zullen geen extra taks heffen. Deze elektronische identiteitskaart voor kinderen jonger dan 12 jaar is veel veiliger dan de oude kartonnen kaart. Ze zal in de toekomst ook veel meer mogelijkheden bieden zoals: veilig chatten, veilig reizen, toegang tot bibliotheken en inschrijving in scholen.

De KIDS-ID gaat zelfs nog veel verder, dankzij het systeem ‘Hallo ouders’. Ouders kunnen via dit systeem zeven persoonlijke telefoonnummers verbinden aan de KIDS-ID van hun kind. Op de achterkant van de KIDS-ID staat een algemeen telefoonnummer. Als een kind bijvoorbeeld verloren loopt, dan kan de persoon die het kind te hulp komt dit algemeen telefoonnummer bellen en zo onmiddellijk in verbinding gesteld worden met een naaste van het kind.

hits=2= / id=1623=