Inkeerregeling: einde bankgeheim?

In Archiefby robert

Sinds mensenheugenis zijn er mensen die hun geld onderbrengen in het buitenland. Wanneer men in Nederland woont of wanneer men, als inwoner van België, er voor heeft gekozen om behandeld te worden als binnenlands belastingplichtige in Nederland, moet het gehele (wereld)inkomen en vermogen in Nederland worden opgegeven. Heeft u bijvoorbeeld een bankrekening in het buitenland, waarvan het saldo en/of de rente nooit is aangegeven of heeft u een tweede woning in het buitenland, waar de Nederlandse belastingdienst geen weet van heeft, dan begaat u een economisch delict, waarvoor u zelfs strafrechterlijk vervolgd kan worden.

Boetes
De kans bestaat dat er forse navorderingsaanslagen worden opgelegd, waarbij de boetes op kunnen lopen van 50% tot zelfs 100%. De Nederlandse staatssecretaris van Financiën, Jan Kees de Jager, heeft recent bekend gemaakt de boetes te willen verhogen tot maximaal 300%. De maximum gevangenisstraf kan oplopen tot zes jaren.
Wanneer er sprake is van voor de Nederlandse belastingdienst verzwegen inkomsten die afkomstig zijn uit Nederland dan mag de Nederlandse fiscus over de afgelopen vijf jaren een navorderingsaanslag opleggen. Betreft het verzwegen buitenlandse inkomsten, dan geldt een navorderingstermijn van twaalf jaren.

Informatie-uitwisseling
Door de huidige financiële crisis staan banken onder druk. Aan het bankgeheim van diverse Europese landen wordt door internationale afspraken steeds meer getornd. Landen als bijvoorbeeld Zwitserland en Luxemburg hebben reeds aangegeven hun bankgeheim te zullen beperken. Ook landen als België en Oostenrijk staan onder druk en zij zullen in het kader van internationale gegevensuitwisseling het verstrekken van bancaire gegevens verder uitbreiden. Zo zal België, met ingang van 1 januari 2010, overstappen naar een systeem van algemene gegevenswisseling.
In feite ontstaat de Nederlandse situatie: Nederland meldt de Nederlandse rente aan België, waarvan de Belgische belastingdienst op haar beurt gretig gebruik maakt. Indien deze uit Nederland afkomstige rente niet in België is opgegeven, zullen er nadere aanslagen met boete worden opgelegd.
Bovenstaande situatie zal na 1 januari 2010 waarschijnlijk ook voor de uitwisseling van bankgegevens tussen België en Nederland gaan gelden.
Dat de Nederlandse fiscus ver mag gaan in haar kruistocht naar buitenlandse bankrekeningen blijkt wel uit het feit dat zij op 21 maart 2008 door de Hoge Raad der Nederlanden in het gelijk is gesteld in een zaak die was aangespannen door een groot aantal vermogende Nederlandse belastingplichtigen die rekeninghouders waren bij de Kredietbank Luxemburg.
De belastingdienst had namelijk gebruik gemaakt van in beslag genomen gegevens over duizenden verzwegen rekeningen in het buitenland. De Hoge Raad stond toe dat de belastingdienst op basis van gestolen gegevens onderzoek mocht doen naar verzwegen bankrekeningen.

Spijt
Indien een belastingplichtige in Nederland alsnog een correcte en volledige aangifte wenst te doen, bestaat er een bijzondere regeling, namelijk de inkeerregeling. Ook wel spijtoptantenregeling of vrijwillige verbetering genoemd.U kunt vrijwillig aan de belastingdienst melden dat u inkomen of vermogen heeft verzwegen. Hiermee voorkomt u strafrechterlijke vervolging en vergrijpboetes (maximaal 100%). Door gebruik te maken van de inkeerregeling voorkomt u niet alleen dat u zonder problemen kunt beschikken over uw buitenlands vermogen. U voorkomt ook dat uw nabestaanden later geconfronteerd worden met een fiscaal probleem.

Voorwaarden inkeerregeling
Inkeer blijft mogelijk wanneer de betrokkene niet wist of redelijkerwijs kon weten, dat de belastingdienst hem op het spoor is. Hiervan is sprake wanneer:
– de inspecteur nog geen vragen heeft gesteld over het buitenlandse vermogen;
– de inspecteur nog geen boekenonderzoek heeft aangekondigd, waarbij de buitenlandse vermogensbestanddelen ontdekt kunnen worden;
– de FIOD-ECD nog niet heeft gemeld dat er een onderzoek loopt in verband met buitenlandse vermogensbestanddelen.

Buitenlandse banktegoeden
Tot en met 2000 werd, afgezien van de rentevrijstelling, de ontvangen rente over de banktegoeden progressief belast. Het toptarief was 60%. Stel u had in 2000 een banktegoed van € 200.000, waarop u 5% rente ontving (€ 10.000), dan kon, even afgezien van de rentevrijstelling, de heffing oplopen tot wel € 6.000.
Daarnaast werd tot en met 2000 een vermogensbelasting geheven van 0,7% van het aanwezige vermogen per waardepeildatum 1 januari, na aftrek van de eventuele schulden en het vrijgestelde deel.
Vanaf 2001 wordt er niet meer geheven over de ontvangen rente, maar behoren de bank-, giro- en spaartegoeden in het buitenland tot de rendementsgrondslag van Box III. Over het gemiddelde van het vermogen (waardepeildata 1 januari en 31 december van enig jaar) is men 1,2% belasting verschuldigd. Over een gemiddeld vermogen van € 200.000 moet men € 2.400 belasting betalen. Nederland kent wel een vrijstelling voor Box III (heffingsvrije vermogen) van ongeveer € 20.000 per persoon.
De belastingdienst is niet alleen geïnteresseerd in het saldo van uw buitenlandse banktegoeden, maar ook in de herkomst van de tegoeden (bijvoorbeeld zwarte omzet). Wanneer er sprake is van verzwegen inkomsten die afkomstig zijn uit Nederland dan mag de Nederlandse fiscus over de afgelopen vijf jaren een navorderingsaanslag opleggen. Betreft het verzwegen buitenlandse inkomsten dan geldt een navorderingstermijn van twaalf jaren.

Buitenlandse bronbelasting
Over de rente die men ontvangt over Belgische tegoeden is men Belgische belasting verschuldigd. Deze bronbelasting mag men met de in Nederland verschuldigde belasting verrekenen.

Melding
Wanneer u gebruik wenst te maken van diensten om uw aangifte vrijwillig te verbeteren, zal in zijn algemeenheid in eerste instantie een risicoanalyse worden gemaakt van uw fiscale positie. Aan deze hand van deze risicoanalyse wordt er een berekening gemaakt van de alsnog verschuldigde belasting. Tenslotte zal er worden overgegaan tot het indienen van de correcte informatie bij de belastingdienst.

Conclusie
Zoals uit de media al blijkt staat het bankgeheim wereldwijd onder druk. Door internationale afspraken wordt het wel haast onmogelijk om buitenlandse bezittingen buiten het zicht van de belastingdienst te houden. Men kan nu nog gebruik maken van de mogelijkheid om de aangiften te corrigeren zonder geconfronteerd te worden met strafrechtelijke vervolging en hoge boetes.
hits=2= / id=1624=