Discriminatie successie familiebedrijven

In Archiefby robert

De voorwaarden die Vlaanderen hanteert voor de vrijstelling van successierechten voor familiale ondernemingen, is discriminerend. Dat zegt het Europees Hof van Justitie. De vrijstelling geldt enkel voor ondernemingen die Vlamingen tewerkstellen. Het Europees Hof van Justitie sprak zich uit over het beroep van de erfgenamen van een Nederlandse zakenman tegen de Vlaamse belastingadministratie over de betaling van 839.485 euro aan successierechten voor het overerven van twee Nederlandse ondernemingen.
Het Vlaamse successiedecreet van 1996 bevat een vrijstelling van het betalen van successierechten voor familiebedrijven. Om van dat nultarief te genieten, moet het bedrijf de voorbije drie jaar minstens vijf voltijdse werknemers in het Vlaams Gewest hebben tewerkgesteld. Volgens het Hof in Luxemburg is die laatste voorwaarde een vorm van indirecte discriminatie van belastingplichtigen. Dergelijke discriminatie, op grond van een tewerkstelling op een bepaalde plaats, is strijdig met de Europese basisregels van vrij verkeer van kapitaal.
Het voortbestaan van kleine en middelgrote ondernemingen en het behoud van tewerkstelling in kmo’s kunnen aanvaardbare redenen zijn om een belastingvoordeel toe te kennen, zegt het EU-Hof. Maar de Belgische regering kon onvoldoende aantonen waarom die vrijstelling uitsluitend geldt voor Vlaamse familiebedrijven. Het Luxemburgse Hof meent dat de vrijstelling ook moet gelden voor de successie van familiebedrijven gevestigd in een ander EU-land.
hits=1= / id=1567=