Wijziging Wetboek Belgische Nationaliteit

In Archiefby robert

De Belgische Kamer heeft op donderdag 25 oktober 2012 ingestemd met de aanpassing van de Belgische nationaliteitswet. Het ontwerp is nu overgezonden naar de Senaat, maar naar verwachting zal het op 1 januari 2013 in werking treden. Voor Nederbelgen die de Belgische nationaliteit willen aannemen, zijn deze wijzigingen van het grootste belang.
De zogenaamde ‘naturalisatie’ die tot nu mogelijk was na drie jaar verblijf in België, wordt voortaan, weliswaar zonder verblijfsvoorwaarde, voorbehouden voor personen die buitengewone verdiensten hebben bewezen of kunnen bewijzen op het wetenschappelijk, sportief, sociocultureel vlak en daardoor een bijzondere bijdrage kunnen leveren voor de internationale uitstraling van België. Dit zal derhalve zeer uitzonderlijk zijn.
De voorwaarden voor het verkrijgen van de Belgische nationaliteit door nationaliteitsverklaring worden gewijzigd. Tot nu toe kon de verklaring afgelegd worden na zeven jaar hoofdverblijf in België, zonder enige bijkomende voorwaarde. In de toekomst zal een wettelijk verblijf van vijf of tien jaar vereist worden, steeds op voorwaarde dat de aanvrager bewijst dat hij één van de drie landstalen kent.
In het eerste geval (wettelijk verblijf van vijf jaar) is echter ook het bewijs nodig niet alleen van de maatschappelijke integratie van de aanvrager, maar ook van zijn economische participatie. Dit laatste betekent dat de aanvrager gedurende een bepaalde periode in die vijf jaar als werknemer, ambtenaar of zelfstandige aan de slag moet zijn geweest. Is de aanvrager gehuwd met een Belg, dan vervalt die voorwaarde van economische participatie. Heeft de aanvrager de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, dan wordt blijkbaar noch de integratievoorwaarde, noch de economische participatievoorwaarde als eis gesteld en voldoet dus de termijn van vijf jaar (sec).
In het tweede geval (tien jaar wettelijk verblijf in België) dient de aanvrager enkel het bewijs te leven van zijn “deelname aan het leven van zijn onthaalgemeenschap”. Dit bewijs kan met alle rechtsmiddelen geleverd worden en bevat elementen waaruit blijkt dat de aanvrager deelneemt aan het economische en/of socioculturele leven van de onthaalgemeenschap.
Zodra de wet definitief is, zullen wij er nog uitvoeriger op terugkomen.
hits=2= / id=1511=