Belastingheffing bij verkoop van kasgeldvennootschappen: een gebied met voetangels en klemmen

In Archiefby robert

Wat is een kasgeldvennootschap?
Indien een inwoner van België aandelen verkoopt in een vennootschap aan een derde, dan is de verkoopwinst in beginsel onbelast. Indien een inwoner van België aandelen verkoopt aan een derde in een holdingvennootschap welke holding op haar beurt alle aandelen houdt van een werkmaatschappij, geldt ook dat de verkoopwinst in beginsel onbelast is. Indien de holding eerst de werkmaatschappij verkoopt en daarna als kasgeldvennootschap wordt verkocht, wil de Belgische Belastingadministratie heffen op grond van divers inkomen tegen een belastingtarief van 33%.
Hoe gaat dat eigenlijk in zijn werk? Indien de holding de werkmaatschappij verkoopt, ontvangt de holding een koopprijs. De holding is dan niet langer een echte holding – want de werkmaatschappij is verkocht – en wordt dan een zogenaamde kasgeldvennootschap. Immers, het enige dat de holding dan nog bezit is een bankrekening. Vandaar dat zo’n vennootschap een kasgeldvennootschap wordt genoemd.

Waarom kan verkoop van een kasgeldvennootschap fiscaal aantrekkelijk zijn?
Indien de kasgeldvennootschap al haar winstreserves als dividend uitkeert, is 15% of 25% roerende voorheffing verschuldigd. Indien de kasgeldvennootschap wordt geliquideerd, dan is 10% belasting verschuldigd. Voor het gevoel van de aandeelhouder is dat onrechtvaardig, want als hij zijn werkmaatschappij had verkocht door middel van verkoop van zijn holding, dan had hij fiscaal onbelast kunnen ‘cashen’. Vandaar dat regelmatig wordt gewerkt met de figuur van de verkoop van de kasgeldvennootschap aan een bank of financiële instelling waarbij de koper zich verplicht om de vennootschap een aantal jaren in stand te houden (op basis van het zogenaamde non-liquidatiebeding). De instandhoudingseis heeft tot doel om te voorkomen dat de Belgische Belastingadministratie het standpunt inneemt dat sprake is van een verkapte liquidatie.

Divers inkomen
De Belgische fiscus is van mening dat de meerwaarde die wordt gerealiseerd bij de verkoop van de aandelen in een kasgeldvennootschap mag worden belasten als divers inkomen (belastingtarief 33%). De fiscus stelt dat sprake is van een abnormaal beheer van privé vermogen, oftewel het verrichten van handelingen die het normale vermogensbeheer te boven gaan. Alleen indien sprake is van normaal vermogensbeheer, is de verkoop van aandelen belastingvrij.
Zoals uit het hierboven gegeven voorbeeld kan worden afgeleid, is verkoop van een kasgeldvennootschap vaak het sluitstuk van een reeks van transacties die tot doel hebben de werkmaatschappij te verkopen aan een derde. Indien mogelijk, ter voorkoming van discussie, is het aan te bevelen van de koper te bedingen dat hij de holding koopt. Maar dat is niet altijd mogelijk. Soms weigert de koper de aandelen in de holding te kopen en is hij uitsluitend bereid de aandelen in de werkmaatschappij te kopen.

Belgische rechtspraak
Gelukkig is de Belgische rechter de Belgische belastingbetaler te hulp geschoten. In België zijn er inmiddels verschillende uitspraken van rechters gewezen die de Belgische Belastingadministratie op dit gebied in het ongelijk stellen.
Uit de uitspraken van de Belgische rechter kan worden afgeleid dat de winst behaald met verkoop van kasgeldvennootschappen alleen belast wordt tegen 33% Personenbelasting voor zover sprake is van winst of baat die voorkomt uit het ‘abnormale’ beheer, zodat meerwaarden die reeds bestonden vooraleer de ‘abnormale verrichting’ plaatsvond, buiten beschouwing blijven. Dit is beslist in het arrest van 30 november 2006 van het Hof van Cassatie. Sinds het arrest van 30 november 2006 zijn er al meer uitspraken geweest in diezelfde richting. Onder andere het Hof van Beroep te Brussel van 31 januari 2007 en het Hof te Brussel van 13 september 2007.

Alleen indien sprake is van speculatiewinsten, waarbij het voordeel van tevoren kan worden voorzien (vergelijk de lucratieve verkoop van een zeer goedkoop gekocht huis), zou de Belgische fiscus met succes de gerealiseerde meerwaarde kunnen belasten als divers inkomen. Alleen de echte speculatiewinst wordt dan belast als divers inkomen.
Uit de Belgische literatuur is in dit verband een leuk voorbeeld bekend. Stel iemand heeft een huis waarvoor hij ooit € 100.000 heeft betaald. Het is inmiddels een groot aantal jaren in zijn bezit en inmiddels € 300.000 waard. In plaats van het te verkopen organiseert hij een loterij waarbij 400 loten van € 1.000 per stuk worden verkocht. De opbrengst is dus € 400.000. De eigenaar van het winnende lot verkrijgt het huis. De normale verkoopwinst zou € 200.000 zijn geweest, maar door de loterij is de verkoopwinst € 300.000. Echter, slechts € 100.000 is belast als divers inkomen want dat bedrag aan winst is verkregen door ‘abnormaal’ vermogensbeheer. De verkoopwinst is onbelast tot een bedrag van € 200.000.

Als we dit voorbeeld loslaten op de verkoop van kasgeldvennootschappen, dan komen we tot de volgende analyse. Als de verkoop van de kasgeldvennootschap meer geld opbrengt dan de verkoop van de aandelen in de vennootschap zou hebben opgebracht toen de vennootschap nog een holding was – en de werkmaatschappij nog in bezit was van de holding – dan is het meerdere belast als divers inkomen. In de praktijk zal dit naar onze mening weinig of niet voorkomen.

Kortom, met de bovengenoemde uitspraken van de Belgische rechter kan de belastingplichtige die aandelen in een (potentiële) kasgeldvennootschap houdt, weer wat rustiger ademhalen. Maar niettemin blijft waakzaamheid geboden. In voorkomende gevallen kan het aan te bevelen zijn vooroverleg te plegen met de Belgische rulingcommissie.

hits=2= / id=1587=