Wetsontwerp houdende fiscale en financiële bepalingen ingediend in de Kamer

In Archiefby robert

Het voorontwerp van wet dat door de Belgische regering werd goedgekeurd eind juli 2012 werd op 22 oktober 2012 ingediend in het parlement. Het gaat om een derde luik van begrotingsmaatregelen die de regering in het regeerakkoord is overeengekomen. In het ontwerp staan diverse fiscale maatregelen.
In het kader van de vereenvoudiging van de personenbelasting zullen de aftrekbare uitgaven (bvb. giften, kinderoppas) in belastingverminderingen worden omgezet.
De overdracht van de aftrek voor risicokapitaal (‘notionele interestaftrek’) wordt beperkt. Enerzijds wordt de overdracht van de nieuwe aftrek voor risicokapitaal naar toekomstige aanslagjaren met ingang van aanslagjaar 2013 afgeschaft. Anderzijds wordt in een overgangsmaatregel voorzien voor de vóór aanslagjaar 2013 bekomen en niet benutte aftrek. De overdracht van het bestaande saldo voor het deel dat meer bedraagt dan 1 miljoen euro, wordt beperkt tot 60%. Het bedrag dat door deze beperking niet kon worden afgetrokken (de resterende 40%) wordt overgedragen naar latere jaren.
Er wordt ook een aantal maatregelen genomen die uitvoering geven aan eerdere rechtspraak of procedures met de Europese Commissie. Het gaat o.m. om de fiscale behandeling van meerwaarden bij de inkoop van aandelen van collectieve beleggingsinstellingen (de zogenaamde ‘heffing op sparen’). Het toepassingsgebied van de heffing op sparen wordt gewijzigd om het toepassingsgebied in overeenstemming brengen met de Overeenkomst inzake de ‘Europese Economische Ruimte’ en op die manier tegemoet te komen aan het arrest van het Hof van Justitie van 10 mei 2012 (inzake de uitsluiting van EER-fondsen ‘zonder’ Europees paspoort). Daarnaast wordt de regeling op diverse andere punten gewijzigd. Zo zal aan de ‘heffing op het sparen’ een derde belastbaar feit worden toegevoegd. Daardoor zal de heffing ook van toepassing zijn bij overdrachten ‘ten bezwarende titel’ van rechten van deelneming van een instelling voor collectieve belegging in effecten (buiten de gevallen van inkoop door de instelling, die nu al zijn geviseerd). De ‘heffing op het sparen’ zal voortaan toepasselijk zijn indien de beleggingsinstellingen minstens 25% van hun vermogen beleggen in schuldvorderingen. Voorheen was dit nog 40%. Voorts wordt de grootvaderclausule geschrapt.
Het ontwerp regelt nog een aantal andere zaken. Zo wordt de belasting niet-inwoners (BNI) aangepast (het betreft de belasting op inkomsten van Belgische bron die genoten worden door niet-inwoners (natuurlijke personen of rechtspersonen)). Blikvanger daarbij is de invoering van twee nieuwe categorieën van belastbare inkomsten, die eigenlijk neerkomen op de invoering van een soort ‘vangnetbepaling’ : de wetgever wil er namelijk, onder meer, voor zorgen dat in die situaties waarin een dubbelbelastingverdrag de heffingsbevoegdheid aan België toewijst, deze bevoegdheid voortaan ook effectief kan worden uitgeoefend, in die gevallen waar dit vooralsnog niet kan, omdat het betrokken inkomen niet onder de omschrijving valt van de in de BNI belastbare inkomsten.
Er wordt nu ook duidelijk gesteld dat in overeenstemming met de Europese regels de gemeentelijke opcentiemen niet van toepassing zijn op de personenbelasting die slaat op dividenden en interesten.
hits=3= / id=1510=