Over de omvang van alimentatie bij echtscheiding wanneer de echtgenoten aandeelhouders zijn

In Archiefby robert

Bij echtscheiding kan de rechtbank op verzoek van de behoeftige echtgenoot een uitkering tot levensonderhoud toestaan ten laste van de andere echtgenoot (art. 301, §2 Belgisch Burgerlijk Wetboek). De rechtbank houdt rekening met de inkomsten en mogelijkheden van de echtgenoten en met de aanzienlijke terugval van de economische situatie van de uitkeringsgerechtigde. Om die terugval te waarderen, baseert de rechter zich met name op de duur van het huwelijk, de leeftijd van partijen, hun gedrag tijdens het huwelijk inzake de organisatie van hun noden en het ten laste nemen van de kinderen tijdens het samenleven of daarna. (…). De onderhoudsuitkering mag niet hoger liggen dan een derde van het inkomen van de uitkeringsplichtige echtgenoot (art. 301 §3 Belgisch Burgerlijk Wetboek).
Het Hof van Cassatie heeft geoordeeld dat de rechter bij de begroting van dit maximum rekening mag houden met de inkomsten waarop de echtgenoot-schuldeiser normaliter aanspraak kan maken. Meer bepaald mag hij rekening houden met de winst van een vennootschap, waarvan de echtgenoot schuldeiser aandeelhouder of afgevaardigd bestuurder is. Maar dit kan enkel wanneer deze echtgenoot-schuldeiser eigenmachtig, wettelijk en volgens de statuten of ingeval van bedrog, kon beslissen over het al dan niet uitkeren van een vergoeding en/of dividenden (Hof van Cassatie 8 september 2011).
Dit arrest is belangrijk omdat het duidelijk stelt dat de rechter zich bij de begroting niet moet beperken tot de door de vennootschap uitgekeerde dividenden, maar rekening kan houden met gereserveerde winsten, althans wanneer de echtgenoot-schuldeisers zelf kan beslissen die winst te reserveren dan wel uit te keren.
hits=2= / id=1513=