Ultimatum over sms’en

In Archiefby robert

De Europese belbedrijven moeten de prijs voor het grensoverschrijdend tekstberichten verzenden en surfen via de mobiele telefoon per 1 juli drastisch hebben verlaagd. Zo niet, dan grijpt de Europese Commissie in de tarieven in. Volgens de betroken eurocommissaris kan de prijs van grensoverschrijdend sms’en maar iets duurder zijn dan binnenlands tekstberichten versturen met een mobieltje.
Er zijn marginale meerkosten verbonden aan gebruik van een buitenlands netwerk, aldus de Europese Commissie en zij kan niet accepteren dat belbedrijven twintig keer meer winst halen via klanten die hun telefoon grensoverschrijdend gebruiken, dan op consumenten die dat alleen binnenlands doen.
De Europese groep van toezichthouders stelde eerder vast dat een grensoverschrijdend tekstbericht gemiddeld 0,29 euro kost en soms wel 0,50 euro. Dat is drie tot 25 keer meer dan een binnenlands tekstbericht, aldus de toezichthouders. Het grensoverschrijdend downloaden van bijvoorbeeld een liedje kost gemiddeld 5,24 euro per megabyte, maar kan oplopen tot 11 euro in Polen en Luxemburg.
De eurocommissaris wist eerder snel regelgeving langs het europarlement en de lidstaten te loodsen voor verlaging van de kosten van het grensoverschrijdend bellen met de mobiele telefoon.

Grensarbeiderspensioen
Woont u in België en werkt u als grensarbeider in loondienst in Nederland. Dan bouwt u in Nederland een AOW-pensioen op. Maar wist u dat u tegelijkertijd in België een aanvullend rustpensioen opbouwt (supplement) zonder dat u daarvoor premie moet betalen?
Het rustpensioen in België is gebaseerd op loon. In feite gaat het om een middelloonregeling. Het supplement is niet gebaseerd op uw loon uit Nederland maar op “forfaitaire” (vaste) bedragen. Het supplement kunt u krijgen vanaf het moment dat u 65 jaar bent. Maar als u een loopbaan van 35 jaar of meer heeft, kan het supplement ingaan vanaf elke door u gekozen maand tussen 60 en 65 jaar. Ontvangt u nog geen AOW-pensioen dan krijgt u het volledige supplement. Een eventueel vervroegd aanvullend pensioen is niet van invloed. Een aanvraag doet u bij de pensioendienst van het gemeentebestuur van uw woonplaats. Maar u kunt ook terecht bij de gewestelijke dienst van de Rijksdienst voor Pensioenen (RVP). Let op! u kunt dit niet met terugwerkende kracht aanvragen. (BBZ)

Conserverende aanslag en verdragstrouw
Volgens Advocaat-Generaal Wattel handelt de Nederlandse belastingdienst in strijd met de goede verdragstrouw als deze een conserverende aanslag oplegt over een pensioenaanspraak die een naar Frankrijk geëmigreerde belastingplichtige heeft opgebouwd.
De Advocaat-generaal vindt dat met de aanslag ten onrechte een belastbaar feit wordt gefingeerd om een onwelgevallige verdragstoewijzing bij voorbaat te frustreren. Nederland frustreert namelijk het belastingverdrag met Frankrijk door het naar zijn aard aan Frankrijk toegewezen inkomen ‘om te kwalificeren’ tot aan Nederland toegewezen inkomsten. Deze opstelling van Nederland is volgens de Advocaat-generaal in strijd met het internationaal verdragenrecht en wel met de goede verdragstrouw.

Casus
Belanghebbende was in 2001 geëmigreerd naar Frankrijk. De Nederlandse belastingdienst heeft toen, zeg maar tot behoud van zijn rechten om over de opgebouwde aanspraken bij uitkering belasting te heffen, een conserverende aanslag opgelegd over de waarde in het economische verkeer van zijn in Nederland opgebouwde pensioenaanspraak. Er is wel automatisch uitstel van betaling verleend en belanghebbende heeft ook geen zekerheid hoeven te stellen.
Zowel Rechtbank Breda als Hof ‘s-Hertogenbosch oordelen dat het opleggen van de conserverende aanslag in strijd is met de in acht te nemen goede verdragstrouw bij de uitleg van het belastingverdrag met Frankrijk. De aanslag wordt vernietigd. De Staatssecretaris van Financiën gaat in cassatie bij de Hoge Raad.

Beslissend moment
Volgens de staatssecretaris zijn de aanslagen opgelegd naar een moment waarop de belanghebbende nog inwoner van Nederland was, zodat Nederland zowel bronstaat als woonstaat was. Maar volgens de Advocaat-Generaal staat vast dat het werkelijke genietingsmoment – als het zich voordoet – zich pas zal voordoen tijdens het inwonerschap in de andere verdragstaat, i.c. Frankrijk, en dat die werkelijke genieting aan die andere verdragstaat is toegewezen.
Dat het werkelijke genietingsmoment zich pas voordoet na emigratie staat vast omdat de emigratie het belastbare feit is en die schakelt juist de toewijzing aan de andere Staat in. Emigratie is tot belastbaar feit gemaakt juist om te voorkomen dat het verdrag zijn overeengekomen effect kan hebben. Nederland handelt dus in strijd met de goede trouw door een conserverende aanslag op te leggen.

EG-recht
Het EG-recht is volgens de Advocaat-generaal in deze geen beletsel. Voormalige inwoners van Nederland die van hun Verdragsvrijheden gebruik hebben gemaakt door te emigreren en die vervolgens in een andere EG-lidstaat hun pensioenaanspraak doen afkopen, worden door Nederland niet anders belast dan inwoners van Nederland die hun pensioenaanspraak doen afkopen. Het is nu de beurt aan de Hoge Raad een oordeel te vellen over dit geschil. (Rechtspraak.nl)

Vruchtgebruik niet te herkwalificeren in verhuur
Volgens het Hof van Cassatie kan een vruchtgebruik niet geherkwalificeerd worden in een huurovereenkomst.
Een belastingplichtige koopt een appartement in privé voor de naakte eigendom, de vennootschap waarvan hij meerderheid-aandeelhouder is voor het vruchtgebruik.
De waarde van dat vruchtgebruik wordt berekend op 80 % van de volle eigendomswaarde. Het recht wordt verleend voor 10 jaar (wat erg kort is).
Bovendien – en dat is niet zo slim – wordt aan de vruchtgebruiker de toestemming verleend om verbeteringen aan het appartement aan te brengen die op het eind van het vruchtgebruik kosteloos overgaan naar de naakte eigenaar. De vruchtgebruiker wordt bovendien contractueel verplicht om alle herstellingen, zelfs de grote, voor zijn rekening te nemen.
Toch wel een beetje te veel van het goede.
De belastingdienst tracht de gesplitste aankoop te herkwalificeren in een – fiscaal veel nadeligere – huursituatie.
Voor de herkwalificatie beroept de belastingdienst zich op artikel 344 § 1 van het wetboek Inkomstenbelasting waarin u terugvindt dat de belastingdienst “de door partijen gekozen juridische kwalificatie van een akte kan herkwalificeren indien zij belastingontwijking kan aantonen en indien de belastingplichtige de door hem gekozen kwalificatie (het vruchtgebruik) niet kan verantwoorden met rechtmatige financiële of economische behoeften …”
Het Hof stelt vast dat er belastingontwijkende motieven voor-handen zijn en dat de belastingplichtige er niet in slaagt de vruchtgebruikconstructie te verantwoorden met rechtmatige financiële of economische behoeften.
Niettemin stelt het Hof dat een vruchtgebruik niet te herkwalificeren valt in huur.
Voor herkwalificatie is immers vereist dat de nieuwe kwalificatie (de huur) gelijksoortige niet fiscale rechtsgevolgen heeft als de door partijen gekozen kwalificatie (het vruchtgebruik).
En een huursituatie verschilt nu eenmaal aanzienlijk van een vruchtgebruik … dus geen herkwalificatie mogelijk.
U herinnert zich dat de rulingdienst van Financiën recent nog een aantal voorwaarden heeft gesteld waaronder een vrucht-gebruiksituatie fiscaal kan. Strenge voorwaarden overigens die geen grondslag vinden in de fiscale wet.
Dit arrest zal er haar hopelijk toe leiden die voorwaarden te herzien.

Meerwaarde bij holdingconstructie ter besparing van Belgische successierechten
Onlangs heeft de Belgische rulingcommissie een interessant
besluit genomen.Het betrof iemand die zijn aandelen
in een buitenlandse holding in een daartoe door hem
en zijn echtgenote opgerichte vennootschap had overgedragen.
Daarbij werd een meerwaarde gerealiseerd.
Normaliter kan de meerwaarde die wordt gerealiseerd door
de inbreng of verkoop van een meerderheidspakket aandelen
in een eigen daartoe opgerichte vennootschap, in de ogen
van de Belgische fiscus worden belast wanneer dit het normale
beheer over het privé patrimonium te boven gaat. In dit
specifieke geval werd echter een besparing van successierechten
beoogd. De vererving van een pakket Belgische aandelen
(met daaronder de buitenlandse aandelen) is goedkoper
dan de verkrijging bij vererving van het pakket buitenlandse
aandelen zelf. In het buitenland (in casu de V.S.)
zouden immers bij rechtstreekse vererving niet met Belgische
successierechten verrekenbare Amerikaanse rechten verschuldigd
zijn (dubbele heffing dus). Bovendien vererft in het
onderhavige geval slechts 50% van de aandelen in de
Belgische holding, nu zijn echtgenote bij oprichting daarvan
reeds 50% heeft genomen.
De Belgische rulingcommissie zag hierin een normaal beheer
van het privé patrimonium en achtte uit dien hoofde de
belastingheffing over de meerwaarde op de aandelen niet te
belasten als divers inkomen (33% heffing). Belanghebbende
heeft in casu zelfs uitdrukkelijk beweerd dat een besparing
van Amerikaanse en Belgische (successie)rechten het zuivere
doel was van de overdracht van de aandelen.
De rulingcommissie zag dit niet als een speculatie of abnormaal
beheer van het privé patrimonium, en voor belanghebbende
werkt dit dus goed uit. (BDO)

hits=1= / id=1585=