Goed nieuws voor de eigenaars van Franse tweede verblijven

In Archiefby robert

  1. Terugvordering van sociale lasten

Er is goed nieuws voor de eigenaars van een tweede verblijf in Frankrijk. Het EU Hof van Justitie oordeelde in het begin van dit jaar dat de Franse heffing van sociale lasten op de inkomsten van of de meerwaarde bij verkoop van het tweede verblijf niet geoorloofd is. Onlangs, op 27 juli 2015, bevestigde de Franse Raad van State dit standpunt in het arrest ten gronde.

Ingevolge deze Franse sociale bijdrage moeten huurinkomsten en meerwaarden bij verkoop, een globale heffing ondergaan van 34,5 %. Deze belasting werd in 2012 ingevoerd door de regering van president Hollande. Het Hof oordeelde dat deze heffingen op inkomsten uit vermogen, binnen de werkingssfeer van de verordening van de sociale zekerheidsregeling vallen. De redenering is dat een persoon die onderworpen is aan de sociale zekerheid van het land waar hij werkt, niet nogmaals kan verplicht worden sociale bijdragen in Frankrijk te betalen op zijn tweede woning.

De Franse sociale bijdragen betaald in 2012, 2013 en 2014 kunnen derhalve worden teruggevorderd, op voorwaarde dat men in die periode onderworpen was aan de sociale bijdragen van een andere EU Lidstaat (zoals bijvoorbeeld België of Nederland).

 

  1. België opnieuw op de vingers getikt voor de belasting van tweede verblijven in het buitenland

De Europese Commissie maakte onlangs bekend dat zij België binnenkort voor het Hof van Justitie daagt voor de verschillende behandeling van inkomsten uit onroerende goederen. België hanteert een verschillende berekeningsbasis voor de personenbelasting van inkomsten uit een buitenlands en binnenlands onroerend goed van Belgische belastingplichtigen.

Belgische inwoners zijn verplicht hun wereldwijd inkomen aan te geven in de belastingaangifte. Op grond van het Belgisch-Franse dubbelbelastingverdrag zijn de inkomsten van onroerende goederen enkel belastbaar in de liggingsstaat. Nochtans dient in de aangifte personenbelasting de huurwaarde aangegeven te worden van het Frans onroerend goed. Deze huurwaarde wordt in België vrijgesteld met toepassing van het progressievoorbehoud. Daarentegen berekent men het inkomen uit in België gelegen onroerende goederen op basis van het kadastraal inkomen. Dit is het geschatte netto-inkomen van het onroerend goed op jaarbasis. Maar ondanks een indexering van 40%, is het kadastraal inkomen veel lager dan de werkelijke huurwaarde.

 

Dit verschil in berekeningsbasis is volgens het EU Hof van Justitie problematisch. Op 11 september 2014 oordeelde het EU Hof reeds dat het onderscheid dat de Belgische belastingwet maakt, strijdig kan zijn met het vrij kapitaalverkeer indien dit tot gevolg heeft dat het buitenlandse onroerend goed zwaarder wordt belast.

Het Hof van Beroep te Antwerpen oordeelde op 2 juni 2015 dat Franse onroerende goederen inderdaad geen Belgisch kadastraal inkomen hebben. Toch kan men het fictief onroerend inkomen op gelijkaardige wijze bepalen als in België, namelijk op basis van de ‘valeur locative’. Net zoals in België, ligt deze lager dan de werkelijke huurwaarde. Het Hof van Beroep oordeelde dat de Belgische belastingplichtige op grond van voormelde EU rechtspraak de Franse ‘valeur locative’ mocht aangeven als huurwaarde. Het Hof bemerkt overigens dat de fiscale administratie in een oude circulaire zelf toelaat om als huurwaarde de netto ‘valeur locative’ aan te geven, dit is de ‘valeur locative’ na aftrek van de ‘taxe foncière’ en de ‘taxe d’habitation’.

De Europese Commissie stelt België nu opnieuw in gebreke omdat zij haar wetgeving nog niet heeft aangepast na het arrest van het EU Hof. De uitspraak van het Antwerps Hof is in het bijzonder van belang voor inwoners van België die eigenaar zijn van een niet-verhuurde buitenlandse woning in een land, waar eveneens een forfaitaire waardering bestaat voor inkomsten uit niet-verhuurd onroerend goed, vergelijkbaar met het Belgisch kadastraal inkomen. In dergelijk geval kan men op basis van de EU-rechtspraak het vergelijkbaar buitenlands forfaitair inkomen aangeven in de aangifte. België doet er evenwel goed aan om de belastingwet zo snel mogelijk in overeenstemming te brengen met de eerdere uitspraak van het EU-Hof, anders dreigt dus binnenkort een nieuwe veroordeling.